met een Muis in zijn huis

Twee roodborstjes. Tegelijkertijd in mijn gezichtsveld. Ik kijk uit het raam op een willekeurig moment op een donkere decemberdag. Één links van mij zittend op een verweerd kastje, met de vollere borst. De ander rechts van mij, ieler en kleiner. Beide hun kopjes zijn op mij gericht. Ik wens er voor één en dan komen er twee.

De decemberdagen vinden plaats in een huis in een bos met een kat die Muis heet. Het geeft me een voller gevoel. Hier zijn met Muis. Ik merk het na enkele dagen. Ik voel het pas, als ik het verschil ervaar. Hier fietsen door de uitgestrekte velden, over dijkjes, langs het water. Hier fietsen door de kale bossen, treurig ogende heiden en de vele potentiële bankjes om te kunnen zitten als het weer wat warmer is. Ik zie de schoonheid van het winterlandschap. In de omgevallen bomen en hun zichtbare wortels zie ik kunst, mystieke figuren. Een trol die zijn hol met wijd gespreide armen uitstapt of een soort van takkenvrouw die oprijst uit de aarde. Ik lees het passende boek Winteren van Katherine May. Ik winter, jij wintert, wij winteren.

Muis zijn huis is omringd met bomen en staat op een landgoed. Vele hoorbare en zichtbare vogels in de omgeving en toch ook wel wat hoorbare verkeersgeluiden en luide (en te vroege) vuurwerkknallen. Maar vijf minuten richting nog meer bomen wandelen en de vogelgeluiden worden steeds helderder. De woonkamer heeft een rode, comfortabele bank. Muis noem ik soms liefkozend motormuis, want zijn spinnen klinkt als een motor. Hij kiest wanneer hij op mijn schoot wil liggen en wanneer hij er klaar mee is. De motor wordt binnen seconden gestart nadat zijn ligpositie is aangenomen en zijn favoriete scratch plekje is net achter zijn oren. Hij volgt me door het huis heen, kiest als hij niet in mijn buurt wil zijn en laat luid en duidelijk weten wanneer het tijd is voor zijn snack. Muis is een wat oudere kat en zijn blik is zowel wijs als verdrietig als tevreden. We kunnen het goed vinden met elkaar.

de zon tegemoet fietsen
De zon scheen stralend, de blauwe lucht was overweldigend en een voelbare bries blies door mijn haren. Het was fris oftewel koud. De zon tegemoet fietsen, betekende in eerste instantie ook de wind in de rug hebben. Ik fietste over een dijkje en links en rechts van mij veel weilanden en hier en daar wat stromend water. Heel veel kolganzen hier. Ook andere watervogels zoals allerlei soorten reigers en eenden. De vele wilde eenden zijn als duo’s niet te missen. Ik herken ze niet allemaal bij naam, al die verschillende soorten vogels. Ik zie wel de verschillen in uiterlijk en geluid. Het fietste heel fijn daar op die dijk. Ik vertraagde regelmatig, omdat ik geen haast had om dit moment voorbij te laten gaan. Ik kwam uit bij een molen in een dorpje op een dijk die uit één straat bestaat. Ik parkeerde mijn fiets en de molenaar begroette mij vanaf de balustrade van de molen. Ik liep binnen bij de plek waar een bord stond met ‘koffie & taart’. Zo’n plek waar in de Engelse feelgood boeken over wordt geschreven. Een winkel met allerlei snuisterijen van boeken tot kleding tot kerstartikelen, een fijne geur en van die ronde tafeltjes rondom een kachel. De aardige eigenaresse ontving me hartelijk, haar vriendelijke man zat aan één van de tafels en was bezig met iets op de laptop. Ik bestelde thee en taart. Eerst liep de molenaar binnen voor zijn dagelijkse kop koffie. Vervolgens kwam de lokale kledingwinkelierster binnen met haar dochter. Als vanzelf werden er vragen aan elkaar gesteld en levensverhalen uitgewisseld. Ieder vertelde een deel en luisterde naar wat er werd verteld. Ik hielp de man met een vraag over zijn laptop. Vergankelijkheid werd zichtbaar en voelbaar in de woorden die niet werden uitgesproken. De gemoedelijkheid is wat me het meest raakte, besefte ik vooral op de fietstocht terug met de volle wind op kop. Het woord wat nog passender voelt, kwam een paar dagen later in me op. Hartverwarmend. Het warmde mijn hart dat ik in daar in dat moment, voor een moment, onderdeel mocht zijn van hun levens. En weer wat later dacht ik aan het kerstverhaal en die stal en herberg. Als iedereen welkom is om ergens te schuilen.

