in wat is

in wat is 
verdwijnselt
het nut
van wat was

in wat was
verschijnselt
de wens
van wat is

de streep
de grens
de afgrond
die staart

de aarde
weegt zwaar
op de korrels
die reeds bestaan

een vlinder
fladdert, dwarrelt
zweeft mee
met de zon

het leven
komt
de dood
gaat

zich zichtbaar
ongrijpbaar
waant
omarmt
en in ons verwijlt

CF 2022

de bankjes waar ik op ga zitten

Een warrige start. Gisteravond vroeg naar bed. De combinatie van lang auto rijden, de zon, stevige wandeling en één(!) glas rode wijn waren voelbaar.

Ik begin kalm aan met een puzzeltje en een film die ik thuis nog had gedownload. Geen televisie hier en internet is minimaal (wist ik van tevoren). Na een heerlijke kop thee en wat wakker worden, smaakt de kop koffie uitermate uitstekend. Exact de kalme start die bij een paar dagen weg past.

Grauwe wolken zie ik door het raam, ook die waren voorspelt. Na twijfelen en nog meer twijfelen ben ik uiteindelijk nog even terug op bed gaan liggen. Een uur later sta ik weer op en besluit om NU even naar buiten te gaan. De regen komt weer over een uur, dus er is tijd om rechtsaf te slaan en de andere weg te bewandelen.

Wederom heb ik geen haast en ik besluit bovenaan de heuvel op een bankje te gaan zitten. Ik heb naast de eigenaar geen mens gezien op deze weg in de afgelopen 24 uur. Er komt een auto voorbij, keert en stopt op tien meter afstand van mij. Een oudere mevrouw en haar hond stappen uit. De mevrouw zegt hallo en gaat naast me op het bankje zitten. In het Duits vertelt ze me haar verhaal. 84 jaren jong, de hond heet Pac (gele labrador), ze is altijd tuinierster geweest (sinds maart met pensioen), in het gebied geboren en getogen en ze heeft last van haar knie. Ze is zojuist gestopt met een wandeling en ze wacht hier op haar wandelgroep die zo dadelijk voorbij komt. Haar dochter loopt ook mee en wandelt met haar zes maanden oude baby op haar rug. Ze heeft in totaal zes kleinkinderen en twee achterkleinkinderen. Ze vertelt dat er over een paar weken im Wald lekkere blaue Brombeeren zijn, die gepflückt können werden. Ze heet Suzanna. Ze vraagt of ik hier zou kunnen wonen? Ja, vielleicht.

We gaan weer uit elkaar als we het beiden koud krijgen. Ik wandel terug naar beneden naar het gele huis. Zij blijft zitten met Pac aan haar voeten, wachtend op haar dochter en kleinkind.

Even binnen lunchen en kijken naar de donkere wolken die voorbij schuiven. Ik besluit nog één wandeling te doen. Het uitkienen van de droge momenten is vandaag leidend. Als ik beneden mijn wandelschoenen aan doe, voel ik de eerste druppels al. Ik doe mijn regenjas aan en ga toch lopen. Lopen in de regen hoeft niet vervelend te zijn. De warme douche achteraf wacht toch wel op me.

Ik zie rode bloemen en gele en paarse en witte. De lange, groene, dikke en dunne bomen en het hoog gegroeide gras. Ik zie een eekhoorn op het midden van de weg, een arend (of valk?) zweeft door de lucht, een vliegtuig tussen de wolken en het koolmeesje dat op de ouderwetse telefoonlijn zit. Ik hoor het ritselen van de bladeren aan de takken, het zoemen van de bijen en bromvliegen, de auto in de verte. Ik voel de regendruppels op mijn wang vallen. Ik zie wazig door mijn beslagen brilglazen.

Nu hang ik weer in de luie stoel. Fris gedoucht, mijn lievelings blauwwitte stippenbroek met mijn warme sokken aan en een glas rode wijn naast me. Ik vind het wel prima zo. Luisteren naar de druppels op het zolderraam. Nog wat naar de koeien kijken, Nadal volgen, puzzelen en schrijven.

Santé.

de reis ernaartoe

De ochtend van inpakken. Wat heb ik nodig, wat vind ik fijn om bij me te hebben, wat wil ik niet missen als ik twee nachten weg ben?

Een favoriete mok voor mijn thee. Voor mij smaakt thee (en de ochtendkoffie) uit elke beker anders. De fijnste sokken om mijn voeten warm te houden in de avond. Wellicht toch vier onderbroeken, want wie weet word ik een keer natgeregend? Of toch drie (!) paar schoenen, want bergschoenen, gemakkelijke schoenen en één paar extra voor de zekerheid. En een theedoek, extra toiletrol, vier boeken (want ik kan nu nog niet kiezen waar ik later vandaag wellicht zin in heb), puzzelboekje, spa rood, avondeten is wel handig, zeep, handdoek, washandje, alle stekkers en opladers en al de varianten. Oneindig veel spullen kunnen mee, mocht ik willen.

