
als het leven


Vanochtend schreef ik met pen op papier de datum van vandaag: 17 maart 2023. Op dat moment besefte ik dat vandaag de sterfdag van mijn moeder is. Zestien jaar geleden was de dag, laat in de avond tegen middernacht, dat we afscheid van haar namen.
Afgelopen dagen heb ik wel aan de datum gedacht. Vanochtend stond ik niet op met deze datum als eerste gedachte. Ik zag in de vroege ochtend een roodborstje op het hoogste puntje van de vogelvoerpaal zitten en ik legde niet de connectie. Ik dacht er pas bewust aan toen ik met de hand de datum van 17 maart opschreef.
En nu ik deze woorden tik en ik kijk rechts uit mijn raam, zit daar weer een roodborstje. Op zoek naar eten en snel bewegend over het gras. Ik verleg mijn blik en ik kijk naar de wit/roze tulpen die ik kocht, omdat ik er zin in had. Gisteren hingen de stengels zo laag op de tafel dat ik dacht ze niet meer overeind zouden komen. Vandaag staan ze best al wel weer fier overeind.
Met elk jaar dat sinds 2007 is voorbij gegaan, is mijn leven veranderd. Ik denk op dagen als deze vaak aan van alles wat ik heb meegemaakt en waar ze niet meer bij is geweest. Soms stelt het me gerust als ik denk dat ze toch nu en dan meekijkt en meeleeft. Waar ze dan ook is. Soms wil ik niet dat ze zou zien wat ik wel en niet heb gedaan. Jaren die vol zaten met ontmoetingen, reizen, nieuwe woonplekken en werk. Jaren, weken, dagen waarbij tranen, verdriet, gemis, vrijheid, persoonlijke overwinningen en nieuwe herinneringen zijn ontstaan. Ik leef zestien jaar zonder haar.
Herinneringen brengen iets troostends. Meestal denk ik aan mijn moeder in de vorm van fijne en liefdevolle herinneringen, blije momenten die we samen hebben beleefd. Het verdriet van de jaren van haar ziek zijn en de laatste maanden voor haar dood komen weleens voorbij, maar vullen niet het merendeel van mijn gedachten.
De herinneringen die nu gemaakt worden door ontmoetingen met mens (en dier) en door ervaringen – leuke dagen, verdrietige momenten- zijn wat ons verbindt en ook wat later (ooit) de herinneringen zijn waar we aan gaan terugdenken als de een of de ander er niet meer is. Voor mij werkt het troostend, terugdenken aan herinneringen die ooit zijn gemaakt. Al het mooie én ingewikkelde wat men verbindt met de ander. Het is tevens ook een tegendraads gebeuren. Het verlangen naar een moment van toen en weten dat het nooit meer zo zal zijn op een soortgelijke manier. Het niet meer kunnen vasthouden van iemand van wie je houdt, maakt dat wat ooit was, verdrietig is voor nu. Een gemis en daarnaast voel ik dankbaarheid dat het ooit een moment van samenzijn is geweest.
Soms voelt het allemaal ver weg, herinneringen van toen. Soms is het dichtbij. We hadden elkaar ooit in ons leven en nu niet meer.
Ik herinner me toen ik klein was dat ze allemaal kleine vlechtjes in mijn haar maakte en dan gebruikte ze van die witte lipjes (die horen bij boterhamzakjes) om die aan de uiteinden van de vlechtjes vast te maken en dat ik ging slapen en dat het dan pijn deed aan mijn hoofd als ik op mijn kussen ging liggen en dat ik dan de volgende dag een hele bos met pluizig wafelhaar had. Of het kopje thee dat stond te wachten als ik thuis kwam uit school. Of de hele keukentafel vol met peulen en en doperwten en dat die gedopt moesten worden voor het wecken, de aardbeien die we geplukt hebben. De middagen samen met haar in de stad, winkel in en winkel uit. Of toen ik saxofoon speelde en ze met me meefietste naar de muziekschool en dat ze dan daar op me wachtte, even naar de dichtstbijzijnde ijssalon ging, en vervolgens met me terugfietste door de donkere bossen. Of dat ze op de rand van mijn bed zat om me welterusten te wensen. Of de speculaaskoekjes die we samen bakten. Of onze hond die bij haar op schoot kroop, hoe groot ie ook was. Of die mintgroene vervaagde badjas, die ze bijna elke ochtend aanhad als ze naar beneden kwam. Of dat moment tijdens haar feest dat ze vijftig jaar werd (volgens mij was het toen) en dat ze laat in de avond nog luidkeels meezong met Meat loaf´s Paradise by the dashboard light.
