elk punt van staan

De zon valt binnen door mijn raam en verwarmt mijn voeten die ook al sokken aan hebben. Ik doe de praktische en huishoudelijke taken in de ochtend. Ik ga fietsen om er even uit te zijn. Ik fiets richting het groen en fietspaden waarvan ik weet waar ze eindigen. Ik zie de bankjes al voor me waar ik onderweg eventueel op kan gaan zitten. Ik bedenk oneindige routes in mijn hoofd van welke weg ik kan fietsen om uiteindelijk uit te komen bij dat ene terras.

Het terras waar ik al tientallen keren eerder op afstand naar heb gekeken, vandaag is de dag dat ik een tafel uitkies om er ook te gaan zitten. Aan een tafel naast mij zit een keurige dame met een gezellig, wit hondje op haar schoot. Ik hoor haar een gewone thee en wit brood met een kroket bestellen. Vervolgens babbelt ze tegen haar hondje, die gelaten en met tevredenheid alles over zich heen laat komen. Ik bestel een kop rooibosthee.

Met een dampende kop heet water die nog bezig is om van kleur te veranderen, open ik een boek om de eerste pagina te lezen. Gebroken van Michael Robotham. De eerste woorden brengen herkenning. Bath University, daar ben ik geweest. Hé, de Clifton Suspension Bridge, ook die naam ken ik. Gaat dit boek over die locatie in Bristol, Engeland waar ik vele maanden gewandeld heb met Eddie? Ja. Na het lezen van nog wat meer pagina’s blijkt het verhaal nieuw en de omgeving zeer vertrouwd.

Het is een willekeurig boek dat ik heb gevonden in één van de bibliotheekkastjes die ik regelmatig bezoek en bekijk als ik aan het fietsen ben. Ik heb het lezen hervonden, mijn budget is beperkt en dus zag en vond ik deze ideale manier van boekenruil. Ergens in de buurt van één van mijn vaste fietsroutes vond ik dit boek in een keurig geordend bibliotheekkastje langs de weg. Een psychologische, literaire thriller. Niet het normale genre wat ik lees, maar ergens zag ik de uitdaging om een keer wat anders te lezen. Uiteindelijk gaat het verhaal ook over de dood (fijn) en komt de schrijver uit Australië (een land waar ik ook mooie herinneringen aan heb). De achterflap klonk interessant genoeg om ervoor te kiezen om het boek mee te nemen in mijn fietstas. Ik had, tot het lezen van de eerste bladzijdes, niet door dat dít de plaats van het verhaal zou zijn.

Ik vind het bijzonder en opmerkelijk dat ik van alle boeken die ik kan kiezen, onbewust een verhaal kies die ook weer vele herinneringen oproept. Als in het boek een bos, een straat, een gebouw wordt genoemd, dan denk ik: dat ken ik, daar ben ik ook geweest! Toen ik met de huiseigenaren kennismaakte en sprak over de huis- en oppaszit ging één van de eerste opmerkingen over de brug vlakbij hun huis. Dat de Clifton Suspension Bridge bekend stond (staat) om een plek om van af te springen. Het verhaal in Gebroken start met de zelfmoord van een vrouw, die van die brug springt.

Even komt de gedachte naar boven: is doorlezen en een ander beeld van Clifton krijgen, door de ogen van de schrijver, een goed idee of juist niet? Het vertroebelt wellicht mijn eigen, fijne blik van de tijd dat ik daar was of biedt het juist een ander perspectief en brengt het een nog onbekend stuk waar ik nog nooit ben uitgekomen? Tijdens het tikken van deze woorden, zie ik het schilderijtje in mijn huisje hangen wat de eigenaren mij cadeau hebben gegeven bij mijn laatste afscheid uit Clifton. Het is een schilderijtje van de Clifton Suspension Bridge vanaf de grond kijkend naar de brug daarboven. Bijna gelijk aan een foto die ik ooit eerder zelf heb gemaakt. Ook stond ik meerdere keren van boven naar beneden naar de beroemde brug te kijken. Of ik heb een foto dat ik in het bos aan het wandelen ben en een glimp opving van het grotere geheel.

Elk punt van staan, biedt een andere kijk op de brug. Op het leven.

