warmte

De dag kabbelt. Wat effectief werk in de ochtend. Een kop hartige tomatensoep als lunch. Een bezoek aan de dokter waardoor ik meteen beter hoor. Toch even een fles rode wijn halen. Toch nog even wandelen in de late namiddag, ondanks de druilerige motregen en donkere wolken.En route passeer ik de levensgrote kerststal, de herder en haar knuffelschaap. Ze laten me glimlachen. Even in het kapelletje zitten. In stilte. Alleen. De wind die ik buiten hoor waaien. De kaarsen die branden, die licht geven. Ik fluister de namen van mensen en dieren die door mijn gedachten gaan. Ik wens ze liefde en licht. De gezichten blijven verschijnen. Als ik aan de één denk, wil ik de ander niet vergeten.  

Bij thuiskomst heb ik een werkende houtkachel. De koude dagen zijn voorbij en de verwarming biedt genoeg warmte. Toch willen testen of de schoorsteen gaat roken. Toch het vuur laten branden.

Ik maak een tosti en drink een glas rode wijn. Een voldaan gevoel overvalt me. Is dit wat ik miste? Het vuur waar ik naar kijk, de warmte die het me geeft?

De hele avond kijk ik naar de vlammen die dalen en stijgen. Het opstaan en de schuif verzetten is een nieuwe handeling waar ik nog mee oefen. Het vuur gaat soms bijna uit. Soms laait het (te hard) op. Het is het vinden van de juiste stroom van lucht om het hout te laten branden.

De warmte van het vuur. Aangenaam. Vertrouwd. De vlammen en de kleur. Het licht dat het geeft. Het voelt als een cadeautje waarvan ik niet wist dat ik het nodig had.

ochtendgloren

In mijn huisje is het koud deze vroege ochtend. Ik zie, als ik achter het gordijn kijk, de witte gloed over het gras. De lucht kleurt roze, paars en lila. Ik wil naar buiten. Ik wil wandelen in deze kou.

Opeens heb ik haast. Snel omkleden, snel nog mijn thee drinken, snel tandenpoetsen, snel nog even die trui opvouwen. Wat ga ik missen als ik traag ben?

Met jas, handschoenen, bergschoenen en twee sjaals om stap ik naar buiten. Ja, perfect. Laat die kou maar komen. Laat die frisheid maar zijn.

Stap voor stap loop ik over het landweggetje naar het gewenste voetpad. De lucht is ondertussen nog meer roze, nog meer lila en nog meer paars. De maan is zichtbaar. Vol in haar witheid. Sterk en stevig afstekend tegen de ochtendlucht. Niet te missen. Waar is de zon?

Hoek om en ik loop in de juiste richting. Links van mij in de verte kleurt iets geels met oranje. Het piekt achter de huizen door en lijkt met de seconde te groeien. Ik ben alleen met de vogels. Het is vroeg en toch niet heel vroeg.  Geen ander mens of geen andere hond is hier met mij. Ziet niemand wat ik nu zie? Bewondert niemand wat ik nu mag bewonderen?

Ik sta stil en draai mijn lichaam en hoofd richting de opkomende zon. Ze lijkt zo snel te groeien. Ben ik de enige die dit ziet? Straalt de zon voor mij? Het is prachtig. Ik mag hier zijn. Ik kan hier staan.

Het lijkt of de zon haar stralen aan mij geeft. Of ik die de extra energie tot me mag nemen? Het doet me terug denken aan de wandelingen over de heuvels in Clifton. Die ochtenden waarin het stil is. De zon haar werk doet.

Als ik verder loop, lijkt de zon me te volgen. Niet alleen in hoogte, maar ook in mijn richting en afstand. Ze laat me niet de in steek. Ze piekt door de bomen in de verte en verliest me niet uit het oog.

Ik kom de eerste tegenligger van vandaag tegen en we mompelen goedemorgen tegen elkaar. De hond is gemaakt voor dit weer. Een mix van witte husky, herder, labrador? Ik keer om en loop dezelfde route terug. De maan nog steeds daar, links van mij. De opkomende zon rechts van mij. De stralen verblinden mijn zicht.

Ik stap in de berm voor de denderende tractoren die er langs willen. Het bevroren gras knispert onder mijn schoenen. Ik gebruik de tien seconden om mijn gezicht nog een keer naar die stralen te draaien.

Met de tractor snel verdwijnend voor me, ga ik de hoek weer om en loop ik terug. Enthousiaste mussen begroeten me onderweg. Ik verheug me op een vers kopje rooibos thee.

Sleutel in het slot.

In het huisje is het warm.