Het laat me glimlachen en huilen op een dag als deze.

een moment van toen
gedragen naar het heden
De korte versie en conclusie van de dag is: ja, ik sta met ruimte voor woorden officieel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel! Ja, je kan mijn naam noemen (graag zelfs) als je iemand ontmoet en denkt dat ik wellicht van betekenis kan zijn in de vorm van:
• begeleiding bij verlies, verdriet, rouw, sterven en levensvragen.
• schrijven van teksten over de dood en het leven. Denk aan: (hulp bij) afscheidsspeech, een persoonlijk gedicht cadeau doen, boekrecensie schrijven, interview afnemen en uitwerken of beschrijving (ervaringsbezoek) van een tentoonstelling / evenement / voorstelling / bijeenkomst die een link heeft met verlies, sterven, de dood en het leven.
CONTACT:
ruimte voor woorden | Claire Faasen
06-28234226 | ruimtevoorwoorden@gmail.com
http://www.ruimtevoorwoorden.com
Dankjewel ♥
De lange versie van deze dag en de (sneeuw) belevenissen, lees je hieronder.
woensdag 8 maart 2023
Het is een dag waarvan ik wist dat er wellicht wat sneeuw zou gaan vallen. Ik had namelijk al vijf scenario’s bedacht van hoe ik van mijn huisje naar de Kamer van Koophandel in Eindhoven zou gaan en of ik überhaupt wel zou gaan. Een afspraak verzetten is altijd een optie.
Het begon in het voorgaande weekend al bij het checken van het weerbericht. Het liefste ga ik namelijk op de fiets naar Eindhoven. De weersvoorspelling veranderde en werd elke keer bijgesteld van regen, naar droog, naar sneeuw en weer regen. Met de auto? Ja, alleen dan wel uitvogelen waar handig te parkeren in het centrum. En de dinsdag voor de woensdag dacht ik aan de trein. Wellicht met de fiets naar station Best en dan ben ik zo in het centrum van Eindhoven? Of desnoods met auto naar station Best (gratis lang parkeren is daar een optie) en dan met de trein? Uiteindelijk besloot ik dinsdagavond laat om woensdagochtend vroeg te kijken hoe het weer zou zijn.
Ik sta op met de woorden: wel, niet, wel, niet, wel, niet, wel, niet. WEL. Ja, ik wil vandaag naar de Kamer van Koophandel. Dus ik ga. Door de sneeuw. En er zitten voor mij een aantal kleine avonturen in deze dag. Werkt mij ov-kaart nog? Hoe en waar kan ik er ook al weer geld opzetten? Is er wel parkeerplek? Is de weg wel veilig? Ben ik op tijd? De grootste onrust, ik wil niet te laat komen. Dus vertrek ik meer dan op tijd en wetende dat ik altijd op het station van Eindhoven nog iets kan drinken (en naar het toilet kan gaan).
En lopen door sneeuw vraagt om bergschoenen, maar ja, dat is niet heel netjes en professioneel voor een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. En toch ook wel passend bij mij, dus ik ga met twee sjaals, handschoenen, rugzak en mijn bergschoenen aan op pad. De route naar het station van Best is door de vele auto’s en een sneeuwbui iets vertraagd en ik heb alle tijd. Voor het lang parkeren is nog een enkele plek beschikbaar en het opladen van de ov-kaart gaat vlotter dan gedacht.
En vervolgens sta ik te wachten op de trein. Oja, dit gevoel van wachten. Niet gemist en toch is dat het reizen met het openbaar vervoer. En gezien worden. Allemaal mensen die je aankijken en zien of niet willen zien. Ook niet gemist. Nog best wel druk qua mensen gezien de sneeuw en de tijd van 09.00 uur. Ik kan niet zitten, maar tien minuten staan en leunen is prima te overzien.
Aangekomen op het station in Eindhoven ben ik te vroeg en dat voelt kalm. Beneden aan de trap van het perron linksaf of rechtsaf? Ik zie links de trap naar boven, naar CoffeeLab. Genoeg plek om te zitten en tevens keuzestress welke plek ver genoeg van de muziekboxen is. Een prachtig uitzicht op de sneeuw die blijft vallen en de taxiplekken waar het een komen en gaan is.
