het roodborstje

Ik kan niet tekenen. Wie heeft dat bedacht, dat ik niet kan tekenen? Ik. Ik heb dat ooit zelf in mijn hoofd gehaald toen ik ergens tijdens mijn tijd op de middelbare school mezelf ging vergelijken met anderen. Ik kan me nog een moment herinneren dat we een zelfportret moesten tekenen in de tekenles en naar mijn idee lukte het maar niet. Ik ging toen naar de docent en vroeg om hulp. Hij zette vijf lijnen erbij en toen was het ‘beter.’ Het klopte dat de tekening meer lijkend was, maar het was alleen ‘gelukt’, omdat de docent verbeteringen had aangebracht (dacht ik). Het voelde niet meer als mijn tekening.

Heb ik tekenen ooit leuk gevonden? Ik heb er geen specifiek idee bij of ik het leuk vond. Ik was vroeger wel van de origami en knutselen. Inkleuren van plaatjes vond ik ook leuk, precies tussen de lijntjes kleuren en mooie kleuren kiezen. Nu kan ik me soms nog een half uur vermaken met van die volwassenkleurplaten.

Levenslessen worden geleerd. Iets creëren is leuk. Wil ik tekenen? Dan ga ik tekenen. Het gaat er niet om of het goed of slecht is. Het gaat erom dat ik er plezier aan beleef.

En zo kwam het dat ik ergens in de afgelopen weken in de vroege ochtend aan het tekenen ging. Ik was vroeg wakker (lees: rond 4.45u) en ik kon niet slapen. Ik was al een paar dagen op zoek naar een foto van een roodborstje en dat wilde maar niet lukken. Ze vliegen me letterlijk om mijn oren, roodborstjes deze dagen, maar ‘mooi’ op beeld heb ik ze nog niet gevangen. Online een foto vinden was een optie, maar ik heb een foto nodig waarbij het beeld het liefst auteursrechtvrij is. Ik had warempel een schetsboek en potloden in huis. Die had ik vorig jaar rond kerst gekocht, omdat ik toen zin had om te knutselen maar ik wist niet wat..

Ik kan toch geen roodborstje tekenen? Hoe doe ik dat? Waar begin ik? Licht. Het is nog schemerig buiten. Ik maak ietwat licht om te kunnen zien wat ik schets. Niet te veel licht, ik wil nog niet té wakker worden. Ik google: hoe teken je een roodborstje? Ik vind een zes stappenplan. Het oogt overzichtelijk en niet te ingewikkeld. Ik volg de stappen. Ik kijk en vergelijk continue. Waarachtig, na een half uur is er een soort van lijkend roodborstje verschenen. De contouren in ieder geval. Nu nog wat gaan inkleuren. Hoe werkte dat ook al weer? Geel en rood wordt oranje? Waar houdt het rode borstje op en waar begint het meer bruine gedeelte van de veren van de vogel? Ik doe maar wat en check elke keer door het schetsboek op afstand te houden of ik me een beetje kan vinden in mijn creatie. Op een gegeven moment stop ik, want ik ga alles stom vinden. Terwijl ik het in het begin nog een soort van oké vond, van wat ik had getekend. Ik laat het schetsblok open op mijn tafel liggen en ook alle kleuren potloden liggen er los naast. Ik hoef niet alles meteen op te ruimen. Even de rommel zo laten zoals die is.

Gedurende de dag loop ik er langs, pak ik een potlood op en kleur ik wat bij. Allemaal op gevoel. Het plaatje van internet is al lang niet meer het voorbeeld dat ik volg. Ik teken en kleur wat ik wil.

ruimte voor woorden over de dood

En waarom heb ik een tekening van een roodborstje nodig? Ik had een beeld nodig bij een lezing die ik ga geven. Met een lichte kriebel in mijn buik en nieuwsgierige blik doe ik iets anders. Iets wat redelijk onbekend is en me ook oncomfortabel laat voelen. Het nadenken over het hoe en wat, ontwikkelen, creëren en (onverwachte) tekenen voelen fijn en geven energie. Het daadwerkelijk daar gaan staan en delen, denk ik nu nog niet te veel over na. Stap voor stap.

