een dag vol

Soms overvalt het me. Een weemoedig gevoel. Het gebeurde gisteren toen ik door de winkelstraat van Valkenswaard liep. Het komt onverwacht. Het wordt niet aangekondigd, het is niet gepland en dan is het er opeens. Niet per se verdrietig of niet oké. Het gebeurt en het is.

De vroege vroege dag begon met een fantastisch helder fluitconcert van de vroege vogels die voor mijn huisje tegelijkertijd met mij wakker werden. Vervolgens ontdekte ik per auto nieuwe paden die me leidde naar het terugbrengen van het boek Lentetuin van Tomoka Shibasaki (oordeel: mwah) naar de bibliotheek van Valkenswaard. Bij het naar buiten lopen stond er een ideaal bankje in de zon en daar at ik een banaan als ontbijt. Ik kreeg een ‘smakelijk eten’ van een lieve mevrouw met haar hond en een aansluitend gesprekje over het weer en wat een mooie dag het was.

Al zittend daar in het zonnetje ontving ik een berichtje van de huisbaas met de vraag of hij deze ochtend mijn koelkast zonder vriesvak kon vervangen voor een koelkast met een vriesvak. Ja, fijn. Het vooruitzicht van waterijsjes eten en brood kunnen invriezen, maakte me blij. Het voelt als een cadeautje. Luxe om dat straks weer te kunnen doen. Aangezien ik ook niet zat te wachten om hem op zijn vingers te kijken hoe hij de koelkasten zou wisselen, besloot ik het centrum van Valkenswaard in te lopen. Ik was er nooit geweest en aangenaam verrast door best veel winkels die ik wel kan waarderen. Hier en daar zag ik de grote merken en ook veel unieke kledingboetiekjes.

Mama zou dit wel leuk gevonden hebben. Opeens was die gedachte er. Ja, dat vond ze zeventien jaar geleden leuk. Hebbedingen winkeltjes. Beetje neuzen, rondstruinen, niet echt iets nodig hebben en toch overal even willen kijken. Toen ze nog leefde vond ze het leuk. Had ze het nu, zoveel jaren later nog steeds leuk gevonden? Ik weet het niet. Het bracht voor nu een herinnering aan haar terug en dat was fijn. Hoe onverwachts het ook gebeurde, op die fijne zaterdagochtend in de lentezon was ze even bij me en liep ze met mee door de winkelstraat van Valkenswaard. Vervolgens zag ik een café met een rood DE uithangbordje. Daar ging ze graag naar toe als we in Eindhoven waren, het officiële DE café en dan kon ze haar koffiepunten inwisselen en een cappuccino drinken en een taartje eten. Ik ging naar binnen als troost voor het gevoel van weemoed, even in memorie een kopje rooibosthee drinken en enkele pagina’s lezen in een nieuw boek.

Bij terugkomst in mijn huisje was de koelkast met vriesvak bijna geïnstalleerd, werd de keukenkraan nog wat vaster gedraaid en een haakje aan de buitendeur geplaatst, zodat die niet elke keer wagenwijd open waait als ik frisse lucht binnenlaat. Ik at mijn lunch, liet mijn benen even rusten en besloot toen al fietsend naar de supermarkt te gaan voor mijn gewenste waterijsjes.

Ik fietste een extra lange route met niet geplande omwegen, want de zon was zo fijn. Ik zag het verschil in groenheid om me heen in vergelijking met vorige week. Onderweg staan de bankjes in de zon al op me te wachten, waar ik weer kan gaan zitten om de boeken te lezen die ik wil lezen. Het voelde geruststellend, dat de bankjes er nog steeds staan en dat die dagen en momenten weer gecreëerd gaan worden.

Na thuiskomst waste ik mijn haren, plofte ik met ietwat vermoeide benen op de bank en at ik mijn watermeloenijsje (die toevallig ook nog in de aanbieding was). Wat een geluk!

gezocht en gevonden

Het is zo fijn om buiten te zitten en gewoon te kijken. Alles is precies zoals het moet zijn. Geen enkele wanklank.* (blz. 53)

Ik zit met mijn gezicht heerlijk in de zon, ik kijk uit op een park, ik zie en hoor de vogels fluiten en een lieveheersbeestje besluit dat mijn trui haar tijdelijke rustplaats is. Naast mij zitten twee mensen aan een tafeltje die een eerste date hebben. Een zonnebril op mijn neus. Een boek in mijn schoot. Ik voel me oké. Best wel oké. Geen enkele wanklank.

