zaterdagochtend koffie

Loop ik wel of niet naar beneden om verse bonen te malen voor mijn ochtendkoffie? Ik loop naar beneden.

De klok geeft 5.21u aan. Ik heb reeds een halve liter water gedronken en een kop groene thee op. Het weer wordt koeler en ik vind het heerlijk. Kopjes thee smaken weer anders en kunnen me van binnen opwarmen. Ik heb op deze vroege ochtend via Google reeds gezocht naar tafelmodelkoelkasten, een losse gaskookplaat en kan er op elke tafelmodelkoelkast een kookplaat? Lange gordijnen met natuurlijke stoffen, lange gordijnrail, roede en oh oh oh welke vloer zal het worden voor die serre? Mijn hoofd blijft voor nu steken op vloer verven en een mooi (groot) vierkant terracotta vloerkleed.

Toen ik vanochtend naar beneden liep voor een eerste toiletbezoek van de dag, stonden de sterren van de nacht helder te stralen boven mijn huisje. Echt helder en echt fijn.

Afgelopen week was het tijdelijk kamperen 2.0 in mijn huis, want de keuken werd vervangen. Het is gedoe, absoluut waar. En ook een soort van oké, want ja wat voor een timing dat mijn huis juist nu in aanmerking komt voor een nieuwe keuken? Het betekent echter wel dat alles wat een soort van plek had gevonden de afgelopen weken, nu weer een totaal andere, tijdelijke plek moest krijgen. Wat heb ik dagelijks nodig en wat niet? Alles ligt verspreid door het huis en zonder dat het echt in een kast of afgesloten ruimte ligt. Boven in de slaapkamer staan nu de waterkoker en koffiezetapparaat, wat servies en bestek. Ook een kleine voorraad aan koffie, thee, crackers en chocolade pepernoten. De koffiebonen en de bonenmaler staan beneden in mijn trapkast. Vanochtend waren de gemalen bonen boven op, dus liep ik weer naar beneden. Ik vond de spullen en mocht voor de eerste keer het nieuwe stopcontact gebruiken in mijn nieuwe keuken.

Ik ervaar vreugde van een nieuw, schoon en wit stopcontact dat werkt. Ja, dat is echt zo. De keuken komt ook met een besteklade, wist ik niet van tevoren. Een verrassing die me om mezelf liet lachen, want wie kan blij zijn met een besteklade? Blijkbaar ben ik dat. Ik.

De keuken oogt met daglicht fris en fijn en licht en helder. Compleet anders dan hoe het was. Beide versies hebben voor mij charme.

Het eindresultaat van de keuken geeft me ook weer een extra zetje om te blijven doen en gaan, want ik zie continue 87 dingen die ik nog wil doen en al de daarbij behorende afwegingen en keuzes qua gordijnen, kleuren, inrichting, afdekplaatjes en planken aan de muur. Vandaag is het in eerste instantie keuken en woonkamer opruimen en schoonmaken. Koelkast kan nog niet terug op z’n plek, want de vloer wordt maandag gelegd, dus dat is niet ideaal of handig. Maar ja, sowieso is de koelkast te groot dus eigenlijk een andere kopen. Maar niet nu. Niet nu in dit moment.

Met trots vertel ik ook dat het toilet weer een toevoeging heeft gekregen. Er hangt ondertussen aan de verwarmingsbuis bij het plafond een kunstplantje en de macramé voor het hanggedeelte heb ik zelf gemaakt.
En oja, het woord van de week is vlechtband. Vlechtband voor de poort in mijn hekwerk.

De koffie pruttelt als ik deze woorden tik. Ik hoor onder mijn raam de buurtkatten hun eerste gevecht van de dag starten. Ik kijk nog een keer naar de slaapkamermuur met mijn eerder gekozen kleur. Ik twijfel, wellicht toch nog schilderen met andere kleur? Die muur met kleur in de serre is wel fijn, alhoewel mijn schilderkunsten van die dag wat minder waren. Als ik dan toch die verf moet kopen voor slaapkamer, kan ik serre muur ook nog wel een keer doen. Toch? En een lamp voor in de slaapkamer en welke kledingkast kies ik nou eindelijk? Lamp in de badkamer. Het wordt eerder donker. Ja, lamp voor badkamer vinden en installeren heeft voorrang.

Het heeft het wel wat, zaterdagochtend koffie drinken in bed.

een dag vol

Soms overvalt het me. Een weemoedig gevoel. Het gebeurde gisteren toen ik door de winkelstraat van Valkenswaard liep. Het komt onverwacht. Het wordt niet aangekondigd, het is niet gepland en dan is het er opeens. Niet per se verdrietig of niet oké. Het gebeurt en het is.

De vroege vroege dag begon met een fantastisch helder fluitconcert van de vroege vogels die voor mijn huisje tegelijkertijd met mij wakker werden. Vervolgens ontdekte ik per auto nieuwe paden die me leidde naar het terugbrengen van het boek Lentetuin van Tomoka Shibasaki (oordeel: mwah) naar de bibliotheek van Valkenswaard. Bij het naar buiten lopen stond er een ideaal bankje in de zon en daar at ik een banaan als ontbijt. Ik kreeg een ‘smakelijk eten’ van een lieve mevrouw met haar hond en een aansluitend gesprekje over het weer en wat een mooie dag het was.

