vliegkes

Dit zijn de voorjaarsdagen waar ik al fietsend, gratis en voor niets een maaltijd voorgeschoteld krijg. De vliegjes in kwestie zouden toch ook een beter einde van hun leven hebben gewenst dan terecht te komen in de mond van een onbekend mens?

Het bankjesseizoen is geopend. Mede te herkennen door de aanwezigheid van de zon, meer fietsers op de weg en een ik die oude en nieuwe bankjes spot om mijn boek te lezen.

Van de week zat ik op een oud en vertrouwd bankje naar een boom te staren. Alhoewel het een doordeweekse dag was, waren er genoeg mensen onderweg op de fiets. Soms hard pratend, soms in stilzwijgen gehuld en soms met armen om zich heen wapperend om maar niet die vliegkes in hun gezicht te krijgen. Ze zoefde op haar e-bike en met zwaaiende armen voorbij en ik moest glimlachen. En oké, toegegeven, ik en het bankje en zij op de fiets zaten dichtbij water. In plaats van mijn woorden ‘irritante stomme, idiote rotvliegjes’ klinkt vliegkes wel wat zachter en fijner. Voor hen en voor ons.

Heb ik ooit al geschreven over mijn droombaan als degene die mag bepalen waar de bankjes komen te staan langs een fietsroute? Er is één specifiek bankje en als ik daar langs fiets, heb ik altijd de neiging om uit te zoeken hoe dat werkt, de persoon worden die mag bepalen waar bankjes komen te staan.
Dit bankje is qua locatie niet verkeerd. Ik kan het zelfs uitstekend noemen. Ook de zithoogte is ideaal en zelfs de plek tussen de bomen is over nagedacht. Het enige minpunt blijft elke keer als ik er langs fiets: waarom hebben ze het in de kijkrichting van de heg van een woonhuis geplaatst en niet 180 graden de andere kant uit waar er zicht is op prachtig uitgestrekt moerasgebied? De ideale spot, echt waar, en waarom laten ze je dan uitkijken op een standaard heg aan een zandpad in plaats van een natuurgebied waar reigers, hazen, reeën en allerlei andere soorten vogels te spotten zijn?

Het zet elke keer drie gedachtes in beweging als ik er voorbij kom. Als eerste waarom die bankrichting, er zal vast een reden voor zijn toch? Hoe kom ik aan de baan als de persoon die mag bepalen waar de bankjes komen te staan? Het zou voor mij prachtig werk zijn. Ik kan zo tien plekken aanwijzen in Brabant die soms fluisterend en soms schreeuwend roepen: ik ben zo mooi, rust even uit hier! En tot slot, is er al een bankje ontworpen dat mee kan draaien met de zon? Ik bedoel dat er een soort van scharnier gebruikt kan worden en/of draaipoot-punt (ook verstelbaar qua hoogte), waardoor het bankje bij wijze van spreken de zon van de dag kan volgen. Lijkt me best een haalbare uitvinding.

Vandaag vond ik de lentezon op één van mijn favoriete bankjes. Dankbaar dat er niemand zat en ik er mocht zitten. Vanaf half elf staat de zon perfect en rond half één verdwijnt ie weer achter de bladeren van een boom. En met de warmte van vandaag was het ideal om mijn boek, Sloop van Anna Enquist, te lezen. Regelmatig keek ik omhoog en om me heen. Ik zag de blauwe lucht met de groene boomtoppen die al deinend en wiegend het ritme van de wind volgden.

Hoe het verder met mij gaat? Op zich wel prima, want naast werk en het algemene leven kan ik mezelf bezig houden met het bepalen van banklocaties en glimlachen om het woord vliegkes. Aan de andere kant wil ik eigenlijk alleen de rust van de natuur.

een dag vol

Soms overvalt het me. Een weemoedig gevoel. Het gebeurde gisteren toen ik door de winkelstraat van Valkenswaard liep. Het komt onverwacht. Het wordt niet aangekondigd, het is niet gepland en dan is het er opeens. Niet per se verdrietig of niet oké. Het gebeurt en het is.

De vroege vroege dag begon met een fantastisch helder fluitconcert van de vroege vogels die voor mijn huisje tegelijkertijd met mij wakker werden. Vervolgens ontdekte ik per auto nieuwe paden die me leidde naar het terugbrengen van het boek Lentetuin van Tomoka Shibasaki (oordeel: mwah) naar de bibliotheek van Valkenswaard. Bij het naar buiten lopen stond er een ideaal bankje in de zon en daar at ik een banaan als ontbijt. Ik kreeg een ‘smakelijk eten’ van een lieve mevrouw met haar hond en een aansluitend gesprekje over het weer en wat een mooie dag het was.

