Ik ben een eiland – Tamsin Calidas

Een boek dat ik al meerdere keren had opgepakt, gestart was met lezen en weer had weggelegd. Een boek dat naast veerkracht, dromen en prachtige natuur, ook rauw, grauw, ruw en soms een unheimlich gevoel brengt. Het is een talent dat de schrijver bezit om dat gevoel op meerdere momenten in het verhaal bij de lezer teweeg te brengen. Een boek dat ik niet zomaar ‘even’ kon lezen. Zeker als ik me zelf wat donkerder voel, dan is lezen over emoties en heftige gebeurtenissen niet ontspannend. En dat gezegd hebbende, heb ik de meeste hoofdstukken gelezen in het holst van de afgelopen nachten en grijze ochtenden waar de regen zachtjes viel. Omgeven zijn door het donkere en grijze werkte troostend voor een eilandleven waar ik even onderdeel van was.

Ik ben een eiland gaat over een vrouw die vanuit Londen verhuist naar een klein eiland aan de Schotse kust. In eerste instantie vertrekt ze met haar man en in de latere jaren verblijft ze alleen op een croft op het eiland. Het gaat over het eilandleven en al wat de mensen in haar omgeving (mens en dier) en de natuur met haar doet. Het is haar persoonlijke verhaal. Het gaat over kracht, alleen zijn, eenzaam voelen, verdriet, angsten, liefde, verlangen naar wat je wenst en niet zal ontvangen en hoe leef je dan verder? Het gaat over het leven en de dood.

woorden voor de natuur

Bladzijde na bladzijde blijft de schrijver zinnen opschrijven om de natuur vast te leggen. Het beschrijven van het eiland en al het mooie en schrijnende wat dat met haar doet, is in een oneindige stroom aan prachtige metaforen en soms onbekende woorden vastgelegd op elke pagina. Ik blijf het bewonderen, dat een mens een woordenschat bezit om beeld in woorden uit te drukken.

Op driekwart van het boek merkte ik dat ik op een gegeven moment wel weer wat meer wilde beleven en niet alleen lezen over de natuur in al haar vormen. Alleen bedacht ik een paar regels daarna: het is haar verhaal. Zij wil delen hoe zij het eiland ervaart. Ze heeft veel meegemaakt. De fragmenten waarbij ze deelt wat haar is overkomen, lieten me soms een hand op mijn hart leggen en een traan laten. De hoofdpersoon is op zoek naar haar rust en die vindt ze juist in de natuur om haar heen. Daarnaast is de waarheid dat ik in de woorden die ze er aan kan blijven geven, ik ook de herkenning en herinnering vind. Ze verdwijnt soms in de zee. Letterlijk en figuurlijk. Ik vind het heerlijk om in de zee te verdwijnen. Te kijken naar de woestheid van de golven, het schuim, de kou, het zout op mijn lippen proeven en het zand op mijn huid voelen. Het serene blauw zien, meebewegen met het kabbelende, het eindeloze om naar te kijken, in te verdrinken, het onbekende dat er continue is om te ontdekken en al de vogels die er boven zweven.

Het zegt ook iets over mij, als lezer, dat ik wil dat er iets meer actie is. Tevens weet ik niet wat er dan meer te vertellen zou moeten zijn? Het verhaal is niet van mij. De gedachte dat het leven misschien wel voornamelijk kan bestaan uit het observeren en absorberen wat is? De natuur, de dieren, de seizoenen? Het zijn?

woorden voor het afscheid

De schrijver schrijft wat ie wil. De lezer leest wat ie wil.

Hij zei heel zacht: ‘Ik zal je missen. Het is mij een groot geschenk geweest je te kennen.’

Op de dood wachten brengt een grotere mate van openhartigheid met zich mee als je lucht durft te geven aan al die dingen die je nooit meer zal kunnen zeggen. Het is ook een moment van zwijgen terwijl je heel graag wilt spreken omdat je weet dat ondanks al je inspanningen en liefde, woorden niet meer kunnen helpen.

(Ik ben een eiland, Tamsin Calidas, 2021 – blz. 145)

How to talk to a widower – Jonathan Tropper

Met sarcasme. Humor. Amerikaans. Qua schrijfstijl anders dan anders. Engelse woorden die onbekend zijn, die ik moet opzoeken en gelukkig met de e-book mogelijkheden van nu, snel te vertalen zijn. Het verhaal is bij tijd en wijle bot en grof en met (voor mij te veel) seksuele verwijzingen. De hoofdpersoon heeft zijn vrouw verloren en bevindt zich voor een groot gedeelte in een slachtofferrol en dat erkent ie ook.

