How to talk to a widower – Jonathan Tropper

Met sarcasme. Humor. Amerikaans. Qua schrijfstijl anders dan anders. Engelse woorden die onbekend zijn, die ik moet opzoeken en gelukkig met de e-book mogelijkheden van nu, snel te vertalen zijn. Het verhaal is bij tijd en wijle bot en grof en met (voor mij te veel) seksuele verwijzingen. De hoofdpersoon heeft zijn vrouw verloren en bevindt zich voor een groot gedeelte in een slachtofferrol en dat erkent ie ook.

Ik heb empathie voor de hoofdpersoon, want hoe raar en krom het ook klinkt, zijn verdrietige en onverklaarbare gedachtes zijn ook herkenbaar. Hij doet en zegt rare dingen. Het lijkt eerlijk geschreven of de lezer het nou wel of niet kan waarderen. De zus van de hoofdpersoon heeft verdriet van een ander verlies. De stiefzoon heeft ook tranen. Zelfs de moeder van de weduwnaar ervaart een verlies. Iedere persoon in het boek, ieder mens in het leven, maakt een verlies mee.

Ooit begon ik met het lezen van dit boek in Augusta, Australië in 2009. In die tijd en tijdens die reis, las ik veel. Ik herinner me dit boek omdat ik het nooit heb kunnen uitlezen, doordat ik het daar kwijtraakte in een openbaar toilet.
Het begon tijdens een bewolkte ochtend in Augusta. Ik had het boek (denk ik) gevonden in het hostel en ik zat op een bankje te lezen. Verwonderd door de woorden die ik las en toch gegrepen door het verhaal. Later op de dag wandelde ik een stukje verder, maakte ik gebruik van een openbaar toilet en ik legde het boek op het toiletrolkastje. Ik zie het nu nog voor me. Ik vraag me af als ik weer in die omgeving zou zijn of ik dan de plek en het toilet weer zou herkennen. Ik had denk ik na een half uur door dat ik mijn boek miste. Ik ben terug gelopen en het boek was al weg.

In die tijd, als ik een boek uit had, schreef ik de titel en de schrijver op de laatste pagina’s van mijn dagboek. Dan had ik na mijn reis een overzicht van alle boeken die ik had gelezen. Ik had dit boek nog niet uit, dus ik had nog niets opgeschreven. De titel was me ontgaan. Het verhaal en de vraag hoe het zou aflopen en de ietwat bizarre humor die ik kon waarderen, zijn bij me gebleven. Een van de weinige boeken waar ik nog wel eens aan dacht, omdat ik het einde wilde weten.

Enkele jaren later zag ik de foto die ik blijkbaar van het boek had gemaakt. Een foto van het uitzicht van het water in Augusta en daarbij bladzijdes van het boek en de titel die zichtbaar zijn. Toentertijd zocht ik online naar het boek en vond ik het, maar ik deed er verder niets mee.
Nu zit ik weer in een fase waarin ik wil lezen, maar wel met een bepaalde zekerheid dat ik het boek leuk vind. Van dit boek wist ik dat ik geïnteresseerd was in het verhaal, dus ik kwam deze week in actie. Ik vond het e-boek via bol.com en ik herkende zelfs de cover. Na wat zoekwerk zag ik ook dat het de schrijver is van het boek: ik rouw van jou. Die titel werd wel eens genoemd tijdens mijn opleiding. Ah, oké. Zo ontstaan cirkels.

Ik ben het nu dus aan het lezen, geen idee nog hoe het afloopt. Ik kan niet zeggen dat ik de zinnen of woorden herinner, maar ik gniffel af en toe. Ik herinner me dat ik toen ook gniffelde, daar op dat bankje in Augusta in Australië in 2009.

How to talk to a widower
Jonathan Tropper
ISBN 9781409136910
2011 (e-book versie, 1e publicatie 2007)

door het raam

Een nieuw seizoen. Groei is voelbaar. De knoppen in de bomen worden elke dag iets meer zichtbaar. Er zijn andere fluitconcerten hoorbaar in de vroege ochtenden.

Gisterochtend zat er een lieveheersbeestje binnen. Binnengekropen door de kieren van mijn raam. Ik wil ze zoveel mogelijk redden. Maar mijn onhandige vingers en hun fragile lijf zijn soms een kwetsbare combinatie. Meestal lukt het me wel, om ze heelhuids op te tillen en buiten op het groene gras weer neer te zetten.
Gisteren, in de palm van de hand, zat het kleine beestje met rode schild en zwarte stippen geduldig te wachten op zijn nieuwe plek. Ik stapte naar buiten en op het moment dat ik wilde bukken naar het gras, spreidde het de vleugels en vloog ie omhoog. Vrij. Zo weg.

