in een zee van boeken

Na het uitlezen van het boek De kraanvogel vrouw van Patrick Ness was er een fijne verwondering en drang naar: ze bestaan dit soort verhalen, ik wil er meer lezen. Bij toeval vond ik dit boek weer langs de weg in een bibliotheekkastje. Naast een prachtige kaft qua kleuren was ook de achterflaptekst die me enthousiast maakte om te gaan lezen. Het is een verhaal met Japanse invloeden. Het heeft het stille, creatieve en pure wat in woorden en gevoel tot een verhaal is geschreven. Het magische, mysterieuze en mystieke. Het verstilde en hoopvolle. Mystiek verlichtende zou ik het willen noemen. Het bijna bovenwonderlijke verklaarbare en onverklaarbare van het leven, de dood en wat daartussenin is. Prachtige opbouw. Een eind passend bij het verhaal en toch gaf het een onaf gevoel. Net zoals een leven soms nog niet klaar is met leven en de dood er dan toch is.

Het lot en ik bepalen welke boeken ik lees voor een aantal maanden nu. Het gaat best goed met de ´toevallige´ keuzes die ik maak in de bibliotheekkastje langs de weg, maar wat als ik mijn opties wat groter kan maken? Het bracht me naar de gedachte om toch maar weer eens te kijken naar de ‘echte’ bibliotheek en uit te zoeken hoe dat werkt en wat het kost.

Vroeger schreef je je in bij de bibliotheek in de gemeente van waar je woonde. Is dat nog steed zo, zijn er andere mogelijkheden? Ik ontdekte dat er tig opties zijn. Per gemeente verschilt het. Het irriteerde me meteen, dat het overal anders werkt. Overal een ander soort abonnement en andere kosten en andere uitleentermijnen. Ik was naïef in mijn denken dat het voor elke bibliotheek in Nederland hetzelfde zou zijn. Kan ik niet gewoon een boek lenen zonder abonnement? En waar dan en hoe dan? Ik liep ooit, een aantal maanden geleden al eens, de bibliotheek van Boxtel binnen. Het is onderdeel van een vaak gefietste route en er is een (gratis) toilet.

Het voelde toen als een mooie ruimte, onverwacht interessant om even van binnen te zien. Een hoeveelheid aan boeken waar ik even middenin stond. Na online zoeken en allerlei bibliotheekvestigingen te vergelijken, kwam ik toch uit bij die van Boxtel. Het heeft ruime openingstijden en de mogelijkheid om via de BiebApp per boek te huren (2 euro). Voor mij ideaal om te proberen, om te kijken of het lezen blijft gebeuren en ik hoef niet meteen een jaarabonnement met die bijkomende kosten af te sluiten. Snel na dat besluit was het doel van de dag om te gaan fietsen en eens te gaan zoeken naar welk boek ik dan zou willen gaan lenen. Met hetzelfde enthousiasme als dat ik voor een bibliotheekkastje langs de weg sta, kan ik nu in een ruimte met duizenden boeken hetzelfde doen.

Ik voelde me even weer kind toen ik daar in de bibliotheek de eerste boeken uit de schappen pakte. Een zee aan boeken voor me. En als ik wil kan ik ze allemaal lezen! Vroeger was ik een kind dat elke week naar de bibliotheek ging en wel meerdere boeken per week las. Het bracht een beetje dat gevoel terug. Ik kan elk verhaal lezen en ik mag zelf kiezen welke. Wow.

Tevens kwam er ook een gevoel van overweldiging toen ik er daadwerkelijk stond. Er staan heel veel boeken en hoe weet ik welk boek ik wil gaan lezen? Willekeurig op basis van een icoontje of kleur van kaft of dikte van boek pakte ik vele boeken uit het schap om na het lezen van een enkele zin vaak meteen weer terug te zetten in de kast. Het duurde even voordat ik een achterkant vond waarvan ik de gehele tekst las. Best wel even, langer dan anderhalf uur even om een boek te vinden waarvan ik dacht: ja, dat verhaal wil ik lezen en beleven. Een vrouw van mijn leeftijd hielp me bij de eerste keer scannen en uitlenen.

Een foto waarbij je me in de schaduw een boek ziet lezen op een bankje.

Vervolgens at ik mijn middagsnack op een houten buitenbankje en las ik een bibliotheekboek. Het boek is na de eerste pagina’s al best wel weer fantastisch. Als alles is gezegd van Anne Griffin.

