de warmte en de zon

Ik herinner me die stoel, de warmte van de zon op mijn huid. Het is de zomer van 2007. Geen hitte, maar het zijn aangename warme dagen. Mijn vader en ik logeren in Bergen aan Zee en we fietsen door de heide en de duinen. Op deze fietsdag regent het onderweg en uiteindelijk belanden we in een strandtent in Wijk aan Zee (denk ik) achter de windschermen. De regen stopt en de zon schijnt voorzichtig. Ik drink een appelsap.

Ik weet niet hoe mijn vader en ik tot het besluit zijn gekomen om met zijn tweeën een paar dagen naar Bergen aan Zee te gaan. Ik weet nog wel dit ene moment daar in die zon. Het voelde aangenaam warm. De zonnestralen op mijn huid. Net als een deken die om me heen wordt gelegd. Een gevoel van geruststelling en ontspanning. Een idee dat het wel goed komt. Mijn ademhaling die minder hoorbaar is, omdat de krijsende meeuwen en golven betere geluiden zijn om naar te luisteren.

Veel details zijn zichtbaar op een vastgelegd beeld. Ik onthoud vaak het minuscule, daar heb ik geen foto voor nodig. Soms kan ik geuren en geluiden van dat ene gesprek met die persoon op die locatie terughalen. De dialoog met woorden en mimieken heb ik onthouden.  Mijn hoofd zit vol met details. Soms gebeurt het tegenovergestelde en herinner ik me alleen hoe ongemakkelijk ik me voelde en hoe graag ik ergens niet wilde zijn. Soms zie ik een foto van een lachende Claire en weet ik dat die lach van toen maar één seconde duurde.

Op beeld is iets aan te wijzen en aantoonbaar. Het daarbij behorende gevoel is niet altijd kloppend met wat ik (of de ander) zie. Het is niet te herleiden aan dat wat er waarneembaar is. Ik zoek naar bewijzen van wat ik voel. Wat voel ik? Waar komt het vandaan? Wil ik er iets mee? Het willen verklaren van een gevoel kan frustrerend zijn. Iets voelt verdrietig. Iets voelt angstig. Iets voelt fijn. Iets voelt gelukkig. Punt. Stop met denken en analyseren. Niet elk gevoel hoeft verklaarbaar te zijn of geanalyseerd te worden. Ik heb die neiging wel. Het verklaren van de emotie maakt het van waarde? Nee. Soms is dat wat het is, al dat het is.

Kijkend naar de foto van mij in de zon en onderuit hangend op een stoel lijkt het alsof het leven toen simpeler was. Het beeld doet zonnig en zorgeloos aan. Het is een illusie. 2007 was een intensief jaar. Periodes van onwerkelijkheid, verdriet en tranen wisselden elkaar af. Het ervaren van een verlies is voor niemand gelijk. Het is niet vast te leggen in een foto. Het is niet te verklaren. Het is wat het mag zijn.

Ik herinner me de zon en de warmte.

[blog eerder gepubliceerd op www.routedeclaire.wordpress.com]

liefde met een parasolletje

Een parasol die beschermt en toch de warmte om me heen laat voelen. Verkoeling voor mijn huid en minder fel licht voor mijn ogen. Vaak kleurrijk om naar te kijken of om af en toe achter te schuilen. Liefde met een parasolletje, een heerlijke titel van een prima boek dat ik afgelopen weekend heb gelezen.

Ik voelde me niet in m’n hum. Dat heb ik soms. Het is dan een gevoel wat daar is en met me is. Voor mij is het de kunst om het niet weg te duwen of te negeren. De hum te laten in de dag zoals de dag is.

De ochtend begon met de lichtelijk vervelende taak om terug te gaan naar de opticien, omdat beide brillen niet lekker achter mijn oor zaten. Ik vond vervolgens een fijne, nieuwe pyjamabroek. Ik heb afscheid genomen van de lichtblauw gestreepte katoenen broek met rode hartjes die al jaren overal met me mee naar toe gaat. Die ontelbaar keer is gewassen en heeft gehangen en gedroogd op al de plekken die ik heb bezocht. De scheuren waren niet meer te maken. De nieuwe is legergroen in een panterprintje, zacht stofje en heeft als bonus steekzakken.

Bij de supermarkt hadden ze net niet dat ene brood waar ik naar uitkeek. Wel hadden ze een gebakje met 35% korting en daar ontstond het idee om naar huis te fietsen, mijn thermoskan met kamillethee te vullen en te fietsen naar dat ene bankje waar ik een aantal weken daarvoor ook zo fijn had gezeten. De dag had verder geen planning. M’n hum is m’n hum. Ik kan allicht kijken en even zitten op dat bankje om te zien of het iets met me doet. In ieder geval een kopje thee drinken en gebakje eten met ander groen om me heen om naar te kijken. De thermoskan alleen al was een fijne gedachte. De kan met thee die bijna elke zaterdag mee ging naar school en nu al weer enkele weken niet in mijn tas heeft gezeten.

Bij terugkomst in mijn huisje zette ik eerst theewater aan, boodschappen opgeruimd en rode linzen in het water laten weken voor de soep van die avond. Alles bij elkaar rapen van een boek tot een pen tot een puzzelboekje tot een theedoek en de zonnebril. Een kwartier later zat ik weer op de fiets, toen pas denkend en hopend dat er niemand op dat ene bankje zou zitten. Ik dacht meteen aan een back-up bankje dat vijf minuten verder fietsen is. Het was niet nodig. Bij aankomst stond het bankje leeg. Wachtend op mij? De zon valt ideaal rond het tijdstip van 11.00u. Niet vol in mijn gezicht, wel de warmte op mijn rug. Ver genoeg van de rijbaan aan een niet al te drukke weg en toch genoeg fietsers, motoren, auto’s, Jumbo vrachtwagentjes en skeelers die om de zoveel minuten elkaar afwisselen. Bijna iedereen lacht, steekt een hand op of zegt goedendag.

