schaapjeswolken

een vaste fietsroute in mijn hoofd
en ik wijk af
de voelbare wortels van de bomen
die het asfalt doorbreken

wind van achteren
opzij
en van voren

bewegende benen
die me leiden naar nieuwe wegen
hobbelend voortstuwend
over de stenen

op bankjes zittende ik
in de warmte van de zon
te dromen

alsof mijn krullen zich vermengen
met herfstbladeren en schaapjeswolken

het leek wel of het herfstbladeren sneeuwde

Ik wil alleen maar over de herfst schrijven. Ik wil woorden blijven geven aan de blauwe lucht met wolken, de zon, de wind, de kleuren van de bladeren en de vergezichten die al fietsend aan me voorbijgaan.

Elke fietstocht dat de wind door mijn haren waait en het me een blij gevoel geeft, denk ik aan hoe fijn deze tijd voor mij is. Ik adem de frisse, blauwe lucht in. Ik draai mijn gezicht naar de zonnestralen als ik buiten ben. Ik kijk elke keer naar het kabouterstel in de boomstam om te zien of ze nog op dezelfde plek samenzitten en uitkijken over de weilanden met de koeien.

Vandaag, de zondag, deed zijn naam eer aan. Wat een heerlijke zonnige herfstdag. Er waren vele hoge bomen om onder door te fietsen. De zon en wind die bijna constant voelbaar was. Ik fietste over bekende paden en toch wel in een andere volgorde dan normaal, tegen de klok in. Eikels die voor me vielen, eikels die ik kapot fietste met mijn fietsbanden en een eikel die recht op mijn hoofd viel. Die laatste voel ik nu nog.

Ik vond twee bankjes om op te zitten. Het eerste bankje was vroeg op de route. Al regelmatig ben ik er langs gefietst en nu stond de zon er precies op te schijnen. Ik heb er even op gezeten en de witte strepen bewonderd die de vliegtuigen achterlieten in de blauwe lucht. Ook had ik zicht op een laan met hoge bomen. Het leek wel of het herfstbladeren sneeuwde. Ik denk bij dat soort groene doorgangen altijd aan de tekst: Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan. Ik zie nooit een Liesje, Lotje of lindenboom. Wel een laan met hoge bomen en dwarrelende herfstbladeren.

Het andere bankje was juist aan het einde van de fietsdag. Een grote bank dichtbij huis en waar velen tegelijkertijd op kunnen zitten. Ik zat er alleen op. In de tijd dat ik er zat, zag ik één iemand twee keer voorbij lopen. Beiden lachten we vriendelijk naar elkaar. Toen ik een half uur later terug fietste van de supermarkt naar huis, zag ik haar alleen op de bank zitten. Onze paden kruisten elkaar drie keer op deze zondag.

Met ietwat spierpijn in de bovenbenen zit ik nu op de bank in mijn huisje. Zojuist liep er nog een lieveheersbeestje op mijn hand. Het is de tweede in twee dagen tijd die de weg naar binnen heeft gevonden. Misschien was het wel dezelfde? Na wat rondjes in de palm van mijn hand te hebben gelopen, heb ik ‘r vervolgens op een groen buitenblad verder de tuin laten ontdekken. De vlieg van vanochtend had minder geluk.

Ik voel me vandaag zoals het lieveheersbeestje. Eentje met geluk.

Turn your face to the sun and the shadows fall behind you. – Maori Proverb

een jaar

Het is een jaar.

Een jaar waarin de woonplek constant is gebleven. Iedere dag brengt de omgeving waar ik woon wel iets waar ik een blij van gevoel van krijg. Ik verwonder me erover dat ik elke keer weer andere woorden kies en zinnen kan samenstellen om de omgeving te beschrijven van waar ik nu woon.

De vier seizoenen zijn gekomen en gegaan. Ik zie wat weerswisselingen brengen. De verschillen tussen de dag en de nacht. De vroege ochtenden in het donker en de morgen in het licht.

Ik hoor de vogels fluiten. Ik zie de konijnen huppen en de vlinders fladderen voor mijn raam. Ik ken het kraken van de keukenkastjes en de favoriete plek van de muggen om binnen te komen. Ik tel de auto’s op de parkeerplaats om te zien hoeveel huisjes om mij heen gevuld zijn die week. Ik schrik steeds minder van de robotmaaier die in de schemer van de avond over het gras rond het huisje maait.

Ik denk terug aan die eerste weken van vorig jaar. De stilte die me toen overviel en waarvan ik nu weet dat die er bijna elk moment van de dag is. De gele bank die heerlijk zat en de huidige roze die ondertussen een blauwe hoes heeft gekregen. De houtkachel die de eerste keer brandde op kerstavond. De warmte van het vuur. De vogels die me in ieder seizoen bezoeken. Het vogelvoer dat ik in de winter maar kon blijven aanvullen. De wandelingen in de buurt, door het groen en over weilanden. De bloeiende bloemen voor mijn huisje en onderweg tijdens mijn fietstochten. De vele zonsopgangen. De kleuren. De regen en de zon. De wind, de kou en de hitte. Als ik uit het raam kijk, vraag ik me af wanneer de bladeren aan de perenboom weer verkleuren en uiteindelijk gaan vallen.

Momenten van een jaar die zijn vastgelegd in foto’s en ik kan terughalen waar ik was en wat ik voelde. De ochtendwandelingen begonnen soms met tegenzin en zorgden toch voor een glimlach. Ik werd verrast door de bochten in de weg, om de hoek verscheen elke dag toch net een ander beeld dan de dag daarvoor. Het favoriete wandelpad is elke keer dichtbij en de lucht is elke keer anders.

Gisteren brandde het vuurtje weer in het huisje. Het was even geleden. Soms kan ik nog steeds niet geloven dat ik hier een plek voor mezelf heb gevonden.

Het is een jaar.