Ik lees Ik heb het de tuin nog niet verteld van Pia Pera. De titel is net zo fantastisch als de woorden die ze heeft opgeschreven. Ik ben gek op de naam Pia. Ze is Italiaanse, ze heeft de ziekte ALS en is stervende. Ze verbindt haar gedachtes over haar leven en komende dood met haar Toscaanse tuin. Ze deelt herinneringen, reflecteert aan de hand van de groei en bloei en de dood en seizoenen die er ook in haar tuin plaats vinden. Ze schrijft over schrijvers, de boeken en perspectieven waar ze zich in herkent. Ze is zich bewust van haar groeiende lichamelijke beperkingen en is langzaam maar zeker (en soms met strijd en vertwijfeling en angst) steeds meer dingen uit handen aan het geven. De tuinman Giulio uit Sri Lanka helpt haar om haar tuin zo lang mogelijk in leven te houden.

Er zijn geen hoofdstukken, geen doorlopend verhaal. Het zijn vele wijsheden die ik beetje bij beetje elke dag lees. Ik heb vijftig pagina’s gelezen en op elke pagina is er wel een zin of een woord waarbij ik denk: ja. Ik laat een traan om de doeltreffendheid van haar zinnen. Gedachtes die ik heb en waar zij blijkbaar mijn woorden voor heeft gevonden.

In de eenzaamheid van de tuin, in de schaduw van een eik, waar niemand iets wordt opgelegd, is het prettig om je over te geven aan een verrukkelijke gedachteloosheid, om zich ideeën en beelden te laten vormen en ontbinden met dezelfde onsamenhangendheid als de wolken aan de hemel.

De helderheid van alleen op de wereld zijn.* (blz. 36)

Deze ochtend startte ik met het doel om de bibliotheek van Valkenswaard te bezoeken. Voor de boekenclub (yeah, ik ben toegelaten!) lezen we Lentetuin van Tomoka Shibasaki. Tweedehands, een e-book versie of in de bibliotheek van Boxtel is het dunne boekje niet te vinden. Nieuwprijs is me te duur en na wat online speurwerk kwam ik uit bij de bibliotheek van Valkenswaard. Ook daar is er een soort van manier om per boek te lenen en niet meteen voor een jaar lid te worden. Ik ben wederom aangenaam verrast. De mogelijkheden zijn eindeloos in deze tijd van leven.

Anderhalf uur later en wat andere wegen gefietst dan in eerste instantie gepland, heb ik het boek in mijn handen. De dag is te mooi en het gevoel te fijn om niet even ergens een plekje te vinden om een kop thee te drinken. Vandaar het moment in de lentezon op het terras.

Daar in de zon op het terras besefte ik wat het gevoel toch was wat al een paar dagen bij me is. Het zijn andere dagen. Anders betekent voor mij vaak verandering, het onbekende en nog niet beleefde avonturen. En dat is het allemaal. Sinds vorige week heb ik een nieuwe baan. Het gevoel dat ik voel is van lang lang geleden. Ik ervaar een soort van ‘zin’ en goede moed. De eerste werkdagen en momenten laten me terugdenken aan mijn taxi dagen. Wie het nog niet wist, tijdens mijn studie heb ik taxi gereden voor ouderen en gehandicapten. Voor mij was het toen een ideale bijbaan waarin ik zelfstandig mocht werken, auto rijden, met mensen praten en niet elke dag hetzelfde is.

Het nieuwe werk heeft veel van die facetten. Ik kom bij mensen thuis om ze te ondersteunen bij praktische hulpvragen. Denk aan: computerondersteuning, administratie ordenen, huishouden organiseren, sociaal netwerk uitbreiden. Ik rijd rond door Eindhoven en omgeving, ik heb ontmoetingen met mensen en ik help waar ik kan. Het is overweldigend, ik voel me niet zeker in mijn kunnen en het op uur en tijd en verkeer en alles wat ik aan het begin van de dag nog niet weet wat later kan gebeuren, zorgen (nu nog) voor onrust en ietwat spanning in lijf en hoofd. En dat is blijkbaar allemaal bij elkaar best oké.

