om niet te vergeten

Het roodborstje zit al wiegend in het hangende vogelvoederbakje te zoeken naar het beste zaadje om op te eten. Kan een vogel kieskeurig zijn in het eten dat hen wordt aangeboden? Ja, is het antwoord. In de vrieskou van de afgelopen dagen zou men denken dat eten, eten is. Ook voor een vogel. En toch maken ze de keuze om te laten liggen wat niet hun smaak is. Het bakje functioneert tevens als eretribune om de zon te zien opkomen. Al starend in de verte door de kale takken van de bomen zien zij en ik dezelfde schoonheid van de morgenstond.

Ik vergeet dingen, zoals dat een capuchon een daadwerkelijke functie heeft. Natuurlijk houdt het de regen tegen, maar het helpt ook tegen de wind en kou. Ik verbaas me daar dan weer over. Alsof het de eerste keer is, dat ik na het opzetten van mijn capuchon merk dat ik het minder koud heb. Oja. Als ik fiets en ik zet mijn capuchon op dan blijft mijn lijf langer warm en worden mijn oren niet zo snel koud. Die capuchon doet echt zijn werk.

Laatst zag ik een roodborstje op het gras zitten bij mijn raam en die haalde een dikke vette worm uit de aarde. Ze keek mij recht aan en slurpte de sliert net zo naar binnen als een mens dat zou doen met een spaghettisliert. Alsof ze wilde zeggen: kijk! Ik kan heel goed voor mezelf zorgen en wormen opslurpen. Zie je me? Ja, ik zie je.

Ik word herinnerd aan de dingen die me een fijn gevoel geven. Eerder deze week las ik wat teksten terug die ik in de afgelopen jaren heb geschreven. Naast dat het fijn is om te weten dat ík dat geschreven heb en het nu terug kan lezen (echt fijn), brengt het ook het gevoel van toen terug. Mijn ervaringen, avonturen en perspectieven vastgelegd in zinnen en teksten die ik zelf heb gecreëerd.

Eerder deze winter ging ik mijn fiets uit het schuurtje halen. Bij het openen van de deur fladderde iets voorbij en zag ik vogelpoep op meerdere zadels liggen. Na enkele ogenblikken van stilstaan in de kleine ruimte verscheen er een roodborstje op mijn stuur. Hoi. Ik liet de deur openstaan en deed een paar stappen achteruit. Ik miste het moment dat ze naar buitenvloog, maar binnen zag ik haar niet meer. Ik haalde mijn fiets van de standaard af, keek achterom en daar zat ze in de heg, fluitend en naar mij te kijken. Dag.

Vanochtend las ik over het gevoel van tevredenheid. Ik herkende het. Dan is er een tijdloosheid en ik merk dat het compleet voelt in het moment en dat het alles is wat ik wil. In die toestand van totale aanvaarding voelt alles van binnen zich tevreden. Als je zo’n moment van tevredenheid vindt wéét je dat, omdat je merkt dat het zo volledig is dat je niets anders meer wilt. Wanneer je merkt dat je weer iets wilt, is dat het teken dat je dat gevoel hebt achtergelaten. (uit het boek: Oog in oog met het leven – Mansukh Patel, John Jones)

   betoverende zonsopgangen en -ondergangen
                 fluitende vogeltjes voor mijn raam
      een kop herfstthee in mijn handen
              de woorden op papier
        de maan en de sterren in de lucht van de nacht
  ontmoetingen aan keukentafels
          een kwispelstaartende hond aaien
               met verwondering een verhaal ontdekken
    fietsend onder de bomen door en wandelen langs de zee
door de regen
   met wapperende haren
       in de zon

het onveranderlijke

Wat zou het onveranderlijke in je zijn? Dat wat in ieder leven hetzelfde zou zijn gebleven, ongeacht het verdere verloop daarvan?*

Na de geboorte wordt men beïnvloed door omgeving, ouders, vrienden, overtuigingen, aangeleerd gedrag, afgeleerd gedrag, gebeurtenissen en allerlei toevalligheden. Maar wat zou ondanks al de verschillende wegen die men kan nemen, vertakkingen die er zijn, nu alsnog een deel van je zijn? Wat als je een andere kleur ogen zou hebben of andere ouders of in een ander land was geboren? Wat is de kern, wat is in je ziel voor altijd bij en met je, ongeacht welke pad je bewandelt en welke mensen in je omgeving zijn?

Wat is het onveranderlijke in mij?

