niet meer hier

Het hout knispert in mijn kachel. Buiten ruikt het naar vers gemaaid gras. Ik ben een middag vrij, het is fris en mijn voeten zijn koud. Mijn pastawater is aan het koken en ik denk weer even aan hen. Aan hen en de mensen die ik heb mogen ontmoeten tijdens mijn reizen. Gesprekken en een gevoel zijn vaak terug te brengen naar een omgeving en een plek in mijn gedachte.

Met sommige mensen van mijn reizen heb ik hier en daar nog contact. Vorige week kwam het bericht via Facebook voorbij dat iemand, die ik ooit ruim dertien jaar geleden drie dagen tijdens een tour in de Outback van Australië heb ontmoet, is overleden. Zo maar, opeens, ineens, plotseling. Vrienden hadden een paar dagen niets van hem gehoord, ze gingen kijken in zijn huis en hij bleek overleden (waarschijnlijk aan een beroerte).

Ik herinner me zijn goede humeur. Iemand die het makkelijk maakte om bij te zijn. Met zijn brede lach deelde hij met passie en plezier verhalen over zijn werk. Hij reisde over de hele wereld mee als begeleider voor schilderijen voor het Dalí museum.

Het is een rare gewaarwording merk ik. Een besef dat iemand die ik even ooit ergens in een moment van tijd in een unieke omgeving heb ontmoet en nu niet meer hier is. Diegene is weg van hier en ergens anders naar toe. Voorheen was hij ook niet hier hier en leefde hij zijn leven op een andere plek op deze aardbol. Het laat me terugdenken aan al de mensen die ik heb ontmoet en nu (misschien) niet meer hier zijn.

Een zelfde gevoel had ik een paar jaar geleden ook al toen ik (wederom via Facebook) vernam dat een vrouw die ik in Edinburgh had ontmoet, was overleden. Ik logeerde in haar huis de eerste week toen ik met Paul en zijn gezin ging werken. Ik had nog geen vaste woonplek gevonden en haar kamer was licht en ruim (en met een bushalte voor de deur). Ze vertelde me haar verhaal, over haar ziekte, over haar niet meer kunnen werken en haar scheiding. Ik herinner me vooral haar kleuren. Ze kleedde zich prachtig en keek me aan met bruine ogen. Later in de daaropvolgende weken, toen ik een nieuwe woonplek had gevonden, zijn we nog een keer koffie gaan drinken en hebben we samen door het park gewandeld.

Het is het onverwachte aspect en ook het besef dat het mij (en ieder ander) ineens kan overkomen. Er niet meer zijn. Het is een ongrijpbaar gevoel. Ik heb regelmatig aan ze gedacht deze week. Toen ik fietste in de zon en even dacht: dit doen zij niet meer, fietsen in de zon. Niet meer. Niet meer hier.

What though the radiance which was once so bright
be now forever taken from my sight.
Though nothing can bring back the hour
of splendor in the grass, glory in the flower;
We will grieve not, rather find
strength in what remains behind;

William Wordsworth (1770 -1850
)

de plek waar

Het begon vanochtend zoals het vaak begint op een vrije en zonnige dag. Een stukje fietsen met van tevoren de gedachte om niet te ver en niet te lang te gaan. Gewoon om er even uit te zijn en uit voorzorg toch ook een flesje water mee. Richting kanaal en dan misschien daar dat rondje, dat is leuk, waar ik toen ook met mijn vader langs die kartbaan ging en ook een stukje door de bossen.

Onderweg bedenk ik me dat als ik toch richting hier fiets, dat ik misschien toch even naar die plek aan de rand van Eindhoven kan fietsen waar ik morgen een gesprek heb voor een tijdelijke baan. Even weten hoe ver het is, kan ik er op de fiets naar toe, waar is het precies, hoe voelt het? De eerste bekende straten van Eindhoven zijn zichtbaar. Oja, hier ben ik wel eens eerder geweest, beetje links aanhouden, daar die weg over en dan nog iets verder links. Ja, oh, prima plek zo te zien. Mocht ik de baan leuk vinden en de mensen die daar over beslissen vinden mij ook wel leuk, dan is dit dé fietsroute. Qua reis- en fietsafstand kan ik het niet beter treffen. Elke dag een prachtige, groene route langs het water om te fietsen.