Ik bestel een chai latte. De smaak brengt me terug naar alle koffietentjes die ik in Canada van binnen heb gezien.
Ik schrijf wat gedachtes op om de tijd te overbruggen. Ik maak een woordzoeker en ik kijk uit het raam naar alle mensen die iemand komen brengen of halen bij het station. Ik zie een vader en moeder die hun zoon (ik gok mijn leeftijd) wegbrengen. Moeder krijgt een kus op de wang en omhelzing. Vader steekt zijn hand uit, zoon negeert de hand en geeft een knuffel. Zoon glimlacht. Zoon loopt weg met een koffer en rugzak. Moeder weifelt even en kijkt hem na. Vader loopt ondertussen een rondje om de auto om te inspecteren of de sneeuw geen schade heeft aangericht.
Ik kijk naar de tijd en besluit te betalen, naar het toilet te gaan en de route naar de Kamer van Koophandel te gaan lopen.
Het voordeel van het station in Eindhoven is dat je een stukje onder de grond kunt lopen. De poortjes door gaat makkelijk, behalve dat een Engelssprekende man mij wil volgen, zonder te betalen. Ik stop, draai me om en zeg: back. Hij moppert en loopt de andere kant op. Ik loop na twee seconden door en ben verbaasd dat ik dat woord en in die duidelijkheid heb uitgesproken.
Voorzichtig verder lopend en ietwat glijdend over de sneeuw arriveer ik te vroeg en toch op tijd bij het kantoor. Ik zit nog geen twee minuten en mijn naam wordt genoemd. Een jonge vrouw steekt haar hand uit en stelt zich voor. Ze heeft een leuke (vind ik) kleurrijke rok en hakken aan. De make-up en haarstijl zijn om door een ringetje te halen. Binnen de twee zinnen dat ze praat, zegt ze dat ze mijn naam mooi vindt. Ze heeft altijd gedacht dat als ze ooit een dochter krijgt, wil ze haar Claire noemen. Of Allison. Ja, dat vindt ze ook een mooie naam. Ik loop in mijn bergschoenen met haar mee naar haar plek.
We nemen de vragen en informatie door die ik van tevoren heb ingevuld. Al snel blijkt, dat het wenselijk is als ik één werkactiviteit kies. Niet begeleiding én schrijven. Het is een hobbel waar ik sinds het begin tegenaan loop en de stap om me daadwerkelijk in te schrijven vaak heeft tegengehouden. Ik wil niet kiezen. Ik denk even aan het advies dat iemand me gaf: schrijf je in, dat is het belangrijkste, de rest wordt later wel duidelijk.
Ik kies op papier voor verlies-, rouw- en stervensbegeleiding. De medewerkster is relatief nieuw in haar job en vraagt zich hardop af in welke categorie ruimte voor woorden valt en welke code erbij hoort. Coach? Nee, zeg ik duidelijk. Ik wil niet motiveren of sturen. Ik begeleid, ondersteun en loop mee met iemand op hun weg. Het stelt me gerust dat ze niet weet onder welke code verlies-, rouw- en stervensbegeleiding valt. Met al wat ik heb gelezen en onderzocht bracht het mij precies dezelfde vraag. Waar valt het onder? Ze wil overleggen met een collega die in gesprek is, dus we wachten. Ze stelt een vraag over wat ik exact wil gaan doen. Ik vertel. Ik stel een wedervraag en vervolgens gaat zij vertellen en deelt ze een persoonlijk stukje van haar levensverhaal. De handdruk en felicitaties na een uur maken de inschrijving officieel en het voelt bevestigend. Dankjewel.
De weg terug door nog meer sneeuw gaat gemoedelijk. Ik heb alle tijd. Als ik terug ben op station Best is het de missie om nog wat vogelvoer te kopen en een boterham voor de lunch te vinden. Als ik anderhalf uur later bij mijn huisje ben en de sneeuw al weer aan het smelten is, voel ik me blij. Vandaag is de dag dat ik naar de Kamer van Koophandel ben gegaan.

Ik heb geen foto van het officiële moment van ondertekening. Wel vastgelegd op beeld is het eerste briefje dat nu in de lokale AH hangt.
Ik loop er regelmatig langs en dacht: zal ik? En nu doe ik.