Vanochtend zag ik een roodborstje voor het raam. Een paar dagen gemist om naar te kijken, te bewonderen. Wel onderweg gezien, al fietsend voor mijn neus verschenen. Op paden en de takken van de bomen. Niet te missen, altijd mijn gezichtsveld vindend. Het is de natuur. Het hoort erbij. Het seizoen wisselt, ze vinden hun plek elders. Om te verdwijnen.
Deze ochtend, bijna elke keer dat ik uit het raam keek, zat ie daar weer. Onder de voedselbol op de stenen grond, te pikken naar voedsel dat is gevallen. Het eten dat niet is gegeten door de pimpelmees, mus, koolmees, staartmees, duif of zelfs de spreeuw die af en toe verschijnt. Daar zit het roodborstje dan, met wonderbaarlijk ook die luidkeels zingende vink naast d’r, voor mijn raam. Elke keer als ik even kijk, zoek ik en vind ik.


in de regen
in de schemer
van een avond
en de ochtenden
kijken de vogels
door het raam
van hun buiten

naar mijn binnen
zien een huisje
als ons thuis

een sterfdag

Vanochtend schreef ik met pen op papier de datum van vandaag: 17 maart 2023. Op dat moment besefte ik dat vandaag de sterfdag van mijn moeder is. Zestien jaar geleden was de dag, laat in de avond tegen middernacht, dat we afscheid van haar namen.

Afgelopen dagen heb ik wel aan de datum gedacht. Vanochtend stond ik niet op met deze datum als eerste gedachte. Ik zag in de vroege ochtend een roodborstje op het hoogste puntje van de vogelvoerpaal zitten en ik legde niet de connectie. Ik dacht er pas bewust aan toen ik met de hand de datum van 17 maart opschreef.

En nu ik deze woorden tik en ik kijk rechts uit mijn raam, zit daar weer een roodborstje. Op zoek naar eten en snel bewegend over het gras. Ik verleg mijn blik en ik kijk naar de wit/roze tulpen die ik kocht, omdat ik er zin in had. Gisteren hingen de stengels zo laag op de tafel dat ik dacht ze niet meer overeind zouden komen. Vandaag staan ze best al wel weer fier overeind.

Met elk jaar dat sinds 2007 is voorbij gegaan, is mijn leven veranderd. Ik denk op dagen als deze vaak aan van alles wat ik heb meegemaakt en waar ze niet meer bij is geweest. Soms stelt het me gerust als ik denk dat ze toch nu en dan meekijkt en meeleeft. Waar ze dan ook is. Soms wil ik niet dat ze zou zien wat ik wel en niet heb gedaan. Jaren die vol zaten met ontmoetingen, reizen, nieuwe woonplekken en werk. Jaren, weken, dagen waarbij tranen, verdriet, gemis, vrijheid, persoonlijke overwinningen en nieuwe herinneringen zijn ontstaan. Ik leef zestien jaar zonder haar.

Herinneringen brengen iets troostends. Meestal denk ik aan mijn moeder in de vorm van fijne en liefdevolle herinneringen, blije momenten die we samen hebben beleefd. Het verdriet van de jaren van haar ziek zijn en de laatste maanden voor haar dood komen weleens voorbij, maar vullen niet het merendeel van mijn gedachten.

De herinneringen die nu gemaakt worden door ontmoetingen met mens (en dier) en door ervaringen – leuke dagen, verdrietige momenten- zijn wat ons verbindt en ook wat later (ooit) de herinneringen zijn waar we aan gaan terugdenken als de een of de ander er niet meer is. Voor mij werkt het troostend, terugdenken aan herinneringen die ooit zijn gemaakt. Al het mooie én ingewikkelde wat men verbindt met de ander. Het is tevens ook een tegendraads gebeuren. Het verlangen naar een moment van toen en weten dat het nooit meer zo zal zijn op een soortgelijke manier. Het niet meer kunnen vasthouden van iemand van wie je houdt, maakt dat wat ooit was, verdrietig is voor nu. Een gemis en daarnaast voel ik dankbaarheid dat het ooit een moment van samenzijn is geweest.

Soms voelt het allemaal ver weg, herinneringen van toen. Soms is het dichtbij. We hadden elkaar ooit in ons leven en nu niet meer.

Ik herinner me toen ik klein was dat ze allemaal kleine vlechtjes in mijn haar maakte en dan gebruikte ze van die witte lipjes (die horen bij boterhamzakjes) om die aan de uiteinden van de vlechtjes vast te maken en dat ik ging slapen en dat het dan pijn deed aan mijn hoofd als ik op mijn kussen ging liggen en dat ik dan de volgende dag een hele bos met pluizig wafelhaar had. Of het kopje thee dat stond te wachten als ik thuis kwam uit school. Of de hele keukentafel vol met peulen en en doperwten en dat die gedopt moesten worden voor het wecken, de aardbeien die we geplukt hebben. De middagen samen met haar in de stad, winkel in en winkel uit. Of toen ik saxofoon speelde en ze met me meefietste naar de muziekschool en dat ze dan daar op me wachtte, even naar de dichtstbijzijnde ijssalon ging, en vervolgens met me terugfietste door de donkere bossen. Of dat ze op de rand van mijn bed zat om me welterusten te wensen. Of de speculaaskoekjes die we samen bakten. Of onze hond die bij haar op schoot kroop, hoe groot ie ook was. Of die mintgroene vervaagde badjas, die ze bijna elke ochtend aanhad als ze naar beneden kwam. Of dat moment tijdens haar feest dat ze vijftig jaar werd (volgens mij was het toen) en dat ze laat in de avond nog luidkeels meezong met Meat loaf´s Paradise by the dashboard light.

Het laat me glimlachen en huilen op een dag als deze.


een moment van toen
gedragen naar het heden