Nu ik hier toch ben, even daar naar rechts. Hier een cafetaria, zit er nog steeds (uitstekende friet) en daar ja, daar die woning. De omgebouwde garagebox waar ik een kleine twee jaar heb gewoond. Mensen lachen met me mee als ik vertel over die woning en toch is het écht een omgebouwde garagebox. Prima eerste plek en was toen ook op ideale fietsafstand naar de hogeschool. Nu ik er toch ben, fiets ik ook maar die kant uit. En dan kan ik vandaaruit ook nog door naar die andere woonplek.

Ik fiets dezelfde route als jaren terug. De weg is nog steeds (en wellicht nog meer) hobbelig met vele kuilen en boomstronken die omhoog willen groeien door het ooit gladde asfaltfietspad heen. Nu ik er fiets, word ik herinnerd aan de vele (rode en iets minder groene) verkeerslichten op deze route. Daar is dat huis waar ik ooit aanbelde toen ik een lekke fietsband had. Daar die tennisvereniging waar ik ooit competitie speelde tegen een team van mensen die leuk speelde, maar minder leuk was om mee te borrelen. Ik neem een afslag en vraag me voor tien seconden af of de school verplaatst is. Nee, niet verplaatst, ik ging te vroeg naar rechts. Het was inderdaad toch bij die rotonde. De bureaustoelen en tafels zijn nog steeds zichtbaar vanaf de straatkant en het lijkt er op deze dag kalm en vredig uit te zien.

Door naar dat fijne huisje aan de rand van Eindhoven, dichtbij de bossen. Ik fiets langs huizen die zijn opgeknapt en waar ik me toen en nu nog steeds wel zie wonen. Kleine versies van Pipi Langkous huizen. Daar die zaak waar ik vaak ’s avonds laat, na het wegbrengen van HelloFresh maatlijdboxen in België, nog wat warme friet (of patat?) kon halen. Door dat ene steegje en daar is die fijne plek. Ik denk dankbare gedachtes als ik terugdenk aan toen en dat ik daar heb gewoond. Ooit vond ik de plek via Marktplaats. Het voelde als een vakantiehuisje. Ik denk ook aan lieve Balou (hij is niet meer), de hond waar ik op mocht passen wanneer de huiseigenaren weg waren.

Ik fiets weer verder. Even kijken bij die plek waar ik zo vaak heb gewandeld. Het is bijna niet veranderd, nog net zo groen. Ik kijk hier op de fietsroutenetwerkkaart om te zien hoe ik bij dat ene stuk kan komen vanaf hier, en wat vorige keer zo fijn fietste. Ondertussen ben ik al bijna twee uur onderweg en de accu van mijn fiets is nog op voldoende sterkte. Ik drink wat water en vervolg de weg.

Ik herinner me dat het toen fijn voelde en nu ik er weer fiets ben ik blij dat ik toen hier mocht zijn. Het is allemaal vaag bekend gebied met hier en daar nieuwe stukken. De nieuwe stukken geven me een glimlach. Dichtbij en toch net verder weg dan eerst. Iets nieuws en iets fijns zijn een fijne combinatie op deze zonnige woensdagochtend. Ik zie allerlei plekjes, hoekjes, kanalen, huizen en onverwachte bloem-,aardbeien- en eierverkooppunten bij de boeren op het erf.

Ik kom aan bij het punt waar ik wilde uitkomen. Taxi rijden heeft me een richtingsgevoel laten ontwikkelen waar ik nog vaak op kan vertrouwen. Ik herken dit van een paar weken geleden. Hier weer rechts en dan even lekker zoevend over het smalle pad dat aan beide kanten vol staat met hoge bomen met vele takken en groene bladeren.

Ik zie het bankje in de zon. Ik twijfel een paar seconden en stop dan toch. Ik herinner mezelf eraan dat ik geen haast heb. Alhoewel ik nu ook wel klaar ben met deze fietstocht. Even zitten kan helpen, paar slokken water is fijn en de zon en de warmte zijn helpend om minder haast te voelen. Oh en de vogels, dat bedenk ik me als ik een paar minuten zit. Het geluid is gelijk aan hoe ik vanochtend opstond. Vogels in overvloed (in galore). Als ultieme bevestiging waarom ik (blijkbaar) toch op dat bankje ben gaan zitten, komt er een meneer langsfietsen en die zegt tegen zijn mederijder: ja, hier zitten altijd zo veel vogels, elke keer als ik hier fiets. Je hoort ze altijd.