twee halve glimlachen maken één
Op een van de zondagen zit ik rond het middaguur onder de luifel van een buitenterras, onder een verwarmingselement en rechts van mij laait een opvlammend (nep)haardvuurtje. Ik heb een kopje thee in mijn handen voor de warmte maar eerlijker gezegd, koelt de thee snel af met de nog koelere buitentemperaturen. Het is een poging tot een soort van verwarmd terras. Binnen zal het vast gezellig zijn, zeg ik tegen de serveerster. Maar dat frisse en vooral geen muziek of drukpratende groep mensen heeft veel charme voor me. Ook dat er twee andere mensen met honden buiten zitten, helpt voor de bevestiging dat ik zit waar ik wil zitten. De thee smaakt me prima en ook het appelgebak is niet te zoet. Zeker niet nadat ik er veertien krenten heb uitgeplukt. Ik was vergeten om het van tevoren te vragen. De structuur van een gebakken krent kan ik me niet meer overheen zetten.

Er loopt een mevrouw met twee honden langs. Onze ogen ontmoeten elkaar. Twee halve glimlachen maken één. Ik kijk naar de honden. Zij zegt iets in de trend van: dat ziet er gezellig uit. Ik heb namelijk mijn hele tafeltje vol liggen met een boek, een schriftje met pen, woordzoekerboekje, theekopjes en half opgegeten appelgebak. Ik heb mijn broek in mijn sokken gedaan, mijn dikke winterjas bolt op en ik heb twee kleurrijke sjaals om. Ja, dat is het ook, roep ik terug. In een moment van uitademen en besef dat ik best oké hier in ontspanning kan zitten. Ik zoek naar de aandacht van de honden, zij trekt ze mee. Ik begin een zin en half snelwandelend zegt ze: ik heb een humeur! En zonder echt besef roep ik over het lege plein naar haar: dat mag! Ze roept nog iets harder terug: dankjewel! En later dacht ik: ojee, ik riep het niet om haar toestemming te geven voor haar humeur. Maar meer een soort van: ik sta open voor contact (met de honden…zucht Claire…) uw humeur mag er gewoon zijn. We kunnen met elkaar omgaan, ik jouw honden aaien en jij een humeur hebbend.

die boom en die boot
Mezelf in onbekende omgevingen plaatsen is een plek waar ik me met regelmaat wil bevinden. Ik merk het wederom. Het vertrouwde is fijn, ik leun er dan ook op. Maar een onbekend fietspad, wandelroute, wateren en bomen die ik nog niet eerder heb gezien, brengen me altijd iets. En dat iets, voedt mij. Blijkbaar.
Ik kan de uniekheid van een boom waarderen en even stilstaan bij het zonlicht dat op het water reflecteert. Ik fietste onder een zwerm vogels door. Van die vogels die als groep in een soort eenheid en vorm een dans uitbeelden. Als ik zou moeten gokken, waren het wellicht zwaluwen. Van die momenten die ik zie gebeuren, me ontroeren en ik hoop dat ik me zal blijven herinneren.

de zon zien opstijgen
Die zonsopgang daar bij dat uitkijkpunt. Ik liep er eerder in de week wat later op de dag, door de mist toen. Onderweg zag ik toen die trol en takkenvrouw in de boomwortels. En nu liep ik de zonsopgang tegemoet, benieuwd of ik vanaf dat hogere punt nu wel zicht zou hebben. Ik wilde even mijn benen bewegen en het was zo’n typische heldere vroege winterochtendlucht. Ik verhoogde mijn wandeltempo om op tijd te zijn.
Ik zag de zon opkomen. Letterlijk. Het leek of er elke zoveel seconden een verplaatsing plaatsvond. Ik was alleen daar op dat hoge punt op de heide en ik zag de veranderingen in kleuren, in stralen. De stralen straalden. Ik verschoof mee en vond elke keer een punt waarop ik de zon op een andere manier kon bekijken, kon ontvangen.