Al zittend daar in het zonnetje ontving ik een berichtje van de huisbaas met de vraag of hij deze ochtend mijn koelkast zonder vriesvak kon vervangen voor een koelkast met een vriesvak. Ja, fijn. Het vooruitzicht van waterijsjes eten en brood kunnen invriezen, maakte me blij. Het voelt als een cadeautje. Luxe om dat straks weer te kunnen doen. Aangezien ik ook niet zat te wachten om hem op zijn vingers te kijken hoe hij de koelkasten zou wisselen, besloot ik het centrum van Valkenswaard in te lopen. Ik was er nooit geweest en aangenaam verrast door best veel winkels die ik wel kan waarderen. Hier en daar zag ik de grote merken en ook veel unieke kledingboetiekjes.

Mama zou dit wel leuk gevonden hebben. Opeens was die gedachte er. Ja, dat vond ze zeventien jaar geleden leuk. Hebbedingen winkeltjes. Beetje neuzen, rondstruinen, niet echt iets nodig hebben en toch overal even willen kijken. Toen ze nog leefde vond ze het leuk. Had ze het nu, zoveel jaren later nog steeds leuk gevonden? Ik weet het niet. Het bracht voor nu een herinnering aan haar terug en dat was fijn. Hoe onverwachts het ook gebeurde, op die fijne zaterdagochtend in de lentezon was ze even bij me en liep ze met mee door de winkelstraat van Valkenswaard. Vervolgens zag ik een café met een rood DE uithangbordje. Daar ging ze graag naar toe als we in Eindhoven waren, het officiële DE café en dan kon ze haar koffiepunten inwisselen en een cappuccino drinken en een taartje eten. Ik ging naar binnen als troost voor het gevoel van weemoed, even in memorie een kopje rooibosthee drinken en enkele pagina’s lezen in een nieuw boek.

Bij terugkomst in mijn huisje was de koelkast met vriesvak bijna geïnstalleerd, werd de keukenkraan nog wat vaster gedraaid en een haakje aan de buitendeur geplaatst, zodat die niet elke keer wagenwijd open waait als ik frisse lucht binnenlaat. Ik at mijn lunch, liet mijn benen even rusten en besloot toen al fietsend naar de supermarkt te gaan voor mijn gewenste waterijsjes.

Ik fietste een extra lange route met niet geplande omwegen, want de zon was zo fijn. Ik zag het verschil in groenheid om me heen in vergelijking met vorige week. Onderweg staan de bankjes in de zon al op me te wachten, waar ik weer kan gaan zitten om de boeken te lezen die ik wil lezen. Het voelde geruststellend, dat de bankjes er nog steeds staan en dat die dagen en momenten weer gecreëerd gaan worden.

Na thuiskomst waste ik mijn haren, plofte ik met ietwat vermoeide benen op de bank en at ik mijn watermeloenijsje (die toevallig ook nog in de aanbieding was). Wat een geluk!

gezocht en gevonden

Het is zo fijn om buiten te zitten en gewoon te kijken. Alles is precies zoals het moet zijn. Geen enkele wanklank.* (blz. 53)

Ik zit met mijn gezicht heerlijk in de zon, ik kijk uit op een park, ik zie en hoor de vogels fluiten en een lieveheersbeestje besluit dat mijn trui haar tijdelijke rustplaats is. Naast mij zitten twee mensen aan een tafeltje die een eerste date hebben. Een zonnebril op mijn neus. Een boek in mijn schoot. Ik voel me oké. Best wel oké. Geen enkele wanklank.

Ik lees Ik heb het de tuin nog niet verteld van Pia Pera. De titel is net zo fantastisch als de woorden die ze heeft opgeschreven. Ik ben gek op de naam Pia. Ze is Italiaanse, ze heeft de ziekte ALS en is stervende. Ze verbindt haar gedachtes over haar leven en komende dood met haar Toscaanse tuin. Ze deelt herinneringen, reflecteert aan de hand van de groei en bloei en de dood en seizoenen die er ook in haar tuin plaats vinden. Ze schrijft over schrijvers, de boeken en perspectieven waar ze zich in herkent. Ze is zich bewust van haar groeiende lichamelijke beperkingen en is langzaam maar zeker (en soms met strijd en vertwijfeling en angst) steeds meer dingen uit handen aan het geven. De tuinman Giulio uit Sri Lanka helpt haar om haar tuin zo lang mogelijk in leven te houden.