Ik zoek even op hoever het nog fietsen is vanaf hier. Nog 16 kilometer oftewel 40 minuten. Ik ken de weg en wil het ook niet langer later duren dan nodig is. Bijna thuis kom ik nog in een meute van oranje geklede mensen terecht. Ik ben blij voor ieder oranje gekleed mens en ik snap het feest(gevoel). Toch besluit ik af te wijken van de geplande weg om niet per ongeluk in het kanaal te hoeven fietsen.

Anderhalf uur werd bijna vier uur. De route ging anders dan gepland. De herinnering aan de herinneringen voelen vertrouwd.

Ik denk dankbare gedachtes.

klankschaal vol rammelende vogels

Vogels zijn de laatste tijd in mijn hoofd. De geluiden die ze maken, waar ik ze zie vliegen, hoe ze eruit zien, hun snelheid en de plekken waar ze rusten op de takken. Ik associeer veel met vogels. Ik zie en hoor ze overal.

Toen ik gisteren op school was, zat ik in de pauze buiten op het schoolplein. Ik zat op de bank van zo’n typische picknicktafel waar de tafel en bank verbonden zijn, in de zon en in de wind. Mijn lege boterhamzakje vloog onverwacht weg, ondanks dat ik er mijn tas op had gelegd. De zon en de wind op mijn gezicht was fijn. Ik hoorde geen vogels. Het viel me op dat ik ze niet hoorde. Ik zag wel een enkeling vliegend door de lucht, te ver weg om te bepalen welke het was.

In de middag waren er verschillende gastsprekers, mensen uit het werkveld. Ik kon zelf kiezen naar wie ik toe ging. De eerste was qua inhoud niet mijn ding. Ik zag wel haar overtuiging, passie en inhoudelijke kennis. Ik bewonder mensen die weten wat ze willen. Ik zag dat ze stevig staat en weet waar ze naar toe wil.

De spreker van de tweede bijeenkomst maakt me blij. Ze liet me meerdere keren glimlachen. Een vrouw van mijn leeftijd met een persoonlijk verhaal en een betrokkenheid die zichtbaar was door middel van haar spreken. Het was wat ze zei en tevens wat ze niet zei. Klankschaal vol rammelende vogels zijn dat écht de woorden die ze sprak of zijn het de woorden die ik ervan heb gemaakt? Voor mij een prachtig gegeven om iemand te zien waarbij ik me kan voorstellen dat zij als mens (en ook in haar werk) veel mensen bereikt die steun zoeken.

De laatste was niet gepland. Ik wilde naar huis, ik liep tegelijkertijd samen met een klasgenoot op en we belandden uiteindelijk nog bij een derde spreker. Een grotere groep en tevens was er kalmte. De vrouwelijke spreker zei tot twee keer toe dat het zo stil was. En dat was het ook en voor mij geen ongemakkelijke stilte, meer een gemoedelijke stilte. Ze vertelde over haar eigenheid en hoe ze met de tijd meer comfortabel werd met haar eigen ik. Ze doet niet meer alsof of wat er verwacht wordt (kan ze ook niet meer), maar ze doet haar eigen ding en vertrouwt daar op. We mochten op het einde een steen uitkiezen en een kaart omdraaien. Ik koos op basis van kleur een donkerblauwe steen, een sodaliet. Mijn kaart zei avontuur. De zin die daar onder andere bij hoort is: niets is zo heerlijk als de wind door je haren te voelen of de zon op je rug.

Op de terugweg in de auto heb ik veel gegeeuwd. Met veel mensen bij elkaar zijn, ben ik niet meer gewend. Een schooldag maakt me fysiek en mentaal moe en dat is oké. Toen ik bij thuiskomst uit de auto stapte, hoorde ik als eerste al de vogels. Een klankschaal vol rammelende vogels.