het oude & nieuwe
Oliebollen voorverpakt (zonder krenten, belangrijk detail) en alcoholvrije champagne is de combinatie die ik als traditie wil voortzetten. Vorig jaar ontdekte ik ze op de nieuwe plek van toen. Dit jaar vond ik ze in de winkel in een dorp in de Veluwe. Ik ben benieuwd waar ik ze volgend jaar ga vinden.

winteractiviteiten

in mijn buurt
Er zitten buurtkatten op het dak van mijn tuinschuurtje, katten springen onzichtbaar en met een onverwachte plof op mijn serredak, katten in mijn tuin, katten net buiten mijn tuin en één avontuurlijke kat IN mijn serre. Allemaal verschillende katten. Denk ik. Sommige zijn zwart en sommige wat minder zwart. Of wit of grijswit of oranje. Ze zijn allemaal welkom en ze zijn ook allemaal schrikkerig en een enkeling toch wel nieuwsgierig.
Het roodborstje, de koolmees, pimpelmees en merel hebben ook mijn tuin hier gevonden, ondanks de aanwezigheid van de kat en de kauw.
De buurtboerderij op vijf minuten lopen hier vandaan heeft geen katten. Het heeft wel een ezel die naar me balkt en een paard dat me treurig aankijkt. De plek heeft ook vrij zicht voor een schitterende zonsopgang. Nu is die verschijning van de zon wel heel vroeg (rond 5.30u) en zie ik hem alleen vanuit mijn slaapkamerraam opkomen. Ergens in december, januari en februari was het een ideale ochtendwandeling. In de vrieskou onder een prachtige lucht doorlopen of in de mist niet verder zien dan vijf meter.
Al verder lopend door de buurt, over de landweggetjes zie ik onderweg ook een vlindertuin die nu met de verandering van seizoen de eerste vlinders laat zien. Een landgoed waar de laan prachtige bomen heeft en de ezel, kippen, pauwen en schapen die samen gemoedelijk in een weiland staan te staan.
Sinds eind februari zijn de vogelgeluiden in stijgende lijn ook steeds meer aanwezig. De krijsende kauwen in mijn tuin en rondom het huis zijn er bijna non-stop.

keukentaferelen
Ja, jaa, jaaa….Nog steeds geen 4-pits gaskookstel gekocht, maar die ene fijne kookplaat kookt ook de soepen en pastagerechten. De airfryer is de perfecte aanvulling en de aanwinst van het jaar tot nu toe. Bijna dagelijks in gebruik. Geroosterde spruiten is favoriet. Van de week pompoenblokjes met courgette en wat gesmolten feta was ook best wel uitmuntend smaakvol te noemen. Of broodje afbakken of een bitterbal airfryeren. Mijn grote combi magnetron/oven stond te verstoffen in mijn schuurtje in verband met de grootte en dat ik drie deuren door moest voordat ik iets met mijn eten kon doen daar. Nu staat het goed functionerende bakbeest bij iemand in zijn studentenhuis. Een moeder kocht hem als verjaardagscadeau voor haar zoon.
Januari was wellicht wat vroeg voor een waterijsje, maar een griep en keelpijn en weinig zin in eten bracht de trek naar de watermeloenijsjes. Begin maart is mijn nieuwe vrieskist aangevuld met het traditionele perenijsje.
Ook vond ik een recept voor een komkommer-tonijnboot, bestrooid met rode ui (zoetzuur uit potje, heerlijk lekker) die ik omring met aardappelkroketjes (uit de airfryer natuurlijk). Varianten met kip, rauwkost en gebakken uitjes zijn in mijn hoofd ook al gemaakt.
En waarom ik werd aangezet om te schrijven, een opsomming te maken van mijn winteractiviteiten? De aankoop van een beschuitenbus. Ik ben enthousiast dat mijn beschuiten nu in een bus zitten. Nog niet helemaal in vrede met het feit dat een hele beschuitenrol net niet past in mijn bus. En tevens ligt dat waarschijnlijk aan mij. Ik, die wellicht niet een officiële beschuitenbus heb gekocht, maar een ronde glazen pot met deksel die er leuk uitziet en past tussen de planken van mijn keukenkastje.

