de bloeiende, groeiende bloemen

Het lijkt alsof ik van het luisteren naar de vogels naar het kijken van de kleuren van de bloemen ben gegaan. Ik heb geen idee hoe elke bloem heet. Ik vind de kleuren prachtig. Ik word blij als ik er naar kijk. Ik zie de enkelvoud in één bloem en de schoonheid van de hoeveelheid bij elkaar. Recht voor mijn huisje. Elke dag als ik mijn deur uitloop. Het prachtige huisje dat elk seizoen iets nieuws lijkt te brengen.

De vogels fluiten nog steeds. Ik hoor ze dagelijks. De konijntjes grazen, knagen aan het gras in de ochtend. Gisteren zag ik een zwart-witte moederkat met een jonkie. Ze wonen niet hier, maar ze zaten hier wel onder de heg te schuilen. Ik probeerde dichterbij te komen en ze renden snel weg. Vandaag heeft Lexie wel prinsesheerlijk op mijn benen gelegen. Het was weer een wasdag.

De dagen wisselen tussen wat werken, afronden van school en kijken naar de bloeiende, groeiende bloemen. Het klinkt als een simpel leven als ik mijn eigen woorden teruglees. Met momenten is het ook niet ingewikkelder dan dat, totdat ik ga denken en bedenken hoe verder? Met ander werk, na mijn studie, de zomer, de bloemen en het huisje? De veranderingen zijn constant. Fijn. De bloemen zijn de ene dag ook weer anders dan de andere dag. Ze groeien, bloeien en verwelken. Het proces van leven, dood en weer (op)leven. Soms wat extra water, soms wat zon en soms wat wind om de andere kant van een blad te kunnen zien.

zaterdagochtend wandeling

De vogels fluiten vroeg. Ik zeg goedemorgen tegen de konijnen voor mijn raam. De kop koffie smaakt goed.

Ik oefen om meer te handelen in het moment dat ik iets bedenk. Bijvoorbeeld, ik ben wakker. Kan ik nog slapen? Nee, dan sta ik op. Soep maken om 11.00u ’s ochtends, omdat ik op dat moment zin heb om het te maken en dan is het klaar voor in de avond? Ja, dat doe ik.

Vanochtend had ik een moment van iets willen. Even gewikt en gewogen, uiteindelijk gegaan. Ondanks eventuele regen, ondanks dat ik me moe voel en ondanks dat het kan zijn dat als ik er ben, ik eigenlijk niet meer daar wil zijn.

Het begon met het willen bezoeken van een fototentoonstelling. Na wat online zoekwerk niets gevonden wat me aansprak. Even wandelen? Niet te ver weg. Biesbosch. Drimmelen ben ik een aantal keer geweest. Ik kwam uit bij Biesbosch Museumeiland en dan met parkeerlocatie Werkendam. Het plaatsje ken ik bij naam. Elke zaterdag, als we les hebben, is dat een afslag op de A27. Vandaag heb ik geen les en daardoor ruimte en tijd om iets anders te doen dan het gewoonlijke. Werkendam wordt de bestemming voor deze ochtend.

Tas inpakken inclusief flesje water, een boterham met kaas en bakje met kersen. Ik heb geleerd uit het verleden, ook al denk ik dat ik maar even van huis weg ben, het kan soms anders gaan zoals van tevoren bedacht. Zonnebrand gesmeerd. Toch ook het puzzelboekje mee, want wie weet schijnt de zon daar wel iets meer. Sjaal en dunne trui opgerold in mijn groene rugzak. Regenjas ligt in de auto. Volgens de weer app blijft het droog.

Al rijdend richting Werkendam worden de wolken donkerder. Het stuk snelweg komt me bekend voor. De laatste 10 kilometer in de auto is mooi. Anders dan het platte land waar ik leef. Het doet me denken aan een stukje waar ik vorige zomer doorheen fietste toen ik in de buurt van Den Haag was. Of wellicht ietwat Oostvaardersplassen en dan net anders? Weidsheid (met toch een hoogspanningsmast of huis in de verte). Wateren, plat land, bruggetjes, vogels in allerlei soorten, maten en geluiden. Midden op de weg is er de familie Gans waarvoor ik langzamer ga rijden. Het zijn pluizige jonkies met vader en moeder. Ze wijken constant af van hun route.

