tegelijkertijd

Ik zit in een druk eettentje een kop thee te drinken en een boek te lezen over de dood. Om mij heen is er veel geluid. Van lichte achtergrondmuziek tot bestek dat klettert op borden tot een baby die huilt tot een gesprek naast mij tussen twee personen, dat als ik me concentreer tot in detail zou kunnen volgen. Er is een contrast tussen het levende leven om me heen en verdiept zijn in een boek over de dood en verlies.

En toch schetst het een beeld van hoe dat gaat. De dood en het leven zo naast elkaar. Ik denk wel eens terug aan het moment in de auto dat we op een doordeweekse dag onderweg waren naar de uitvaartdienst van mijn moeder. Ik zie ons rijden over het viaduct en auto’s rijden de oprit op en af, onderweg naar hun dagelijkse werk of wellicht een ander gebeuren dat zich in hun leven afspeelt. Het is niet aan de buitenkant te zien. Wij gaan naar een plek toe om afscheid te nemen van iemand van wie we houden. De rest van de wereld gaat door. Die stoppen niet. De dood was dichtbij ons op deze dag en toch gaat bij een ander het leven ook door.

De dood en het leven bestaan tegelijkertijd. Het is in hetzelfde moment bij elkaar of we het beseffen of niet. Soms overvalt die gedachte me. Met mijn hoofd en ratio kan ik daar dan niet bij, bij het besef dat de één leeft en wellicht fantastisch blij en gelukkig is en de ander, in exact hetzelfde moment, bezig is met verlies en de dood.

Er zijn momenten in mijn leven geweest dat de dood de overhand had. Het was een continue woord met bijbehorende gedachtes. Waar gaat men naar toe als dood dood is? Hoe voelt dat? Wil ik doodgaan? Wanneer ga ik dood? Stopt pijn als je er niet meer bent? Of neem je het mee? Leven was er dan ook wel in de momenten als ik aan al die vragen dacht, automatisch, maar niet bewust en niet uitgaande van het leven dat zich tegelijkertijd ook afspeelt.

Er zijn momenten dat leven de overhand heeft, meestal heeft het leven de overhand. De dood is er wel, sporadisch, en toch nooit vergetend.  Soms ga ik zo tot in detail dat ik denk: het vogeltje dat deze winter bij mijn raam zat, is die er volgend jaar dan ook weer op dezelfde plek, vliegt ie nog ergens rond? Of ergens in een prachtig buitenland lopen en een verhaal horen over een brug waar nu extra beveiliging is, omdat mensen dit als plek kozen om te sterven.

Ondertussen is mijn thee koud geworden. De tafel naast mij is niet meer bezet. De baby ligt tevreden te slapen in de wandelwagen. Het leven verandert voor mijn ogen.

In een veranderende wereld
in het leven
op de golven van de zee
is geen enkele zekerheid verweven.

de omweg is veel mooier, je ziet meer langs een weg die je niet kent

In december was ik in de auto onderweg van Westkapelle naar mijn eigen huisje. Op radio 1 hoorde ik het nieuwste liedje van Stef Bos, De Weg. Ik zocht in de weken daarna meerdere keren tevergeefs naar de liedtekst online. Alleen de zin, de omweg is veel mooier, bleef in mijn herinnering.

Deze zondag begon met een frisse fietstocht met een grijze lucht boven mij, rode wangen en het spatbord van mijn fiets dat een geluid bleef maken, dat ik ondanks meerdere keren afstappen en friemelen, niet kon laten stoppen. Al trappend tegen de wind in, dacht ik aan de middag in het verschiet en dat ik het vuur in de houtkachel ging laten branden. Bij thuiskomst at ik mijn heerlijke, eigengemaakte erwtensoep, vulde ik buiten het vogelvoer bij en ging ik op de bank zitten. Ik luisterde twee keer naar De weg en de derde keer schreef ik mee om de woorden op papier te hebben staan.

niet meer zien wat er niet is
en alles weg wat in de weg staat
met een glimlach kijken naar wat was
en zien dat het allemaal voorbij gaat

en niet meer jagen op die spoken
niet meer meegaan met de tijd
niet meer doen wat je niet doen wilt
om geen spelbreker te zijn

volg niet de aangegeven richting
volg niet de route die je kent
de omweg is veel mooier
je ziet meer langs een weg die je niet kent

en geen gelijk meer om te krijgen
geen barricade in je hoofd
geen waarheid en geen stelling te bewijzen
alleen opdoen wat je gelooft

volg niet de aangegeven richting
volg niet de route die je kent
de omweg is veel mooier
je ziet meer langs een weg die je niet kent

en leren los te laten
wat toch al is verloren
jezelf niet anders voordoen
om ergens bij te horen

je dromen blijven volgen
niet bang zijn voor het einde
kijk maar naar de wolken
zie hoe ze verdwijnen

volg niet de aangegeven richting
volg niet de route die je kent
de omweg is veel mooier en duurt langer
je ziet meer langs een weg die je niet kent

je ziet meer langs een weg die je niet kent
je ziet meer langs een weg die je niet kent


De Weg – Stef Bos / SPOTIFY

Ik reed terug naar mijn werk, omdat ik het eerste uur van de dag een afspraak op een andere plek had. Ik voelde haast en ik dacht: ik moet zo snel mogelijk terug zijn en weer aan het werk. Ik reed een prachtige zonsopgang tegemoet. Ik twijfelde twee seconden en vervolgens stopte ik de auto, stapte uit en keek in stilte naar een omweg.

ontmoetingen aan zee

de ene dag
Na een vroege ochtendwandeling over het strand van Westkapelle naar Zoutelande (en weer terug), ging ik naar binnen in de enige geopende strandtent. Ik vond een plekje bij het raam met uitzicht op de vuurtoren, het strand en de golven van de zee.