de zon van de zee
oktober 2024 kleurrijk

november 2024parels

maart 2025fabelachtig

huis-tuin-en-keuken-klussen
Vele gaatjes in muren geboord om dingen op te hangen. Dat is de korte samenvatting. Met als hoogtepunt de door mij perfect gemeten en geboorde en geïnstalleerde twee haakjes (met schroeven en pluggen) voor een grote spiegel in mijn woonkamer. Zelf de spiegel eraan ophangen lukte niet. Te zware spiegel en boven mijn macht helaas niet in mijn eentje te tillen. Het was dus een vraag voor enkele weken, heb ik goed gemeten? Met mijn vader als hulp en getuige bleek dat ik exact de juiste wijdte had gemeten en geboord. Die spiegel hangt zowel horizontaal als verticaal kaarsrecht. ‘A je to’ in het kwadraat gevoel!
Mijn toilet is nog steeds de ruimte die het meest compleet voelt. Al de andere ruimtes zijn leefbaar en functioneel. Ik ervaar geen haast met allerlei keuzes maken. Ik voeg om de zoveel tijd een element toe. Ik had bijvoorbeeld voor ogen in de keuken zo’n stang boven het keukenraam en dan allerlei kruidenplantjes ophangen die in de zon kunnen groeien. De stang hangt. De plantjes en kruiden nog niet. Mijn hoofd vol ideeën, alleen nog niet het juiste beeld kunnen creëren in werkelijkheid.
Ook heb ik boekenkasten vastgemaakt aan de muur. Lampen en elektriciteitsdraden op de juiste manier met elkaar verbonden, lichtknoppen uit elkaar en weer in elkaar gezet. Kasten voor in de serre neergezet en zelf nieuwe knopjes gemonteerd. Een deurklink vaster gedraaid, een schroefje vervangen in een scharnier en een gordijn korter gemaakt.
In de tuin heb ik stoeptegels gelegd, stenen verplaatst en experimenteer ik met een wilde wingerd waarvan ik hoop dat ie tegen de schuurmuur omhoog gaat groeien.
Komende week is de bruine trap aan de beurt. Ooit ben ik al gestart met schuren en kwam ik drie treden ver. En dat ik dan mijn trap een hele dag niet kan gebruiken was lang een argument om niet verder te gaan, maar volgens Google en later mijn gezonde verstand: ik kan natuurlijk trede om trede schilderen waardoor het functioneel blijft. Ik verwacht een weekproject (of langer), want donkerbruine verf met daaronder lagen van turquoise blauw en geel is niet in één laag opgeknapt. Een nieuwe kleur kiezen is ook nog een keuze die ik heb te maken. Schuren is stap één en ik begin morgen. Beloofd.
Projecten als de radiator wit spuiten (nu grijzer dan grijs), slaapkamermuur toch een andere kleur, de voortuin anders inrichten, in de serre ‘iets handigs’ toevoegen om mijn wasrek te verbergen, staan op mijn lijst die tegelijkertijd langer en korter wordt.

