de reis ernaartoe

De ochtend van inpakken. Wat heb ik nodig, wat vind ik fijn om bij me te hebben, wat wil ik niet missen als ik twee nachten weg ben?

Een favoriete mok voor mijn thee. Voor mij smaakt thee (en de ochtendkoffie) uit elke beker anders. De fijnste sokken om mijn voeten warm te houden in de avond. Wellicht toch vier onderbroeken, want wie weet word ik een keer natgeregend? Of toch drie (!) paar schoenen, want bergschoenen, gemakkelijke schoenen en één paar extra voor de zekerheid. En een theedoek, extra toiletrol, vier boeken (want ik kan nu nog niet kiezen waar ik later vandaag wellicht zin in heb), puzzelboekje, spa rood, avondeten is wel handig, zeep, handdoek, washandje, alle stekkers en opladers en al de varianten. Oneindig veel spullen kunnen mee, mocht ik willen.

De autorit verloopt voorspoedig. Ik herken de lichte spanning met bijbehorende vragen: hoe kom ik daar waar ik wil zijn? Kan ik het vinden, gaat het goed met de auto? Het zit mee als ik richting Keulen rij en ik aan de andere kant tot twee keer toe file zie staan. Aan mijn kant is het druk genoeg, maar kan ik rustig doorrijden. Ik mag hier 130 km/u rijden en dat ben ik niet meer gewend. Ik vind die 110 wel fijn merk ik. Ik heb geen haast. In de vroege ochtend van deze dag, voordat ik uit mijn bed kwam, had ik de passende woordencombinatie kalm aan en met vertrouwen bedacht.

Hoe dichterbij de bestemming, hoe groener en heuveliger het wordt. De snelweg wordt ingeruild voor een 80 weg en vervolgens een 50 weg. Mijn navigatie is letterlijk even de weg kwijt als ik ergens te vroeg naar rechts ben gegaan. Ik herken de woorden in mijn hoofd die fluisteren: is dit handig Claire, niet het beste idee, omkeren? Ik rijd door, want ik neem de gok. Het alternatief heb ik nu ook niet. Niet de meest ideale route en toch net genoeg avontuur om uiteindelijk met een glimlach te beseffen dat ik volgens mij wel in de juiste straat ben uitgekomen. Een groen dal waar een geel huis opdoemt.

Het is alles wat ik hoopte en toch niet zeker van was of het ook zo zou zijn. Mijn kamer is boven in het gele huis, met een eigen ingang, van alle gemakken voorzien en een prachtig uitzicht op heuvels met de koeien die grazen. Het voelt alsof ik geluk heb. Dat dit plekje nog vrij was, dat ik hier even mag zijn. Hoe lijkt het soms toch zo dat het net weer even voor mij samen komt?

De eigenaar is Duits en spreekt en verstaat geen Engels. Ik versta Duits en het praten is een mix van Engels, Nederlands en Duits door elkaar. Ik dacht dat ik me wel verstaanbaar kon maken, maar aan de uitdrukking op zijn gezicht te zien, ben ik vooral verwarrend. Met wat handgebaren, geduld, glimlachen en elkaar toch wel een soort van begrijpen komen we een heel eind.

Even bijkomen van de autoreis. Een kopje thee, yoghurt met meloen en komkommer. Het is prachtig weer. Wellicht toch nog gaan lopen? Alhoewel ik me vermoeid voel, wil ik naar buiten. Kalm aan. De eigenaar zei dat het een half uurtje lopen is naar das Watermill. Alleen ja, het is wel heuveltje op en heuveltje af. Er zijn vele bomen omgewaaid en afgeknapt. Google helpt. Ik ben alleen met de vele vlinders die om mij heen fladderen. Een kleine gele met zwarte stippen, volgens internet een boterbloemvinder. Ook de dagpauwoog en een donkere met velvet, lijkt het? En ook vliegen, irritante, die bij me willen blijven.

De tocht duurt iets langer dan de beloofde 30 minuten. Het is iets warmer dan gedacht en mijn conditie is met fietsen toch anders dan met wandelen. Ik ben helemaal alleen. Ik zie niemand anders onderweg. Het is een prachtige plek waar ik uitkom. Alles vol in bloei en met groene, gele, blauwe, paarse en witte kleuren omringt. Ik loop wat rond en zit even op een bankje. Vervolgens loop ik weer naar de heuvel om de hopelijk iets kortere route terug te vinden. Ik kijk uit naar het moment van schoenen uit, frisse douche en een koele huid.

Terug is ingewikkelder dan ik dacht. Ietwat ander pad en het is best wel opletten door alle losse takken. Er lijkt ook een regenstroom naar beneden te zijn gegaan waardoor het wandelpad verraderlijk glad en steil is. Het ligt vol met allerlei zaken die niet standaard zijn. Ik denk elke keer niet verder te kunnen en hoe dichterbij ik kom, word ik elke keer verrast door de mogelijkheden die er zijn. Ik bestudeer de route en zet voorzichtige stappen. Ik kan elke keer toch iets verder afdalen dan ik van tevoren had ingeschat. Kalm aan met vertrouwen.

Ik drink onderaan de heuvel mijn laatste slok water in de schaduw van enkele hoge bomen. De laatste twintig minuten zijn makkelijk vergeleken met de reeds afgelegde route.

Eenmaal terug is de douche het eerste dat ik doe. Oven aan voor het broodje. Pan op het vuur voor het opwarmen van de pasta. De relaxte stoel staat in mijn mening niet gericht op het beste uitzicht, dus ik schuif de stoel waardoor ik constant uitkijk op de heuvel met koeien. Ze stonden net nog met z’n allen onder die enkele boom en nu de zon wat minder fel is, staan ze wat meer verspreid van hun gras te genieten.