De wandeling van deze ochtend was werken en genieten tegelijkertijd. Ik liep langs de zee, de schuimende rollende golven en de zonsopgang tegemoet. Het begon met een bewolkte lucht en met voorzichtige stralen, het eindigde in Zoutelande met volle zonnestralen hoog in de lucht. Op de weg terug liep ik dichterbij de duinen. De route werd daardoor iets korter en met minder gedoe om de juiste strandpaal te vinden om doorheen te lopen. Ik draaide me regelmatig om, om de zon te kunnen blijven zien.

Ik was toe aan even zitten en een kopje thee en staren en woordzoekers oplossen. Het plekje bij het raam en de zon die bleef schijnen en voelbaar was achter het glas, was een ander onverwacht cadeautje van de dag. De rooibosthee zorgde voor warme handen. Twee ingevulde puzzels later werd het drukker om me heen, de muziek werd harder gezet en er kwamen twee mensen met twee honden aan het tafeltje voor mij zitten. Eén hond wilde naar me toe komen, maar de lijn kwam in de knoop te zitten tussen de tafel- en stoelpoten. Na wat gedoe met het uit elkaar halen van de lijnen, raakte ik in gesprek met de hondeneigenaren. De hond, lieve Bella, kreeg wat meer ruimte en kwam naar me toe. Even snuffelen aan mijn hand en toen liet ze me haar aaien. Over haar kopje, aan de linkerkant van haar bek, haar ogen vielen af en toe dicht en toen ze ging liggen, gaf ze bijna de ruimte om ook over haar buik te aaien.

Dat doet ze anders nooit. Zijn de fijnste woorden die een hondeneigenaar tegen me kan zeggen. Bella komt uit Roemenië en is over het algemeen heel schrikkerig. Ze is geen grote hond, geen kleine hond en heeft een donkerblonde langere vacht. De andere hond in het gezin, een zwarte labrador, is haar maatje en ze hebben elkaar geholpen om te wennen aan nieuwe situaties. Bella ging op haar gemak naast mij zitten en uiteindelijk liggen. Het gesprek met de eigenaren ging van welke woonplaats, naar werk, naar reizen en vervolgens praten over het leven en de dood.

In de middag ging ik na een wandeling in de miezerregen een andere strandtent binnen. Er was niet direct een plek aan het raam, maar wel een hond en twee personen die leken te gaan opstaan. De hond, klein en blij en springerig. Ik bukte en voordat ik er erg in had, kon ik hem aaien. Blije wup, zei ik. Daar word je toch blij van? Het baasje keek me aan en probeerde woorden te vinden om iets terug te zeggen. Na een paar seconden zei ze: inderdaad, blij, dat heb ik ook elke keer als ik naar hem kijk en hem aai.

de andere dag
De ochtend voelt vermoeiend. Werkend en lopend door het mulle zand. Continue afwegend waar ik wanneer door de strandpalen ga en inschatten of ik hier of daar bij die strandtent verderop wil gaan zitten.
De middag is fantastisch. In de volle winterzon, buiten zittend op tien meter van de zee. Pompoensoep etend en boek lezend met mijn zonnebril op.
In de vroege avond loop ik een andere strandtent binnen voor het avondeten. Ik vind een plekje aan het raam, met uitzicht op de zee waarbij de lucht langzaamaan verduistert. Aan het tafeltje links van mij zit een Duits echtpaar met hun Border Collie. Na vijf minuten en mijn eerste drankje besteld te hebben, komt er een groot gezelschap met ouders en kinderen binnen. Even daarna een groep ouderen die lijken te verzamelen voor de wekelijkse borrel. Het is een oefening om te blijven zitten in de toenemende stroom van geluid. Het maakt me in eerste instantie onrustig. Toen vanmiddag buiten in de winterzon overstemden alle golven van de zee elk Duits gesprek. Nu niet. Ik probeer vervolgens alleen maar even te zitten en mijn blik gaat meerdere keren naar het linkse tafeltje om contact te maken met de Border Collie. Ik heb geen succes en uiteindelijk sla ik mijn boek open om te zien of lezen alsnog lukt.
Na enkele minuten hoor en voel ik gerommel onder mijn tafel. Een snuit tegen mijn been. Hi lieffie. Ik kijk naar de eigenaren, maar ze lijken druk in gesprek en/of ze vinden het niet erg dat de hond even op een andere plek zit dan bij hen. Ik aai het lieve beestje over haar zachte vacht en over haar kop. We nemen allebei de tijd en hebben geen haast. Af en toe probeer ik oogcontact te maken met de eigenaren, maar of we missen elkaar telkens net of ze hebben het niet in de gaten. De lieve border collie trekt zichzelf uiteindelijk terug en gaat naar haar baasje toe. Ook daar krijgt ze een aai over haar bol.

De capaciteit voor verrukking is een cadeautje van leven met aandacht. – van Julia Cameron uit het boek ‘The artist’s way’