Het is een jaar.
Een jaar waarin de woonplek constant is gebleven. Iedere dag brengt de omgeving waar ik woon wel iets waar ik een blij van gevoel van krijg. Ik verwonder me erover dat ik elke keer weer andere woorden kies en zinnen kan samenstellen om de omgeving te beschrijven van waar ik nu woon.
De vier seizoenen zijn gekomen en gegaan. Ik zie wat weerswisselingen brengen. De verschillen tussen de dag en de nacht. De vroege ochtenden in het donker en de morgen in het licht.
Ik hoor de vogels fluiten. Ik zie de konijnen huppen en de vlinders fladderen voor mijn raam. Ik ken het kraken van de keukenkastjes en de favoriete plek van de muggen om binnen te komen. Ik tel de auto’s op de parkeerplaats om te zien hoeveel huisjes om mij heen gevuld zijn die week. Ik schrik steeds minder van de robotmaaier die in de schemer van de avond over het gras rond het huisje maait.
Ik denk terug aan die eerste weken van vorig jaar. De stilte die me toen overviel en waarvan ik nu weet dat die er bijna elk moment van de dag is. De gele bank die heerlijk zat en de huidige roze die ondertussen een blauwe hoes heeft gekregen. De houtkachel die de eerste keer brandde op kerstavond. De warmte van het vuur. De vogels die me in ieder seizoen bezoeken. Het vogelvoer dat ik in de winter maar kon blijven aanvullen. De wandelingen in de buurt, door het groen en over weilanden. De bloeiende bloemen voor mijn huisje en onderweg tijdens mijn fietstochten. De vele zonsopgangen. De kleuren. De regen en de zon. De wind, de kou en de hitte. Als ik uit het raam kijk, vraag ik me af wanneer de bladeren aan de perenboom weer verkleuren en uiteindelijk gaan vallen.
Momenten van een jaar die zijn vastgelegd in foto’s en ik kan terughalen waar ik was en wat ik voelde. De ochtendwandelingen begonnen soms met tegenzin en zorgden toch voor een glimlach. Ik werd verrast door de bochten in de weg, om de hoek verscheen elke dag toch net een ander beeld dan de dag daarvoor. Het favoriete wandelpad is elke keer dichtbij en de lucht is elke keer anders.
Gisteren brandde het vuurtje weer in het huisje. Het was even geleden. Soms kan ik nog steeds niet geloven dat ik hier een plek voor mezelf heb gevonden.
Het is een jaar.