Mijn maatstaf voor het vinden van nieuw werk koppelde ik aan de gedachte: werk mag fijn zijn en daarnaast wil ik mijn boek kunnen blijven lezen. Ik bedoel daarmee dat ik uitgedaagd mag worden en aan het einde van de week ook genoeg energie en ruimte heb om mijn boeken te blijven lezen. Het is nog vroeg. Het is werkweek twee. Ik lees vandaag mijn boek. Én ik kijk uit naar de vogels die me morgenvroeg weer wakker gaan fluiten, zodat ik een werkdag kan starten waarvan ik nog niet exact weet wat het zal brengen.

…om allemaal tuinman te worden. (…) toezicht houden op het welzijn van elk voelend wezen, waardoor elke soort zou kunnen floreren, maar zonder de bestaansmogelijkheden van elke andere soort in de weg te staan.* (blz. 14)

* uit het boek van Pia Pera: Ik heb het de tuin nog niet verteld 

om niet te vergeten

Het roodborstje zit al wiegend in het hangende vogelvoederbakje te zoeken naar het beste zaadje om op te eten. Kan een vogel kieskeurig zijn in het eten dat hen wordt aangeboden? Ja, is het antwoord. In de vrieskou van de afgelopen dagen zou men denken dat eten, eten is. Ook voor een vogel. En toch maken ze de keuze om te laten liggen wat niet hun smaak is. Het bakje functioneert tevens als eretribune om de zon te zien opkomen. Al starend in de verte door de kale takken van de bomen zien zij en ik dezelfde schoonheid van de morgenstond.

Ik vergeet dingen, zoals dat een capuchon een daadwerkelijke functie heeft. Natuurlijk houdt het de regen tegen, maar het helpt ook tegen de wind en kou. Ik verbaas me daar dan weer over. Alsof het de eerste keer is, dat ik na het opzetten van mijn capuchon merk dat ik het minder koud heb. Oja. Als ik fiets en ik zet mijn capuchon op dan blijft mijn lijf langer warm en worden mijn oren niet zo snel koud. Die capuchon doet echt zijn werk.

Laatst zag ik een roodborstje op het gras zitten bij mijn raam en die haalde een dikke vette worm uit de aarde. Ze keek mij recht aan en slurpte de sliert net zo naar binnen als een mens dat zou doen met een spaghettisliert. Alsof ze wilde zeggen: kijk! Ik kan heel goed voor mezelf zorgen en wormen opslurpen. Zie je me? Ja, ik zie je.

Ik word herinnerd aan de dingen die me een fijn gevoel geven. Eerder deze week las ik wat teksten terug die ik in de afgelopen jaren heb geschreven. Naast dat het fijn is om te weten dat ík dat geschreven heb en het nu terug kan lezen (echt fijn), brengt het ook het gevoel van toen terug. Mijn ervaringen, avonturen en perspectieven vastgelegd in zinnen en teksten die ik zelf heb gecreëerd.

Eerder deze winter ging ik mijn fiets uit het schuurtje halen. Bij het openen van de deur fladderde iets voorbij en zag ik vogelpoep op meerdere zadels liggen. Na enkele ogenblikken van stilstaan in de kleine ruimte verscheen er een roodborstje op mijn stuur. Hoi. Ik liet de deur openstaan en deed een paar stappen achteruit. Ik miste het moment dat ze naar buitenvloog, maar binnen zag ik haar niet meer. Ik haalde mijn fiets van de standaard af, keek achterom en daar zat ze in de heg, fluitend en naar mij te kijken. Dag.

Vanochtend las ik over het gevoel van tevredenheid. Ik herkende het. Dan is er een tijdloosheid en ik merk dat het compleet voelt in het moment en dat het alles is wat ik wil. In die toestand van totale aanvaarding voelt alles van binnen zich tevreden. Als je zo’n moment van tevredenheid vindt wéét je dat, omdat je merkt dat het zo volledig is dat je niets anders meer wilt. Wanneer je merkt dat je weer iets wilt, is dat het teken dat je dat gevoel hebt achtergelaten. (uit het boek: Oog in oog met het leven – Mansukh Patel, John Jones)

   betoverende zonsopgangen en -ondergangen
                 fluitende vogeltjes voor mijn raam
      een kop herfstthee in mijn handen
              de woorden op papier
        de maan en de sterren in de lucht van de nacht
  ontmoetingen aan keukentafels
          een kwispelstaartende hond aaien
               met verwondering een verhaal ontdekken
    fietsend onder de bomen door en wandelen langs de zee
door de regen
   met wapperende haren
       in de zon