Ik heb empathie voor de hoofdpersoon, want hoe raar en krom het ook klinkt, zijn verdrietige en onverklaarbare gedachtes zijn ook herkenbaar. Hij doet en zegt rare dingen. Het lijkt eerlijk geschreven of de lezer het nou wel of niet kan waarderen. De zus van de hoofdpersoon heeft verdriet van een ander verlies. De stiefzoon heeft ook tranen. Zelfs de moeder van de weduwnaar ervaart een verlies. Iedere persoon in het boek, ieder mens in het leven, maakt een verlies mee.

Ooit begon ik met het lezen van dit boek in Augusta, Australië in 2009. In die tijd en tijdens die reis, las ik veel. Ik herinner me dit boek omdat ik het nooit heb kunnen uitlezen, doordat ik het daar kwijtraakte in een openbaar toilet.
Het begon tijdens een bewolkte ochtend in Augusta. Ik had het boek (denk ik) gevonden in het hostel en ik zat op een bankje te lezen. Verwonderd door de woorden die ik las en toch gegrepen door het verhaal. Later op de dag wandelde ik een stukje verder, maakte ik gebruik van een openbaar toilet en ik legde het boek op het toiletrolkastje. Ik zie het nu nog voor me. Ik vraag me af als ik weer in die omgeving zou zijn of ik dan de plek en het toilet weer zou herkennen. Ik had denk ik na een half uur door dat ik mijn boek miste. Ik ben terug gelopen en het boek was al weg.

In die tijd, als ik een boek uit had, schreef ik de titel en de schrijver op de laatste pagina’s van mijn dagboek. Dan had ik na mijn reis een overzicht van alle boeken die ik had gelezen. Ik had dit boek nog niet uit, dus ik had nog niets opgeschreven. De titel was me ontgaan. Het verhaal en de vraag hoe het zou aflopen en de ietwat bizarre humor die ik kon waarderen, zijn bij me gebleven. Een van de weinige boeken waar ik nog wel eens aan dacht, omdat ik het einde wilde weten.

Enkele jaren later zag ik de foto die ik blijkbaar van het boek had gemaakt. Een foto van het uitzicht van het water in Augusta en daarbij bladzijdes van het boek en de titel die zichtbaar zijn. Toentertijd zocht ik online naar het boek en vond ik het, maar ik deed er verder niets mee.
Nu zit ik weer in een fase waarin ik wil lezen, maar wel met een bepaalde zekerheid dat ik het boek leuk vind. Van dit boek wist ik dat ik geïnteresseerd was in het verhaal, dus ik kwam deze week in actie. Ik vond het e-boek via bol.com en ik herkende zelfs de cover. Na wat zoekwerk zag ik ook dat het de schrijver is van het boek: ik rouw van jou. Die titel werd wel eens genoemd tijdens mijn opleiding. Ah, oké. Zo ontstaan cirkels.

Ik ben het nu dus aan het lezen, geen idee nog hoe het afloopt. Ik kan niet zeggen dat ik de zinnen of woorden herinner, maar ik gniffel af en toe. Ik herinner me dat ik toen ook gniffelde, daar op dat bankje in Augusta in Australië in 2009.

How to talk to a widower
Jonathan Tropper
ISBN 9781409136910
2011 (e-book versie, 1e publicatie 2007)

in het kleine

Wat als de dood dichtbij komt? Wat als die opeens voor me staat? Door een plotselinge ziektediagnose of als iemand die me dierbaar is, slecht nieuws krijgt? De wereld, mijn wereld, de wereld van mijn dierbare is dan opeens anders. Anders dan eerst. Anders dan dat het ooit weer zal zijn. Wat zijn dan de vragen die ik mezelf zou stellen? Heb ik ‘goed’ geleefd? Wil ik nog iets doen? Voor mezelf of voor de ander? Wil en kan ik dan nog meebewegen om het leven te verlengen?