Wellicht de liefde voor natuur is het onveranderlijke in mij? Niet echt zeker te zeggen, want als ik in een stad was geboren, dan weet ik niet of de natuur net zo’n invloed op me zou hebben zoals nu. Zelfs in dit leven is de natuur pas na mijn twintigste meer gaan betekenen dan voorheen. Of misschien is het onveranderlijke in mij dat ik eerst een luisteraar ben en daarna een verteller? Ook dat voelt niet als een zekerheid en als het onveranderlijke in mij. Als ik op een andere school had gezeten met andere vrienden, als ik niet als taxi-chauffeur had gewerkt of als ik andere (of geen) reizen had gemaakt, dan waren ontmoetingen en daarbij behorende luistervaardigheden wellicht niet zo ontwikkeld zoals ze nu zijn.

Het onveranderlijke in mij, met mij en bij mij is de dood. Ik kom op geen ander antwoord uit.

De dood is. Het leven is. Al het andere is juist het veranderlijke. Continue. Nothing is permanent except change schreef Heraclitus. Ik, men, de natuur alles groeit, bloeit en sterft. Meestal is dat geruststellend, dat verandering altijd is, vooral bij het minder leuke dat men meemaakt in een leven. Een verdriet blijft bij mij en daarnaast ga ik (en het leven) op een bepaald moment ook weer een soort van door. Het is, ik voel en dan ergens komt er weer een golf en stroom van een andere beweging. Het willen behouden van een fijn gevoel is waar soms het (krampachtige) vasthouden ontstaat. Het oneindig fijn willen voelen, het niet willen verliezen. Het fijne en blije is net zo onderhevig aan verandering als het verdrietige. Net zoals de dood en het leven.

*Uit het boek: Het einde van de eenzaamheid – Benedict Wells

mijn leescafé

Even de theezakjes bijvullen, even de koffiebonen malen voor morgenvroeg, even de rand van de wasbak met een doekje afdoen, even de afzuigkap afstoffen, even de gevallen pennen van de grond oprapen, even mijn drie truien ontpillen met de supersonische ontpiller, even nog een kopje thee drinken, even de ene plant water geven en even de andere kant van de bladeren licht geven, even van dat alles. En even niet.

In een onrustig gevoel van mezelf letterlijk elke paar seconden verplaatsen op mijn beschikbare 25m² kwam een moment van even stilstaan op dezelfde plek. Ik stelde mezelf de vraag: wat wil ik? Het antwoord kwam meteen. Ik wil kunnen zitten en een boek lezen.

Ik heb nog niet een plek buiten de deur gevonden waar ik tot die rust kan komen om pagina na pagina om te slaan. Dus ik dacht, ik ga kijken of een plek (een gevoel) wat in de buurt komt, hier en even voor nu gecreëerd kan worden. Bij mij, in mij. Dus ik begon mezelf en voorwerpen om mij heen te verplaatsen naar de voor mij meest aangename positie. De stoel met het fijne, gele (blije) kussen voor mijn rug. De stoel richting de ramen en met uitzicht op de de herfstbomen en veranderende lucht met wolken en dwarrelende blaadjes. Kaarsje aan, lichte jazz muziek op de achtergrond, raam open voor de frisse lucht. Laptop uit het zicht. Telefoon niet te ver weg. Flesje water en een dampende kop rooibosthee binnen handbereik. Met het boek wachtend op het tafeltje voor me, aanschouw ik mijn creatie. Mijn leescafé. Ja, dit beeld is helpend.

Ik ga zitten.

Het vergt een aantal pogingen. De woorden zijn prachtig. Soms poëtisch ingewikkeld. Het geheel vinden in de losse woorden die een verhaal vertellen, gaat niet vanzelf. Toch even dit opzoeken, wat betekent dat woord en de muziek staat net te hard. Ik sta op, zet de waterkoker nog een keer aan, poets de deurklink, maak nog een kop thee en ik ga weer zitten.

Het knisperende kaarsje laat van zich horen, de vuilniswagen die voorbij dendert laat mijn huisje trillen en de vogels die fluitend door de regen vliegen, lijken mij op te merken. Ik lees nogmaals de eerste zin van een nieuw hoofdstuk.

Ik oefen. Continue. In het vinden van een comfortabele zijn. Vandaag even, in een bewuste poging, hoefde ik niet alle woorden van het verhaal te onthouden.

en leerde dat terugkeren van de dood niet helemaal hetzelfde is als terugkeren naar het leven.*

* uit het boek van Sarah Winman: Het laatste jaar van Marvellous Ways