Bij aankomst op de parkeerplaats is het nog steeds droog met nog donkerdere wolken. Bij het openen van mijn autodeur voel ik meteen de ietwat benauwde lucht in mijn gezicht. Ik wissel mijn autorijschoenen voor wandelschoenen en ik zie twee gaten in mijn favoriete paar gestreepte sokken. Een voordeel is dat ze na vandaag meteen de prullenbak in kunnen en niet meer gewassen hoeven te worden. Lichtelijk jammer dat dit paar, wat matcht met bijna elk outfit die ik draag en perfect in mijn wandelschoenen past, vandaag haar laatste dag heeft. Na het toiletbezoek kies ik voor rechtsaf en die looproute stokt na 100 meter. Ik draai om en ik volg de zaterdagochtend wandelclub. Ik loop in iets snellere passen aan ze voorbij. Ik hoef niet te weten welke vogel ik zie. Ik zie en hoor ze overal. Ook hier zijn er vlinders. Fladderend om me heen. Andere beestjes die prikken op mijn armen, zoemen rond mijn oren. Het is vooral groen wat ik zie, afgewisseld met water. De kleurrijke bloemen vallen op. Ik zie meerdere reigers, verschillende soorten eenden, kievit(?), mussen, een zwaluw. Ik hoor een koekoek? Ik passeer ondertussen nog twee wandelgroepen. Af en toe sta ik stil om proberen vast te leggen van wat ik zie.

De eerste regendruppels vallen op mijn bril. Ik loop door. Ik smelt er niet van. De regen wordt heviger. Ik zie een boom waar ik even onder wil schuilen. Ik weet niet hoeveel later en ik wandel weer door. Later denk ik nog, waarom ben ik weer begonnen met lopen? Geen idee waarom. Mijn regenjas ligt keurig in de auto. Regen heeft vandaag zijn charme. Ik ben toch al nat. Hoe verder ik loop, hoe dichterbij ik weer bij mijn auto kom. De parkeerplaats staat nu bijna vol, terwijl er bij aankomst wellicht maar tien stonden. Ik maak nog een foto van al de bloemen die ik in het gras voor me zie.

De boterham met kaas smaakt goed. Ik start mijn auto en begin aan de weg terug. Via mijn cd-speler hoor ik Barbra Streisand.

run wild out on the edge of time, child
carry your dreams away, love
no one can hold you now

https://biesboschmuseumeiland.nl/

lavendel en de fiere paddenstoel

Het is een periode met gedachten dat ik bepaalde zaken wil weten en tevens merk ik dat ik het niet weet. Ik zeg vaak dat het niet-weten heel passend is voor mij. Het voelt vrij, met ruimte en als ik het wél weet, dan weet ik het. Het zijn dagen met wat (levens)vragen.

Om te benoemen met wat ik wel weet, is dat ik afgelopen week tevree in de vroege ochtend op mijn fiets stapte om naar mijn werk te fietsen. Het blijft me soms verrassen. Het gevoel overvalt me dan. Ik keek achterom naar mijn huisje in de ochtendzon en ik dacht: ik kan niet geloven dat ik hier woon en dat ik hier elke dag (!) mag zijn, kan thuiskomen. De konijntjes op het grasveld, de vroege vogels, de vlinders, de bloemen, het groene gras en zelfs de blaffende hond die me nog vaak wakker maakt in de ochtend. Ik vroeg me in stilte af of de huiseigenaar weet wat voor cadeau hij me heeft gegeven toen ik vorig jaar zomer langs kon komen om kennis te maken. Ik was al heel blij met een periode van overwintering op deze plek. Of hij wist wat hij voorstelde toen hij zei of ik naar het huisje wilde verhuizen wat langer (onbepaald) in de verhuur ging blijven.

Ik kocht deze week een lavendelplant en die staat nu buiten op de tafel. Elke keer als ik langs mijn raam loop, ben ik blij. De paarse kleur, de geur, de insecten die nu al een plekje weten te vinden tussen het groen, de bloem en de aarde. Ik zag aan het hangen van de lavendel, dat ik de regel van maximaal twee keer wateren per week los kon laten.
Gisteren stond er opeens één kleine paddenstoel fier tussen al het groene gras. Vanochtend een konijn tegenover mijn raam die een holletje aan het graven is om zijn (of haar) huisje van te maken. Ik zat zo stil mogelijk te staren en te hopen.

Ik had ook een nieuw idee voor schrijven. Een soort van (positieve) ervaringen delen en iets waar ik blij van word, wat ik meemaak. Het maken van de pagina bracht me al veel plezier. Het uitvogelen van hoe het werkt, dat als je op de foto klikt dat de lezer naar de juiste pagina gaat. Zelf de foto’s maken die passen bij de tekst. Kijken of ik het leuk vind, mooi vind? Kloppen de teksten, de kleuren en de lay-out? Spelen met tekst en beeld. Anders schrijven, andere woorden gebruiken?

Tijdens het niet-weten zijn er ook de momenten van creëren, doen, kijken en zien.

Voortgaan.