Ik bevind me nu niet in zo’n situatie. Toch zijn het vragen die ik mezelf af en toe stel en eventuele antwoorden die daar op volgen, komen zo nu en dan terug in mijn gedachten. Het is gekoppeld aan de vraag: wat wil ik? Wat wil ik nog doen, voelen, ervaren, meemaken in dit leven?

Bij antwoorden op grote vragen over bijvoorbeeld werk en wonen loop ik regelmatig vast. Het is voor mij een kwestie van zoeken, proberen, doen, niet doen en dan weer wat anders doen. Het zijn oneindige wegen om te bewandelen en ik blijf ze lopen.

In het kleine is het voor mij helder en fijn. Het is zichtbaar en voelbaar. Elke keer verrast het me dat ik het subtiele blijf zien en van dichtbij kan beleven.

Ik zit deze ochtend op een bankje in de zon in de Kampina met uitzicht op het Dal van de Beerze. Ik hoor en zie allerlei vogels in de lucht en in de bomen. Van dichtbij en op afstand. De gele en witte vlinders fladderen vrij om me heen. Een kleine, zwarte spin zit naast me op de houten bank. Een mug zoemt om mijn oren en de kever op de aarde is druk bezig om zijn nieuwe weg te vinden, omdat ik zojuist mijn schoen ergens heb neergezet en ie zich noodgedwongen opnieuw moet oriënteren. Ze zijn allemaal klein. Hun wereld, hun thuis, is wellicht niet zover weg van deze bank. De andere kant van hun wereld is wellicht de andere kant van het dal. Het kan lijken op een wereldreis die ze waarschijnlijk nooit gaan maken, afhankelijk van hun levensduur en avontuurlijke zelf. Voor mij is hun wereldreis naar de andere kant van het dal hooguit vijftien minuten lopen. Bij aankomst aan de andere kant van het dal heb ik een ander uitzicht, zij hebben een reis gemaakt en onderweg een grote, nieuwe wereld ontdekt.

Ik heb weinig tot geen overtuigende antwoorden merk ik. De antwoorden die er zijn, zijn er voor een moment. Nieuwe vragen blijven komen. Het is voor mij helpend om te kunnen zien van wat er in een moment is.

Mijn plantje in mijn huisje is een nieuw blaadje aan het groeien. Het viel me vorige week op dat de groei was gestart en elke dag dat ik nu kijk, is er een verschil te zien. En maakt het me blij? Door mijn zorg, kan het plantje groeien. De instructie zei één keer in de week water geven en volgens mij was dat te weinig. Maar ja, dat zei de instructie…Nu geef ik het twee keer per week water. Ik hou niet bij op welke dagen ik water geef. Ik voel de aarde en kijk naar de bladeren om te zien hoe ze ervoor staan.

Komende week begin ik met nieuw werk. Niet veel uren en het is tijdelijk. Er is twijfel en er zijn vragen zonder antwoorden. Wil ik dit? Diep van binnen is het een: nee, dankjewel?

Ik kijk naar de spin die nog steeds naast me zit op de houten bank. Kan een spin zonnen in de zon, verbrandt ie dan?

Rationeel heb ik mijn redenen paraat. Ik kan overtuigend naar mezelf en omgeving verwoorden waarom dit werk een prima keuze is voor nu. Het is iets nieuws om te ontdekken, proberen en maar zien wat het brengt. Het is vaak hoe ik doe en leef. Alhoewel dit allemaal waar is, beland ik in beredeneren, analyseren en duidelijke antwoorden willen vinden op mijn vragen. En die zijn er niet, want ik weet het niet. Totdat ik het doe.

Ik besef dat voor mij de zin, de rust en de ruimte in het leven (onder andere) zit in het zitten in de ochtendzon op dit bankje met een spin naast me die aan het zonnen is. In de verte laat de koekoek van zich horen. Een toom ganzen vliegt over. Een bromvlieg en een ander klein insect landen op mijn trui.

Vanochtend tijdens het fietsen van de bekende route zag ik de vijver met de witte assepoester eenden. Nieuw waren de zes (zeven?) zwarte, donzige en hele kleine eendjes zwemmend in het water. Even verderop stonden drie alerte (edel?) herten in een weiland naar me te kijken. Wie maakt de eerste beweging? In een andere wei zag ik een jong veulen in het groene gras liggen en stond haar moeder dicht bij haar.

Ik kan het niet laten om dit soort taferelen te blijven zien en beschrijven.

Ik zie het leven in de natuur.