Ik ben een eiland – Tamsin Calidas

Een boek dat ik al meerdere keren had opgepakt, gestart was met lezen en weer had weggelegd. Een boek dat naast veerkracht, dromen en prachtige natuur, ook rauw, grauw, ruw en soms een unheimlich gevoel brengt. Het is een talent dat de schrijver bezit om dat gevoel op meerdere momenten in het verhaal bij de lezer teweeg te brengen. Een boek dat ik niet zomaar ‘even’ kon lezen. Zeker als ik me zelf wat donkerder voel, dan is lezen over emoties en heftige gebeurtenissen niet ontspannend. En dat gezegd hebbende, heb ik de meeste hoofdstukken gelezen in het holst van de afgelopen nachten en grijze ochtenden waar de regen zachtjes viel. Omgeven zijn door het donkere en grijze werkte troostend voor een eilandleven waar ik even onderdeel van was.

Ik ben een eiland gaat over een vrouw die vanuit Londen verhuist naar een klein eiland aan de Schotse kust. In eerste instantie vertrekt ze met haar man en in de latere jaren verblijft ze alleen op een croft op het eiland. Het gaat over het eilandleven en al wat de mensen in haar omgeving (mens en dier) en de natuur met haar doet. Het is haar persoonlijke verhaal. Het gaat over kracht, alleen zijn, eenzaam voelen, verdriet, angsten, liefde, verlangen naar wat je wenst en niet zal ontvangen en hoe leef je dan verder? Het gaat over het leven en de dood.

woorden voor de natuur

Bladzijde na bladzijde blijft de schrijver zinnen opschrijven om de natuur vast te leggen. Het beschrijven van het eiland en al het mooie en schrijnende wat dat met haar doet, is in een oneindige stroom aan prachtige metaforen en soms onbekende woorden vastgelegd op elke pagina. Ik blijf het bewonderen, dat een mens een woordenschat bezit om beeld in woorden uit te drukken.

Op driekwart van het boek merkte ik dat ik op een gegeven moment wel weer wat meer wilde beleven en niet alleen lezen over de natuur in al haar vormen. Alleen bedacht ik een paar regels daarna: het is haar verhaal. Zij wil delen hoe zij het eiland ervaart. Ze heeft veel meegemaakt. De fragmenten waarbij ze deelt wat haar is overkomen, lieten me soms een hand op mijn hart leggen en een traan laten. De hoofdpersoon is op zoek naar haar rust en die vindt ze juist in de natuur om haar heen. Daarnaast is de waarheid dat ik in de woorden die ze er aan kan blijven geven, ik ook de herkenning en herinnering vind. Ze verdwijnt soms in de zee. Letterlijk en figuurlijk. Ik vind het heerlijk om in de zee te verdwijnen. Te kijken naar de woestheid van de golven, het schuim, de kou, het zout op mijn lippen proeven en het zand op mijn huid voelen. Het serene blauw zien, meebewegen met het kabbelende, het eindeloze om naar te kijken, in te verdrinken, het onbekende dat er continue is om te ontdekken en al de vogels die er boven zweven.

Het zegt ook iets over mij, als lezer, dat ik wil dat er iets meer actie is. Tevens weet ik niet wat er dan meer te vertellen zou moeten zijn? Het verhaal is niet van mij. De gedachte dat het leven misschien wel voornamelijk kan bestaan uit het observeren en absorberen wat is? De natuur, de dieren, de seizoenen? Het zijn?

woorden voor het afscheid

De schrijver schrijft wat ie wil. De lezer leest wat ie wil.

Hij zei heel zacht: ‘Ik zal je missen. Het is mij een groot geschenk geweest je te kennen.’

Op de dood wachten brengt een grotere mate van openhartigheid met zich mee als je lucht durft te geven aan al die dingen die je nooit meer zal kunnen zeggen. Het is ook een moment van zwijgen terwijl je heel graag wilt spreken omdat je weet dat ondanks al je inspanningen en liefde, woorden niet meer kunnen helpen.

(Ik ben een eiland, Tamsin Calidas, 2021 – blz. 145)

het roodborstje

Ik kan niet tekenen. Wie heeft dat bedacht, dat ik niet kan tekenen? Ik. Ik heb dat ooit zelf in mijn hoofd gehaald toen ik ergens tijdens mijn tijd op de middelbare school mezelf ging vergelijken met anderen. Ik kan me nog een moment herinneren dat we een zelfportret moesten tekenen in de tekenles en naar mijn idee lukte het maar niet. Ik ging toen naar de docent en vroeg om hulp. Hij zette vijf lijnen erbij en toen was het ‘beter.’ Het klopte dat de tekening meer lijkend was, maar het was alleen ‘gelukt’, omdat de docent verbeteringen had aangebracht (dacht ik). Het voelde niet meer als mijn tekening.