Er zijn geen hoofdstukken, geen doorlopend verhaal. Het zijn vele wijsheden die ik beetje bij beetje elke dag lees. Ik heb vijftig pagina’s gelezen en op elke pagina is er wel een zin of een woord waarbij ik denk: ja. Ik laat een traan om de doeltreffendheid van haar zinnen. Gedachtes die ik heb en waar zij blijkbaar mijn woorden voor heeft gevonden.

In de eenzaamheid van de tuin, in de schaduw van een eik, waar niemand iets wordt opgelegd, is het prettig om je over te geven aan een verrukkelijke gedachteloosheid, om zich ideeën en beelden te laten vormen en ontbinden met dezelfde onsamenhangendheid als de wolken aan de hemel.

De helderheid van alleen op de wereld zijn.* (blz. 36)

Deze ochtend startte ik met het doel om de bibliotheek van Valkenswaard te bezoeken. Voor de boekenclub (yeah, ik ben toegelaten!) lezen we Lentetuin van Tomoka Shibasaki. Tweedehands, een e-book versie of in de bibliotheek van Boxtel is het dunne boekje niet te vinden. Nieuwprijs is me te duur en na wat online speurwerk kwam ik uit bij de bibliotheek van Valkenswaard. Ook daar is er een soort van manier om per boek te lenen en niet meteen voor een jaar lid te worden. Ik ben wederom aangenaam verrast. De mogelijkheden zijn eindeloos in deze tijd van leven.

Anderhalf uur later en wat andere wegen gefietst dan in eerste instantie gepland, heb ik het boek in mijn handen. De dag is te mooi en het gevoel te fijn om niet even ergens een plekje te vinden om een kop thee te drinken. Vandaar het moment in de lentezon op het terras.

Daar in de zon op het terras besefte ik wat het gevoel toch was wat al een paar dagen bij me is. Het zijn andere dagen. Anders betekent voor mij vaak verandering, het onbekende en nog niet beleefde avonturen. En dat is het allemaal. Sinds vorige week heb ik een nieuwe baan. Het gevoel dat ik voel is van lang lang geleden. Ik ervaar een soort van ‘zin’ en goede moed. De eerste werkdagen en momenten laten me terugdenken aan mijn taxi dagen. Wie het nog niet wist, tijdens mijn studie heb ik taxi gereden voor ouderen en gehandicapten. Voor mij was het toen een ideale bijbaan waarin ik zelfstandig mocht werken, auto rijden, met mensen praten en niet elke dag hetzelfde is.

Het nieuwe werk heeft veel van die facetten. Ik kom bij mensen thuis om ze te ondersteunen bij praktische hulpvragen. Denk aan: computerondersteuning, administratie ordenen, huishouden organiseren, sociaal netwerk uitbreiden. Ik rijd rond door Eindhoven en omgeving, ik heb ontmoetingen met mensen en ik help waar ik kan. Het is overweldigend, ik voel me niet zeker in mijn kunnen en het op uur en tijd en verkeer en alles wat ik aan het begin van de dag nog niet weet wat later kan gebeuren, zorgen (nu nog) voor onrust en ietwat spanning in lijf en hoofd. En dat is blijkbaar allemaal bij elkaar best oké.

Mijn maatstaf voor het vinden van nieuw werk koppelde ik aan de gedachte: werk mag fijn zijn en daarnaast wil ik mijn boek kunnen blijven lezen. Ik bedoel daarmee dat ik uitgedaagd mag worden en aan het einde van de week ook genoeg energie en ruimte heb om mijn boeken te blijven lezen. Het is nog vroeg. Het is werkweek twee. Ik lees vandaag mijn boek. Én ik kijk uit naar de vogels die me morgenvroeg weer wakker gaan fluiten, zodat ik een werkdag kan starten waarvan ik nog niet exact weet wat het zal brengen.

…om allemaal tuinman te worden. (…) toezicht houden op het welzijn van elk voelend wezen, waardoor elke soort zou kunnen floreren, maar zonder de bestaansmogelijkheden van elke andere soort in de weg te staan.* (blz. 14)

* uit het boek van Pia Pera: Ik heb het de tuin nog niet verteld