Met de warme kop rooibosthee in mijn hand begin ik aan een nieuw hoofdstuk.

het licht in het donker

Soms is het alsof ik met mijn ogen wagenwijd open op zoek ben naar het licht in de duisternis. Met mijn handen tast ik de muren af naar de lichtknop. Ik weet honderd procent zeker dat de lichtknop op die ene plek zit en ik kan de schakelaar maar niet vinden. Het licht wat er is, is van mijn ogen die zo goed en kwaad als het kunnen, wennen aan de schemer.

Of ik vind de lichtknop wel en de lamp gaat niet aan. De lamp is kapot. Er is niet genoeg licht om een nieuwe lamp te vinden. Zelfs een stoel is buiten bereik om op te gaan staan en om te controleren of het peertje wel genoeg is aangedraaid.

Of ik vind de lichtschakelaar, de lamp gaat aan en het licht is te fel. Het maakt teveel zichtbaar. Het is teveel ineens.

Of de zon. De zon schijnt in haar volle glorie. Het is fijn, het is warm. Elk stofdeeltje in mijn huis is opeens zichtbaar. De ene keer ga ik rigoureus schoonmaken, de andere keer ga ik met mijn kop thee en boek in de zon zitten.

Soms is de nacht lang en ben ik buiten. De heldere maan of enkele sterren of een lantaarnpaal helpen om de omgeving te verlichten. De lichtbronnen zijn reeds aangezet en ik hoef alleen de richting van het licht te volgen en/of even middenin de beschikbare lichtstraal te gaan staan.

Soms is de duisternis troostend en veilig. Niemand die ik zie, niemand die mij kan zien.
Soms maakt de duisternis me angstig en alleen. Geen teken van leven, weinig licht of hoop.

Soms voelt het volle licht zacht en verwarmend. Ik geniet van al het moois wat het licht me brengt.
Soms maakt het volle licht te veel zichtbaar. Geen plek om te schuilen en dan sta ik daar in die volle straal en krijg ik rode wangen.

Na een regenbui, staat een kapel omringt door hoge, groene bomen in het avondlicht.

Soms vind ik de lichtknop of de zon of de maan en de sterren en is het precies de fijne warme straal die ik wil. De straal biedt ruimte om het donkere gedeelte nog even op afstand te houden of genoeg licht om eerst op zoek te gaan naar een zaklamp.

Of soms steek ik zelf het kaarsje aan in de duisternis, omdat ik de lucifers op zak heb.

theekopjes in de boom

Als ik later groot ben en ik heb een tuin en eigen boom, dan hang ik er theekopjes in. Dat gevoel.

De dag begon niet fraai. Met een verfomfaaid gezicht. Een onrustige nacht waarin de tijdelijke buurman dacht dat het een goed idee was om om 01.00u ’s nachts te gaan oefenen voor het beroep van DJ. Hij was niet slecht, muziekkeuze met Nelly Furtado was verrassend oké. De timing van midden in de nacht was op zijn zachtst gezegd niet ideaal. Ik zag het licht worden en dat is tegenwoordig al voor 05.00u. Nog niet op mijn klok gekeken, draai ik denk ik wel tien keer van links naar rechts. Als ik uiteindelijk op mijn telefoon kijk voor de tijd, sta ik meteen op, want ik wil ook nog in die stoel buiten zitten voordat het te warm wordt.

Water in mijn gezicht helpt niet. Nog steeds wat verdwaasd drink ik groene thee en schrijf ik de eerste woorden van de dag op. Wat ga ik vandaag verder nog doen? Gisteren heb ik gewandeld. Dat was een prima idee en ook wel prima uitgevoerd, behalve dat ik de hele tijd tijdens het wandelen dacht: ik wil op die stoel onder de boom zitten en lezen. Toen ik uiteindelijk, drie uur later met rode wangen van de inspanning en zon, alsnog onder de boom zat te lezen was het helemaal zoals ik het me had voorgesteld. Ik heb gelezen, gezeten en gekeken naar het uitzicht, de vogels gevolgd tijdens hun vluchten, gepuzzeld, geschreven en mijn avondeten gegeten.