Ik pak alles uit mijn fietstas en leg het naast me neer. Mijn thee schenkt zonder knoeien, het gebakje is niet te zoet en uitstekend passend bij de kamille. Zucht. M’n hum is niet weg, maar samen met mijn hum op het bankje voelt ie toch anders. Ik sla mijn boek open waar ik al vijf keer eerder dit jaar een poging heb gewaagd om verder te lezen. Ik begin weer bij het begin, de eerste bladzijden herinner ik me niet meer. Het verhaal is zomers. Het gaat over twee zussen, een oma die overlijdt, een ijssalon, de regen in Engeland, de zon in Italië en twee mannen en twee vrouwen die wel of niet de liefde vinden bij elkaar. De titel is fantastisch, de inhoud prima om zo maar even te lezen als afleiding. Waar de titel vandaan komt, kan ik niet terughalen uit het verhaal. Wel weet ik dat ik daar bijna twee uur op dat bankje heb gezeten met mijn kopjes kamillethee, boek, zonnebril en mijn hum.

Zomaar op een dag tussen het ruisend gras.

de spinnenwebben in de heg

Al fietsend ga ik in de ochtendzon, de dauw of met een wolkendek boven mijn hoofd naar mijn werk. Ik fiets de route gemiddeld drie keer per week. Heen en weer en op en neer. Elke keer zie ik weer iets nieuws en elke keer zie ik iets van hetzelfde.

In de ochtend loopt dezelfde mevrouw, rond dezelfde tijd, vaak in hetzelfde lichtblauw vest me tegemoet. We zijn van een knikje, naar vriendelijk lachen en nu naar een mompelende goedemorgen met glimlach gegaan. Wellicht is het over een week een volle vrolijke goedemorgen? Tevens zie ik een man op de fiets elke ochtend (!) en bijna elke middag in tegenovergestelde richting. We kruisen elkaar onderweg op verschillende punten. Ik denk dat hij een strakker schema heeft dan ik, want ik kom hem steeds vaker dichterbij mijn huis tegen en mijn gevoel van op tijd willen zijn is wat soepeler geworden. We zeggen niets en knikken niet. Aan de andere kant zou het me verbazen als het hem ontgaan is dat we vaak op hetzelfde tijdstip van en naar werk fietsen.

Ook weet ik ondertussen waar een poes moeder is geworden van kittens. In de ochtend zie ik ze soms. In de middag liggen ze negen van de tien keer op het erf verspreid, in hun verschillende kleurende vachten, onder de boom in de schaduw. De picknicktafel is bij goed weer altijd bezet door fietsers. De aardbeien die gekocht kunnen worden bij de boer heeft zijn luiken in de ochtend gesloten en in de middag staan op de parkeerplaats altijd enkele auto’s en fietsen en zie je mensen zoeken naar de beste aardbeien in de muur.

Ik leef op bij de ochtendfrisheid van de dag. Heerlijk die koelte, ietwat zon en heldere lucht. Ik zie oneindig veel groen, bomen en bloemen. Ik besef dat ik altijd op hetzelfde stukje fietspad probeer te luisteren naar die ene vogel met dat andere geluid en of die er op die dag ook is.

Van de week zag ik links van mij de spinnenwebben in de heg. Waren die er gisteren ook al? Hoe lang doet een spin over het maken van een web? Zijn het dezelfde spinnen, heeft elke heg spinnenwebben? Ik zag de webben ’s ochtends. De volgende ochtend keek ik weer naar dezelfde plek en ze zaten er nog steeds. Of waren het er meer geworden? Ik keek naar links en naar rechts of er in andere soort heggen ook spinnenwebben zouden zijn. Ik werd verrast met twee kabouters in een boomstam. Ik fiets toch al ruim twee maanden langs deze route en ik heb ze nog nooit gezien. Ik kan ze vanaf nu ook niet meer niet zien. Ik zoek ze op met mijn ogen als ik weet dat ik in de buurt kom. Zouden meer mensen dit zien? Ik hoop het. Het is een leuke verrassing voor ieder.

In de middag ben ik wat minder bezig met al het groen en de vogels. De wereld is dan drukker en ik beweeg me voort in een gestaag tempo. Ik laat de (werk)dag aan me voorbij gaan en daarvoor is de fietstocht ook ideaal. Ergens halverwege is er wel een fietsenteller. Hoeveel fietsen er elke dat op dat punt heen en weer gaan. Ik probeer elke dag te onthouden welk nummer ik ben. Bij thuiskomst ben ik het weer vergeten. Totdat ik de volgende dag weer heen fiets en denk: oja, wat was mijn nummer van gisteren?

Soms is het letterlijk stil gaan staan bij wat er is. Wat ik zie. Een foto te maken van een tafereel wat ik bijna dagelijks zie verschijnen als ik die specifieke bocht volg in de weg. Qua kleuren, bomen, bloemen, wolken, zon en blauwe lucht zijn het voor mij plaatjes om te koesteren.

It is the unknown around the corner that turns my wheels.

Heinz Stücke