liefde met een parasolletje

Een parasol die beschermt en toch de warmte om me heen laat voelen. Verkoeling voor mijn huid en minder fel licht voor mijn ogen. Vaak kleurrijk om naar te kijken of om af en toe achter te schuilen. Liefde met een parasolletje, een heerlijke titel van een prima boek dat ik afgelopen weekend heb gelezen.

Ik voelde me niet in m’n hum. Dat heb ik soms. Het is dan een gevoel wat daar is en met me is. Voor mij is het de kunst om het niet weg te duwen of te negeren. De hum te laten in de dag zoals de dag is.

De ochtend begon met de lichtelijk vervelende taak om terug te gaan naar de opticien, omdat beide brillen niet lekker achter mijn oor zaten. Ik vond vervolgens een fijne, nieuwe pyjamabroek. Ik heb afscheid genomen van de lichtblauw gestreepte katoenen broek met rode hartjes die al jaren overal met me mee naar toe gaat. Die ontelbaar keer is gewassen en heeft gehangen en gedroogd op al de plekken die ik heb bezocht. De scheuren waren niet meer te maken. De nieuwe is legergroen in een panterprintje, zacht stofje en heeft als bonus steekzakken.

Bij de supermarkt hadden ze net niet dat ene brood waar ik naar uitkeek. Wel hadden ze een gebakje met 35% korting en daar ontstond het idee om naar huis te fietsen, mijn thermoskan met kamillethee te vullen en te fietsen naar dat ene bankje waar ik een aantal weken daarvoor ook zo fijn had gezeten. De dag had verder geen planning. M’n hum is m’n hum. Ik kan allicht kijken en even zitten op dat bankje om te zien of het iets met me doet. In ieder geval een kopje thee drinken en gebakje eten met ander groen om me heen om naar te kijken. De thermoskan alleen al was een fijne gedachte. De kan met thee die bijna elke zaterdag mee ging naar school en nu al weer enkele weken niet in mijn tas heeft gezeten.

Bij terugkomst in mijn huisje zette ik eerst theewater aan, boodschappen opgeruimd en rode linzen in het water laten weken voor de soep van die avond. Alles bij elkaar rapen van een boek tot een pen tot een puzzelboekje tot een theedoek en de zonnebril. Een kwartier later zat ik weer op de fiets, toen pas denkend en hopend dat er niemand op dat ene bankje zou zitten. Ik dacht meteen aan een back-up bankje dat vijf minuten verder fietsen is. Het was niet nodig. Bij aankomst stond het bankje leeg. Wachtend op mij? De zon valt ideaal rond het tijdstip van 11.00u. Niet vol in mijn gezicht, wel de warmte op mijn rug. Ver genoeg van de rijbaan aan een niet al te drukke weg en toch genoeg fietsers, motoren, auto’s, Jumbo vrachtwagentjes en skeelers die om de zoveel minuten elkaar afwisselen. Bijna iedereen lacht, steekt een hand op of zegt goedendag.

Ik pak alles uit mijn fietstas en leg het naast me neer. Mijn thee schenkt zonder knoeien, het gebakje is niet te zoet en uitstekend passend bij de kamille. Zucht. M’n hum is niet weg, maar samen met mijn hum op het bankje voelt ie toch anders. Ik sla mijn boek open waar ik al vijf keer eerder dit jaar een poging heb gewaagd om verder te lezen. Ik begin weer bij het begin, de eerste bladzijden herinner ik me niet meer. Het verhaal is zomers. Het gaat over twee zussen, een oma die overlijdt, een ijssalon, de regen in Engeland, de zon in Italië en twee mannen en twee vrouwen die wel of niet de liefde vinden bij elkaar. De titel is fantastisch, de inhoud prima om zo maar even te lezen als afleiding. Waar de titel vandaan komt, kan ik niet terughalen uit het verhaal. Wel weet ik dat ik daar bijna twee uur op dat bankje heb gezeten met mijn kopjes kamillethee, boek, zonnebril en mijn hum.

Zomaar op een dag tussen het ruisend gras.

Plaats een reactie