vogels spotten
Activiteit van de afgelopen maanden: vogels herkennen in geluid en beeld. Het heeft wat serieuzere vormen gekregen, omdat ik er nu een cursus voor volg (o.a. vier theorie avonden van 2,5 uur en zes zaterdagochtendwandelingen à 3 uur), regelmatig een verrekijker om mijn nek heb hangen en een app heb gedownload die vogelgeluiden herkend (Merlin Bird app, voor de geïnteresseerden onder ons).
Het is veel kijken, luisteren, opzoeken en oefenen. Fluitgeluiden herkennen vind ik (mijn oren) ingewikkeld. Het zien lijkt makkelijker, maar tegenlicht en ontelbare verschillende mogelijkheden en onderscheid tussen vrouwtjes en mannetjes maakt het bijna een officiële studie.
Mensen die enthousiast hun passie delen maken me blij. De ochtendwandelingen zijn fijn. Het euforische moment beleven van een vogel spotten en herkennen in geluid en beeld, gebeurt af en toe.
De ontdekking tot nu toe en daarbij behorend wonderlijk gevoel: het geluid van een roerdomp. En dat ik een boomkruiper (kbv’tje (klein bruin vogeltje), gaat alleen omhoog en met gecurvde snavel) over de hele boomstam kon volgen door mijn verrekijker.

over boeken
Deze winter ben ik gestart met het lezen van een heleboel boeken en ook weer gestopt met het lezen van al die boeken. Interessante boeken waarvan ik de laatste pagina wel heb gelezen, zijn:
* Lessen in chemie – Bonnie Garmus;
Het boek liet me grinniken en gniffelen en zuchten. Ik vind de hoofdpersoon dapper, veerkrachtig en een strijder. Ik herken me in de twijfel over de eigen wegen die we willen bewandelen en hoe we dat voor mekaar gaan krijgen. Het verhaal motiveert om met moed te lezen.
* Morisaki´s boekwinkel – Satoshi Yagisawa;
Dat beeld van zo’n overvolle boekwinkel met een ongedwongen sfeer. Iedereen die van boeken houdt kan binnenlopen, struinen en snuffelen en met goede zin en het vooruitzicht van het gaan lezen van een onbekend verhaal weer naar buiten lopen. Ieder van ons heeft een verhaal en soms een plek met rust nodig om de koers des levens te veranderen als men dat wil.
* Zij en haar kat – Makoto Shinkai, Naruki Nagakawa;
Het verhaal brengt wat balans, zachtheid. Niets extreems heftigs, wel menselijk met herkenbare emoties. En ik droom graag weg bij de gedachte dat ik en mijn kat (en elke hond die ik ontmoet) ook dezelfde uitstekende en niet hoorbare, maar wel voelbare, dialogen uitwisselen met elkaar.
* De zeven echtgenoten van Evelyn Hugo – Taylor Jenkens Reid;
Zeven keer trouwen, ja dat kan. Alles kan. Een fijn decemberboek dat ik vlot las.
* Een kwestie van dood en leven – Irvin D. Yalom, Marilyn Yalom
Over een echtpaar dat in aparte hoofdstukken ieder voor zich hun eigen uiteenlopende perspectieven deelt. Over hun naderende dood, het leven dat ze geleefd hebben en de liefde tussen hen.
* Buitengewoon briljante wezens – Shelby van Pelt;
Over een octopus in een aquarium die met humor stukjes over zijn verleden vertelt en een schoonmaakster die hem lijkt te horen en begrijpen. De schoonmaakster, die zich verdrietig voelt over het verlies van haar zoon en haar man. Een verhaal waarbij een dier een stem heeft, blijft me boeien.
* De ontembare vrouw – Clarissa Pinkola Estés
Dit boek heeft geen einde, het is niet uit te lezen. Het is lezen, wegleggen, een leven leven en dan het boek er opnieuw bij pakken en nog een keer lezen. En dan weer leven. En dan weer lezen. En dan weer leven. Oneindig.
Het gaat over de wilde natuur van de vrouw en al haar lagen. De rivier onder de rivieren (Rio Abojo Rio). Archetypen, Jung, mythen, cultuur.

ademen
Oja, ademen. Dat was best een ding voor me de afgelopen maanden. Dat ik merkte dat ik mijn adem inhield. Dat het ademen niet automatisch ging. Dus ondanks al dat ik heb gedaan en gezien, gaat de meeste energie naar ademhalen.
De zon die schijnt, is helpend. Ik kan me niet herinneren dat de zon me ooit deze warmte heeft laten voelen. Vroeger gaf de zon me vaak felheid in mijn ogen, een rodere huid en zweet onder mijn oksels. Nu zet ik mijn zonnebril op en lijkt de zon wat zachter, wat meer in haar kracht.

een dag vol

Soms overvalt het me. Een weemoedig gevoel. Het gebeurde gisteren toen ik door de winkelstraat van Valkenswaard liep. Het komt onverwacht. Het wordt niet aangekondigd, het is niet gepland en dan is het er opeens. Niet per se verdrietig of niet oké. Het gebeurt en het is.