Wat ga ik doen? Ik ga praten over de dood. Ik deel geheel vanuit mijn ervaringen, opgedane kennis over de dood en waar ik dan aan denk. Ik gebruik beeld, tekst en geluid om voorbeelden te geven en te ondersteunen wat het voor mij zinvol maakt om met de dood bezig te zijn.
Men gaat met iets naar huis om over te mijmeren. Wat het ‘iets’ dan ook moge zijn. Het kan een gedachte zijn die nog niet eerder is gehoord over de dood, een tekst die aanspreekt of een zin die herkenning geeft. Via onderstaande link is het iets uitgebreider toegelicht (het zijn niet allemaal mijn eigen woorden).

wanneer: donderdag 12 oktober 2023 (start 19.30u tot +/-21.00u)
locatie: Grand Café De Bank Best

Ben of ken je iemand die het wellicht interessant vindt? Deel gerust onderstaande link en meld je aan.

ruimte voor woorden over de dood – 12 oktober 2023 – start 19.30u

in het kleine

Wat als de dood dichtbij komt? Wat als die opeens voor me staat? Door een plotselinge ziektediagnose of als iemand die me dierbaar is, slecht nieuws krijgt? De wereld, mijn wereld, de wereld van mijn dierbare is dan opeens anders. Anders dan eerst. Anders dan dat het ooit weer zal zijn. Wat zijn dan de vragen die ik mezelf zou stellen? Heb ik ‘goed’ geleefd? Wil ik nog iets doen? Voor mezelf of voor de ander? Wil en kan ik dan nog meebewegen om het leven te verlengen?

Ik bevind me nu niet in zo’n situatie. Toch zijn het vragen die ik mezelf af en toe stel en eventuele antwoorden die daar op volgen, komen zo nu en dan terug in mijn gedachten. Het is gekoppeld aan de vraag: wat wil ik? Wat wil ik nog doen, voelen, ervaren, meemaken in dit leven?

Bij antwoorden op grote vragen over bijvoorbeeld werk en wonen loop ik regelmatig vast. Het is voor mij een kwestie van zoeken, proberen, doen, niet doen en dan weer wat anders doen. Het zijn oneindige wegen om te bewandelen en ik blijf ze lopen.

In het kleine is het voor mij helder en fijn. Het is zichtbaar en voelbaar. Elke keer verrast het me dat ik het subtiele blijf zien en van dichtbij kan beleven.

Ik zit deze ochtend op een bankje in de zon in de Kampina met uitzicht op het Dal van de Beerze. Ik hoor en zie allerlei vogels in de lucht en in de bomen. Van dichtbij en op afstand. De gele en witte vlinders fladderen vrij om me heen. Een kleine, zwarte spin zit naast me op de houten bank. Een mug zoemt om mijn oren en de kever op de aarde is druk bezig om zijn nieuwe weg te vinden, omdat ik zojuist mijn schoen ergens heb neergezet en ie zich noodgedwongen opnieuw moet oriënteren. Ze zijn allemaal klein. Hun wereld, hun thuis, is wellicht niet zover weg van deze bank. De andere kant van hun wereld is wellicht de andere kant van het dal. Het kan lijken op een wereldreis die ze waarschijnlijk nooit gaan maken, afhankelijk van hun levensduur en avontuurlijke zelf. Voor mij is hun wereldreis naar de andere kant van het dal hooguit vijftien minuten lopen. Bij aankomst aan de andere kant van het dal heb ik een ander uitzicht, zij hebben een reis gemaakt en onderweg een grote, nieuwe wereld ontdekt.

Ik heb weinig tot geen overtuigende antwoorden merk ik. De antwoorden die er zijn, zijn er voor een moment. Nieuwe vragen blijven komen. Het is voor mij helpend om te kunnen zien van wat er in een moment is.

Mijn plantje in mijn huisje is een nieuw blaadje aan het groeien. Het viel me vorige week op dat de groei was gestart en elke dag dat ik nu kijk, is er een verschil te zien. En maakt het me blij? Door mijn zorg, kan het plantje groeien. De instructie zei één keer in de week water geven en volgens mij was dat te weinig. Maar ja, dat zei de instructie…Nu geef ik het twee keer per week water. Ik hou niet bij op welke dagen ik water geef. Ik voel de aarde en kijk naar de bladeren om te zien hoe ze ervoor staan.

Komende week begin ik met nieuw werk. Niet veel uren en het is tijdelijk. Er is twijfel en er zijn vragen zonder antwoorden. Wil ik dit? Diep van binnen is het een: nee, dankjewel?

Ik kijk naar de spin die nog steeds naast me zit op de houten bank. Kan een spin zonnen in de zon, verbrandt ie dan?