Vandaag is een nieuwe dag. Toch terug naar Ootmarsum, naar dat terras? Even wat rondstruinen voordat er te veel mensen zijn. Er was ook een Openluchtmuseum, misschien daar even doorheen lopen? Soms is teruggaan, teruggang. Soms is teruggaan fijn, omdat ik weet dat het comfortabel voor me zal zijn.

Ik verdiep me nog een klein uur in het boek Het einde van de eenzaamheid voordat ik in actie kom. Het is een boek van Benedict Wells. Het stond al op mijn e-reader. Toevalligerwijs of niet speelt het verhaal zich voor een groot gedeelte in Duitsland af. Geen idee wanneer of hoe ik aan het boek kom. Het gaat over de dood. Het verlies van ouders op jonge leeftijd. De hoofdpersoon, de jongste van drie kinderen, probeert zijn weg te vinden in het leven als hij op 11-jarige leeftijd naar een internaat moet. Een verhaal over verdriet, gemis en verlies net zoals het boek van Jonathan Tropper. Alleen dit is zachter geschreven. Ik lees het zachter. Met prachtige beeldspraak en metaforen. Zinnen en woorden zoals ik ze ook zou willen kunnen opschrijven. Het is verdrietig, ja. Het is tevens zoekend naar de zin van het bestaan en dus herkenbaar. Het zijn zinnen als: die gedachte kwam steeds weer terug, als een in mijn ziel ingeweven vloek (blz.94) Ziel en vloek in dezelfde zin gebruiken, een prachtige tegenstrijdigheid in woorden wat mij betreft. Of: al zijn angsten woonden als ongewenste huurders in mijn hoofd (blz.99).*

Uiteindelijk sta ik op uit de stoel, kleed ik me om, poets ik mijn brilglazen en stop ik mijn tas vol met water, zonnebrand, puzzelboek, e-reader, pen en notitieboekje. De weg terug rijden naar Ootmarsum gaat vlotter dan gedacht, mede doordat een wegafsluiting er nu niet is. Ik parkeer de auto op de reeds bekende plek en ik vind mijn weg snel door de kleine straatjes. Zoveel galerijtjes en creativiteit om te bekijken. Het is te veel merk ik. Elke straathoek heeft wel iets: glasblazen, schilderen met licht, een beeldentuin. Ik vind ansichtkaarten en vervolgens loop ik naar het Openluchtmuseum. Ik word geholpen door een aardige mevrouw en al lopend besef ik binnen vijf minuten, ook dit is te veel informatie voor vandaag. Absoluut geschiedenis om te bewonderen. Ik zie teksten en voorwerpen over textiel weven, oude koetsen en hoge bi’s (zo’n fiets met een groot en klein wiel). Het laatste huisje dat ik binnenloop, ben ik aan het inrichten voor mezelf. Een keuken met een oud fornuis en ronde tafel, vervolgens rechts een bescheiden slaapkamer met een ruimte die overloopt naar een kinderkamer. Ik zou er een bureau neerzetten om te werken, te schrijven. Ik loop terug door de keuken en links daarvan is er nog een ruimte, wellicht voor een bank en televisie. Alles precies groot genoeg. Wellicht een douche en toilet binnen? Dat is het enige dat ik zou veranderen. Onderweg naar buiten zie ik bomen waar theekopjes in hangen.

Lunchtijd. Het is op dezelfde plek. Het is zelfs aan dezelfde tafel. Het kan me niet deren. Onder de parasol in de schaduw en met een fijn groen uitzicht. Een vader met een kalm, onderzoekende peuter zit rechts van mij. Na een tijdje gaan ze en komt er een luidsprekend duo zitten. Ik weet alles van ze nu, behalve hun pincode. Ik drink mijn bitter lemon en eet mijn broodje gezond. Ik schrijf de ansichtkaarten om te versturen, ik lees nog meer hoofdstukken over al de vragen die Jules heeft over de dood en het leven. Ik drink een cafeïnevrije cappuccino en daarna nog één.

Het is tijd om te gaan. Ik wil terug naar de boom en de stoel om in te zitten.

De middag bestaat uit nog meer zinnen lezen, water drinken en mieren van mijn armen en benen afvegen.

Ik denk aan welke theekopjes ik in mijn boom kan hangen.

* Het einde van de eenzaamheid
Benedict Wells
ISBN 978-94-023-0787-0
2016 (e-book versie/ vertaling, 2017)