Ik doe niets meer dan onderuit gezakt mijn water drinken, pasta eten, aan mijn glas rode wijn nippen en de koeien langzaam van links naar rechts zien bewegen.

start

De ochtend van de start van een weekend met vier dagen. Het voelt als een weelde.

De zon was er vandaag vroeg bij en ik ook. Waar ik woon is dit weekend een bruiloft. Vorig weekend ook. Omgeven door blije mensen die blij en verliefd zijn. Verliefd op elkaar en de prachtige plek waar ze hun leven en liefde vieren. De komende dagen is men blij met elkaar en ik ben blij op een andere plek. Ik ga nieuwe bomen bewonderen en naar stromend water in een beekje kijken in Duitsland. Ik vraag me af of de vogels daar een andere melodie fluiten?

De actie kwam spontaan en werd ingegeven door de herinnering aan de paar dagen in Westkapelle. Niets ingewikkeld, alleen wat nieuwe natuur om me heen op een rustige plek. Wellicht lees ik een fijn boek of doe ik iets meer puzzels. Of wandel ik drie keer per dag en eet ik nog steeds mijn avondrestje dat ik uit Nederland meeneem. Het is 2,5 uur rijden vanaf hier, een ideale roadtrip afstand. Genoeg om wat fijne muziek te luisteren. Genoeg om te ervaren dat andere werelden niet duizenden kilometers vliegen hier vandaan zijn. Het klinkt bijna dichtbij.

De eerste weken nieuw werk zijn voorbij. De overgang valt me alles mee. Voor nu is het precies genoeg. Niet te ingewikkelde inhoud, de oefening zit in omgeving. Het fietsen naar mijn werk is waar ik blij van word. De frisse, vroege ochtenddauw. De zonnestralen die door alle bomen waar ik langs rijd, blijft schijnen en me blijft volgen. Bijna de gehele fietsroute is langs het kanaal. De vogels fluiten luidkeels. Ik zie ’s ochtends konijnen bij mijn huisje en ook onderweg. De een wat minder schrikkerig dan de ander. Zelfs eentje die nu al drie ochtenden elke keer op dezelfde plek tevoorschijn komt.

Dankjewel.

lichtbundel

In de vroege zondagochtend zonnestraal sta ik stil in een lichtbundel.

De zonnestraal schijnt net boven de voordeur en badkamerdeur door en vol in mijn ogen als ik onderweg ben van de waterkoker naar de bank met een kop groene thee in mijn handen.

Mijn voordeur staat open voor wat frisse lucht, zodat de temperatuur kan dalen voor de warmte die de dag zal brengen. De badkamerdeur staat ook open en beschermt me tegen iedereen die langs loopt, fiets of rijdt en bij me naar binnen wil kijken.

In de paar stappen tussen het keukenblad en bank zie en voel ik de straal van de zon recht in mijn ogen schijnen. Ik loop door om vervolgens weer de paar passen terug te zetten om die exacte plek op te zoeken.

Het licht laadt me op en het verblindt me. De verandering van de straal is waar te nemen in de seconden dat ik stil sta. Het ene moment is het er en het andere moment niet. De kier van de deur blijft gelijk, de straal verandert van richting door de zon en haar stralen die groeien en zich verplaatsen. Ik draai mijn gezicht een paar centimeter en de straal is weer terug in mijn ogen.

De wisselingen duren voort totdat ik mijn hoofd kan draaien en bewegen wat ik wil, maar de straal is buiten mijn bereik mits ik mijn hele lijf verplaats. Het is een subtiel en tevens volledig moment in tijd. Het is er en dan weer niet. Het is er, alleen niet (altijd) zichtbaar en waarneembaar.

Het is een bijna niet opvallende verschuiving. Het kan net zo snel verschijnen als verdwijnen. Het ene moment is het er en dan niet meer. Het is niet weg voor altijd, maar verder weg? Of nog wel daar maar dus niet voelbaar?

Het deed me ook terug denken aan een moment op de fiets. Ik voelde me op een dag best wel oké. De zon, frisse wind, groenere bladeren en het leek allemaal even niet zo ingewikkeld als dat het soms wel kan voelen. Het was even met mij. Vervolgens nog geen 200 meter verder en het was niet meer met mij. Het viel me op. Het verschil was merkbaar. Ik hoefde het niet meteen terug, ik wilde het niet meteen weer voelen. Ook niet de behoefte om ‘het’ te benoemen. De vraag die bleef hangen was: wat maakt de verandering? Wat maakt dat het ene moment er iets wel is en het andere niet? Niet wat het is, maar de opmerkzaamheid van een verschuiving? Niet gevoelloos en constant op een automatische piloot fietsen of doorlopen of leven?

Het golft constant. Het is de stroming, beweging. Het staat niet stil. Het kan niet constant daar zijn, voelbaar zijn. Het onderscheid is nodig om het te laten opvallen. Klink ik alsof ik met deze woorden niet tot een kern kom? Ja, klopt, dat merk ik ook.

Ik kijk naar rechts uit mijn raam en ik zie op de rieten stoel voor mijn raam een roodborstje. Op d’r gemak, rondkijkend, mij aankijkend. Mijn ogen kijken even naar het computerscherm en weer even terug naar buiten. Ze (hij) is er nog steeds. Ik vraag me vervolgens af of het een hij of zij is, waar is het verschil zichtbaar?

Maakt het uit?