Rationeel heb ik mijn redenen paraat. Ik kan overtuigend naar mezelf en omgeving verwoorden waarom dit werk een prima keuze is voor nu. Het is iets nieuws om te ontdekken, proberen en maar zien wat het brengt. Het is vaak hoe ik doe en leef. Alhoewel dit allemaal waar is, beland ik in beredeneren, analyseren en duidelijke antwoorden willen vinden op mijn vragen. En die zijn er niet, want ik weet het niet. Totdat ik het doe.

Ik besef dat voor mij de zin, de rust en de ruimte in het leven (onder andere) zit in het zitten in de ochtendzon op dit bankje met een spin naast me die aan het zonnen is. In de verte laat de koekoek van zich horen. Een toom ganzen vliegt over. Een bromvlieg en een ander klein insect landen op mijn trui.

Vanochtend tijdens het fietsen van de bekende route zag ik de vijver met de witte assepoester eenden. Nieuw waren de zes (zeven?) zwarte, donzige en hele kleine eendjes zwemmend in het water. Even verderop stonden drie alerte (edel?) herten in een weiland naar me te kijken. Wie maakt de eerste beweging? In een andere wei zag ik een jong veulen in het groene gras liggen en stond haar moeder dicht bij haar.

Ik kan het niet laten om dit soort taferelen te blijven zien en beschrijven.

Ik zie het leven in de natuur.

ergens

Ik begin weer ergens. Ergens in de natuur waar ik vanochtend fietste. Een prachtige ochtend.

Bij het opstaan was meteen duidelijk dat treuzelen zou zorgen voor minder minuten in de zon om te fietsen. Dus gestaag en toch kalm voor mijn doen, zette ik mijn eerste kopje thee (lemon-ginger), stak ik mijn kaarsje aan, deed ik mijn warme sokken aan en begon ik de eerste zinnen op papier op te schrijven. Na een half uur werd het tijd voor het eerste kopje koffie en het oplossen van een woordzoeker. Daarna was het huppakee: bed opmaken, omkleden, gezicht wassen en tandenpoetsen. Tas inpakken, sleutel zoeken, fiets uit schuurtje halen, foto maken van mijn huisje met tulpen in de zon, hek openen en vervolgens zat ik op mijn zadel. Onderweg naar die plek waar ik wellicht de edelherten van een afstandje zou kunnen bewonderen.

De bladeren worden elke dag steeds meer zichtbaar aan de bomen. Wat woon ik op een fijne plek. Vijf minuten fietsen en het is groen, groener en nog meer groen om me heen. Het is vroeg en ik kom een enkele wandelaar met hond tegen. Verder geen fietser en weinig tot geen auto’s. Ook geen edelherten vandaag, wel een ooievaar die zeer rustig en kalm op nog geen 20 meter afstand van mij in het weiland op zoek is naar eten. Ik zoek in de omgeving naar een ooievaarsnest en ook die spot ik.

De wind is fris. Heerlijk vind ik dat. Ik neem de gebruikelijke afslagen. Ik zie bomen met bladeren die ik van de week heb gemist. Even hobbelen over die vervelende weg met kinderkopjes en dan even checken hoe ver de verbouwing van dat ene huis is. Nieuwe kozijnen zijn geplaatst zie ik. Ik besluit rechtdoor te gaan in plaats van linksaf en ik denk weer: wat woon ik op een fijne plek. Wat een vrijheid. Voor mij is dit vrijheid.

Ik kom uit bij een weg waar ik verschillende opties heb. Elke weg leidt ergens toe. Het maakt in essentie niet uit welke weg ik fiets, loop of leef. Ik kom wel ergens uit. Dat is namelijk reeds bewezen in het verleden.

Vandaag kies ik het slingerpad. Ik kom niemand tegen, behalve de grazende koeien, de schapen en hun lammetjes. Ergens mis ik toch de gewenste afslag. Tien minuten verder herken ik een weg. Ik besluit alsnog de weg te vinden die ik wilde fietsen. Ik ben op zoek naar dat ene bankje. Als de zon schijnt, is rond 10u de tijd om er op te zitten. Ik heb geluk. Ik vind het bankje en de zon. Er is verder niemand en ik ga in de zon zitten te zitten. Heerlijk. De enkele fietser en wandelaar die voorbijkomt, zeggen allemaal hetzelfde tegen mij: genieten hè?! Ja, genieten.

En zoals het leven (en het weer) dan gaat , komen er wat wolken en besluit ik weer richting huis te fietsen. Nog even langs de supermarkt voor vers brood bij mijn kaas.

Bij thuiskomst is de zon minder fel, de vogels tjilpen en ik fluister: dankjewel.