Heb ik tekenen ooit leuk gevonden? Ik heb er geen specifiek idee bij of ik het leuk vond. Ik was vroeger wel van de origami en knutselen. Inkleuren van plaatjes vond ik ook leuk, precies tussen de lijntjes kleuren en mooie kleuren kiezen. Nu kan ik me soms nog een half uur vermaken met van die volwassenkleurplaten.

Levenslessen worden geleerd. Iets creëren is leuk. Wil ik tekenen? Dan ga ik tekenen. Het gaat er niet om of het goed of slecht is. Het gaat erom dat ik er plezier aan beleef.

En zo kwam het dat ik ergens in de afgelopen weken in de vroege ochtend aan het tekenen ging. Ik was vroeg wakker (lees: rond 4.45u) en ik kon niet slapen. Ik was al een paar dagen op zoek naar een foto van een roodborstje en dat wilde maar niet lukken. Ze vliegen me letterlijk om mijn oren, roodborstjes deze dagen, maar ‘mooi’ op beeld heb ik ze nog niet gevangen. Online een foto vinden was een optie, maar ik heb een foto nodig waarbij het beeld het liefst auteursrechtvrij is. Ik had warempel een schetsboek en potloden in huis. Die had ik vorig jaar rond kerst gekocht, omdat ik toen zin had om te knutselen maar ik wist niet wat..

Ik kan toch geen roodborstje tekenen? Hoe doe ik dat? Waar begin ik? Licht. Het is nog schemerig buiten. Ik maak ietwat licht om te kunnen zien wat ik schets. Niet te veel licht, ik wil nog niet té wakker worden. Ik google: hoe teken je een roodborstje? Ik vind een zes stappenplan. Het oogt overzichtelijk en niet te ingewikkeld. Ik volg de stappen. Ik kijk en vergelijk continue. Waarachtig, na een half uur is er een soort van lijkend roodborstje verschenen. De contouren in ieder geval. Nu nog wat gaan inkleuren. Hoe werkte dat ook al weer? Geel en rood wordt oranje? Waar houdt het rode borstje op en waar begint het meer bruine gedeelte van de veren van de vogel? Ik doe maar wat en check elke keer door het schetsboek op afstand te houden of ik me een beetje kan vinden in mijn creatie. Op een gegeven moment stop ik, want ik ga alles stom vinden. Terwijl ik het in het begin nog een soort van oké vond, van wat ik had getekend. Ik laat het schetsblok open op mijn tafel liggen en ook alle kleuren potloden liggen er los naast. Ik hoef niet alles meteen op te ruimen. Even de rommel zo laten zoals die is.

Gedurende de dag loop ik er langs, pak ik een potlood op en kleur ik wat bij. Allemaal op gevoel. Het plaatje van internet is al lang niet meer het voorbeeld dat ik volg. Ik teken en kleur wat ik wil.

ruimte voor woorden over de dood

En waarom heb ik een tekening van een roodborstje nodig? Ik had een beeld nodig bij een lezing die ik ga geven. Met een lichte kriebel in mijn buik en nieuwsgierige blik doe ik iets anders. Iets wat redelijk onbekend is en me ook oncomfortabel laat voelen. Het nadenken over het hoe en wat, ontwikkelen, creëren en (onverwachte) tekenen voelen fijn en geven energie. Het daadwerkelijk daar gaan staan en delen, denk ik nu nog niet te veel over na. Stap voor stap.

Wat ga ik doen? Ik ga praten over de dood. Ik deel geheel vanuit mijn ervaringen, opgedane kennis over de dood en waar ik dan aan denk. Ik gebruik beeld, tekst en geluid om voorbeelden te geven en te ondersteunen wat het voor mij zinvol maakt om met de dood bezig te zijn.
Men gaat met iets naar huis om over te mijmeren. Wat het ‘iets’ dan ook moge zijn. Het kan een gedachte zijn die nog niet eerder is gehoord over de dood, een tekst die aanspreekt of een zin die herkenning geeft. Via onderstaande link is het iets uitgebreider toegelicht (het zijn niet allemaal mijn eigen woorden).

wanneer: donderdag 12 oktober 2023 (start 19.30u tot +/-21.00u)
locatie: Grand Café De Bank Best

Ben of ken je iemand die het wellicht interessant vindt? Deel gerust onderstaande link en meld je aan.

ruimte voor woorden over de dood – 12 oktober 2023 – start 19.30u