Al zittend daar in het zonnetje ontving ik een berichtje van de huisbaas met de vraag of hij deze ochtend mijn koelkast zonder vriesvak kon vervangen voor een koelkast met een vriesvak. Ja, fijn. Het vooruitzicht van waterijsjes eten en brood kunnen invriezen, maakte me blij. Het voelt als een cadeautje. Luxe om dat straks weer te kunnen doen. Aangezien ik ook niet zat te wachten om hem op zijn vingers te kijken hoe hij de koelkasten zou wisselen, besloot ik het centrum van Valkenswaard in te lopen. Ik was er nooit geweest en aangenaam verrast door best veel winkels die ik wel kan waarderen. Hier en daar zag ik de grote merken en ook veel unieke kledingboetiekjes.

Mama zou dit wel leuk gevonden hebben. Opeens was die gedachte er. Ja, dat vond ze zeventien jaar geleden leuk. Hebbedingen winkeltjes. Beetje neuzen, rondstruinen, niet echt iets nodig hebben en toch overal even willen kijken. Toen ze nog leefde vond ze het leuk. Had ze het nu, zoveel jaren later nog steeds leuk gevonden? Ik weet het niet. Het bracht voor nu een herinnering aan haar terug en dat was fijn. Hoe onverwachts het ook gebeurde, op die fijne zaterdagochtend in de lentezon was ze even bij me en liep ze met mee door de winkelstraat van Valkenswaard. Vervolgens zag ik een café met een rood DE uithangbordje. Daar ging ze graag naar toe als we in Eindhoven waren, het officiële DE café en dan kon ze haar koffiepunten inwisselen en een cappuccino drinken en een taartje eten. Ik ging naar binnen als troost voor het gevoel van weemoed, even in memorie een kopje rooibosthee drinken en enkele pagina’s lezen in een nieuw boek.

Bij terugkomst in mijn huisje was de koelkast met vriesvak bijna geïnstalleerd, werd de keukenkraan nog wat vaster gedraaid en een haakje aan de buitendeur geplaatst, zodat die niet elke keer wagenwijd open waait als ik frisse lucht binnenlaat. Ik at mijn lunch, liet mijn benen even rusten en besloot toen al fietsend naar de supermarkt te gaan voor mijn gewenste waterijsjes.

Ik fietste een extra lange route met niet geplande omwegen, want de zon was zo fijn. Ik zag het verschil in groenheid om me heen in vergelijking met vorige week. Onderweg staan de bankjes in de zon al op me te wachten, waar ik weer kan gaan zitten om de boeken te lezen die ik wil lezen. Het voelde geruststellend, dat de bankjes er nog steeds staan en dat die dagen en momenten weer gecreëerd gaan worden.

Na thuiskomst waste ik mijn haren, plofte ik met ietwat vermoeide benen op de bank en at ik mijn watermeloenijsje (die toevallig ook nog in de aanbieding was). Wat een geluk!

dit zijn de dagen

Dagen om te fietsen. Lichte oktober zonnestralen op mijn gezicht te voelen, met één hand aan het stuur en met de andere uitgestoken hand de wind onder mijn handpalm voelen. Het laat me glimlachen en naast vragen en twijfels in mijn hoofd brengt het een moment van nu.

Het zijn de dagen om na een regenbui in het bos te wandelen. De regendruppels die van de hoogste bomen, takken en bladeren helemaal naar beneden vallen tot op het groene mos. Ik zag voor mij een roodborstje op het wandelpad zitten, daar weer voor twee wandelaars die even stil stonden en daar weer voor twee reeën met hun witte achterkant, die kalm en lichtelijk verbaasd om zich heen keken. Hoe zijn we hier beland?

De dagen dat de vogels weer hoorbaar fluiten en voor mijn raam verschijnen. De koolmezen, pimpelmezen, vinken, merels en roodborstjes laten zich zien en horen. De kleuren van de bladeren aan de boom veranderen van het heldere groen naar het zachte roodbruine. De ene dag vallen ze dwarrelend, gedragen door een bries. De andere dag bewegen ze zich woest zigzaggend door de lucht, omdat de najaarswind van zich wil laten horen. Alles bij elkaar wordt er een pad gevormd van gevallen bladeren waar ik overheen kan lopen. Soms is het glad en soms knispert het.

Een eerste dag van een nieuwe periode in het jaar dat het hout weer kan branden in de kachel. Waarbij het oefenen is om de aangename temperatuur te creëren, zonder acht aanmaakblokjes te gebruiken. De ochtenden waar ik in het donker licht kan creëren met een kaarsje.

Een seizoen om drempels over te gaan en om op onbekende stoelen een boek te lezen. Dus daar zat ik op een nieuwe plek, in een soort van café restaurant waar het leeg genoeg oogde. Ik waardeerde de keuze uit verschillende soorten theedoosjes en het maakte me blij. Ik las vervolgens de eerste pagina’s van een tot op heden ongelezen boek. Om de zoveel seconden werd het geroezemoes om me heen luider en in plaats van het verhaal te lezen, hoorde ik de verhalen die hardop werden gedeeld. Ik zat erbij en luisterde er naar. Wil ik weg? Blijf wachten, want het komt.* Vervolgens verplaatste ik me naar een buitenstoel. Een open serre en de regen die tikkend viel op het glazen dak boven mij. Waar ik met jas aan en twee sjaals om nog wat meer pagina’s las. Het verhaal speelt zich af in Engeland, ergens aan de kust en ergens rond 1947. Het leest alsof het verhaal niet gebonden is aan een tijd.

Het zijn de dagen dat ik de wind onder de palm van mijn hand wil voelen.

* uit het boek van Sarah Winman: Het laatste jaar van Marvellous Ways