De vroege vroege dag begon met een fantastisch helder fluitconcert van de vroege vogels die voor mijn huisje tegelijkertijd met mij wakker werden. Vervolgens ontdekte ik per auto nieuwe paden die me leidde naar het terugbrengen van het boek Lentetuin van Tomoka Shibasaki (oordeel: mwah) naar de bibliotheek van Valkenswaard. Bij het naar buiten lopen stond er een ideaal bankje in de zon en daar at ik een banaan als ontbijt. Ik kreeg een ‘smakelijk eten’ van een lieve mevrouw met haar hond en een aansluitend gesprekje over het weer en wat een mooie dag het was.

Al zittend daar in het zonnetje ontving ik een berichtje van de huisbaas met de vraag of hij deze ochtend mijn koelkast zonder vriesvak kon vervangen voor een koelkast met een vriesvak. Ja, fijn. Het vooruitzicht van waterijsjes eten en brood kunnen invriezen, maakte me blij. Het voelt als een cadeautje. Luxe om dat straks weer te kunnen doen. Aangezien ik ook niet zat te wachten om hem op zijn vingers te kijken hoe hij de koelkasten zou wisselen, besloot ik het centrum van Valkenswaard in te lopen. Ik was er nooit geweest en aangenaam verrast door best veel winkels die ik wel kan waarderen. Hier en daar zag ik de grote merken en ook veel unieke kledingboetiekjes.

Mama zou dit wel leuk gevonden hebben. Opeens was die gedachte er. Ja, dat vond ze zeventien jaar geleden leuk. Hebbedingen winkeltjes. Beetje neuzen, rondstruinen, niet echt iets nodig hebben en toch overal even willen kijken. Toen ze nog leefde vond ze het leuk. Had ze het nu, zoveel jaren later nog steeds leuk gevonden? Ik weet het niet. Het bracht voor nu een herinnering aan haar terug en dat was fijn. Hoe onverwachts het ook gebeurde, op die fijne zaterdagochtend in de lentezon was ze even bij me en liep ze met mee door de winkelstraat van Valkenswaard. Vervolgens zag ik een café met een rood DE uithangbordje. Daar ging ze graag naar toe als we in Eindhoven waren, het officiële DE café en dan kon ze haar koffiepunten inwisselen en een cappuccino drinken en een taartje eten. Ik ging naar binnen als troost voor het gevoel van weemoed, even in memorie een kopje rooibosthee drinken en enkele pagina’s lezen in een nieuw boek.

Bij terugkomst in mijn huisje was de koelkast met vriesvak bijna geïnstalleerd, werd de keukenkraan nog wat vaster gedraaid en een haakje aan de buitendeur geplaatst, zodat die niet elke keer wagenwijd open waait als ik frisse lucht binnenlaat. Ik at mijn lunch, liet mijn benen even rusten en besloot toen al fietsend naar de supermarkt te gaan voor mijn gewenste waterijsjes.

Ik fietste een extra lange route met niet geplande omwegen, want de zon was zo fijn. Ik zag het verschil in groenheid om me heen in vergelijking met vorige week. Onderweg staan de bankjes in de zon al op me te wachten, waar ik weer kan gaan zitten om de boeken te lezen die ik wil lezen. Het voelde geruststellend, dat de bankjes er nog steeds staan en dat die dagen en momenten weer gecreëerd gaan worden.

Na thuiskomst waste ik mijn haren, plofte ik met ietwat vermoeide benen op de bank en at ik mijn watermeloenijsje (die toevallig ook nog in de aanbieding was). Wat een geluk!