De autorit verloopt voorspoedig. Ik herken de lichte spanning met bijbehorende vragen: hoe kom ik daar waar ik wil zijn? Kan ik het vinden, gaat het goed met de auto? Het zit mee als ik richting Keulen rij en ik aan de andere kant tot twee keer toe file zie staan. Aan mijn kant is het druk genoeg, maar kan ik rustig doorrijden. Ik mag hier 130 km/u rijden en dat ben ik niet meer gewend. Ik vind die 110 wel fijn merk ik. Ik heb geen haast. In de vroege ochtend van deze dag, voordat ik uit mijn bed kwam, had ik de passende woordencombinatie kalm aan en met vertrouwen bedacht.

Hoe dichterbij de bestemming, hoe groener en heuveliger het wordt. De snelweg wordt ingeruild voor een 80 weg en vervolgens een 50 weg. Mijn navigatie is letterlijk even de weg kwijt als ik ergens te vroeg naar rechts ben gegaan. Ik herken de woorden in mijn hoofd die fluisteren: is dit handig Claire, niet het beste idee, omkeren? Ik rijd door, want ik neem de gok. Het alternatief heb ik nu ook niet. Niet de meest ideale route en toch net genoeg avontuur om uiteindelijk met een glimlach te beseffen dat ik volgens mij wel in de juiste straat ben uitgekomen. Een groen dal waar een geel huis opdoemt.

Het is alles wat ik hoopte en toch niet zeker van was of het ook zo zou zijn. Mijn kamer is boven in het gele huis, met een eigen ingang, van alle gemakken voorzien en een prachtig uitzicht op heuvels met de koeien die grazen. Het voelt alsof ik geluk heb. Dat dit plekje nog vrij was, dat ik hier even mag zijn. Hoe lijkt het soms toch zo dat het net weer even voor mij samen komt?

De eigenaar is Duits en spreekt en verstaat geen Engels. Ik versta Duits en het praten is een mix van Engels, Nederlands en Duits door elkaar. Ik dacht dat ik me wel verstaanbaar kon maken, maar aan de uitdrukking op zijn gezicht te zien, ben ik vooral verwarrend. Met wat handgebaren, geduld, glimlachen en elkaar toch wel een soort van begrijpen komen we een heel eind.

Even bijkomen van de autoreis. Een kopje thee, yoghurt met meloen en komkommer. Het is prachtig weer. Wellicht toch nog gaan lopen? Alhoewel ik me vermoeid voel, wil ik naar buiten. Kalm aan. De eigenaar zei dat het een half uurtje lopen is naar das Watermill. Alleen ja, het is wel heuveltje op en heuveltje af. Er zijn vele bomen omgewaaid en afgeknapt. Google helpt. Ik ben alleen met de vele vlinders die om mij heen fladderen. Een kleine gele met zwarte stippen, volgens internet een boterbloemvinder. Ook de dagpauwoog en een donkere met velvet, lijkt het? En ook vliegen, irritante, die bij me willen blijven.

De tocht duurt iets langer dan de beloofde 30 minuten. Het is iets warmer dan gedacht en mijn conditie is met fietsen toch anders dan met wandelen. Ik ben helemaal alleen. Ik zie niemand anders onderweg. Het is een prachtige plek waar ik uitkom. Alles vol in bloei en met groene, gele, blauwe, paarse en witte kleuren omringt. Ik loop wat rond en zit even op een bankje. Vervolgens loop ik weer naar de heuvel om de hopelijk iets kortere route terug te vinden. Ik kijk uit naar het moment van schoenen uit, frisse douche en een koele huid.

Terug is ingewikkelder dan ik dacht. Ietwat ander pad en het is best wel opletten door alle losse takken. Er lijkt ook een regenstroom naar beneden te zijn gegaan waardoor het wandelpad verraderlijk glad en steil is. Het ligt vol met allerlei zaken die niet standaard zijn. Ik denk elke keer niet verder te kunnen en hoe dichterbij ik kom, word ik elke keer verrast door de mogelijkheden die er zijn. Ik bestudeer de route en zet voorzichtige stappen. Ik kan elke keer toch iets verder afdalen dan ik van tevoren had ingeschat. Kalm aan met vertrouwen.

Ik drink onderaan de heuvel mijn laatste slok water in de schaduw van enkele hoge bomen. De laatste twintig minuten zijn makkelijk vergeleken met de reeds afgelegde route.

Eenmaal terug is de douche het eerste dat ik doe. Oven aan voor het broodje. Pan op het vuur voor het opwarmen van de pasta. De relaxte stoel staat in mijn mening niet gericht op het beste uitzicht, dus ik schuif de stoel waardoor ik constant uitkijk op de heuvel met koeien. Ze stonden net nog met z’n allen onder die enkele boom en nu de zon wat minder fel is, staan ze wat meer verspreid van hun gras te genieten.

Ik doe niets meer dan onderuit gezakt mijn water drinken, pasta eten, aan mijn glas rode wijn nippen en de koeien langzaam van links naar rechts zien bewegen.