gevallen peren

Het begon vanochtend vroeg met het lezen van een nieuwsartikel over de NS. Onhandig voor hen die afhankelijk zijn van openbaar vervoer, goed voor hen die staken. Vervolgens dacht ik aan een mailtje van de NS en de aanbieding voor acht gratis e-boeken. Een mailtje gedateerd uit maart en toen ontvangen omdat ik jarig was. De kortingscode heb ik nooit verzilverd en toch altijd laten staan in het zicht in mijn postvak. Ik keek wat het aanbod was in de bundel als ik het deze maand zou downloaden. Het leken boeken met gevarieerde genres en de titel en omschrijving van Ik zal je nooit meer van Tatjana Almuli viel op. Ik startte het downloaden van de boeken op mijn laptop en ondertussen haalde ik mijn e-reader onderuit de la en legde ik die aan de stroom.

Binnen een kwartier was ik aan het lezen, benieuwd wat het verhaal zou brengen. Een half uur later veegde ik een traan van mijn wang. Zinnen als:

Soms deed ik mijn ogen dicht, niet eens bewust, maar prettig schuilen was het wel, in het zwart daar achter mijn oogleden. (..) Zo lang ik doe alsof er niets aan de hand is, is dat ook zo. (..) Alsof ik ergens boven de werkelijkheid rondzweefde, was ik zelf nog wel levend? (..) Gewoon maar doorlopen, doorgaan en hopen dat het eens anders zou zijn. (..) Mijn huid tintelt en ik voel me lichter dan vanmorgen en alle dagen hiervoor.*

Woorden die ik ook zou kiezen. Wat is dat toch met herkenning? Het laat me minder alleen voelen in een gevoel? Het geeft verbinding? Ik benoemde afgelopen week in een gesprek met een collega dat herken ik wel, dat heb ik ook wel eens en ze viel stil. Echt? Ja. Zij herkende het niet, kon zich er juist niets bij voorstellen. Ik was de eerste, naast haar tienerdochter, van wie ze hoorde dat het een gedachte is die men kan hebben.

Ik vind lezen fijn, de reactie is meteen. De rust en kalmte om te lezen ontbreekt vaak. Vandaag niet en dat alleen al voelt fijn. Ik wil nu dit boek lezen. Tevens was het plan voor deze dag om nieuwe (en vooral waterdichte) schoenen te kopen. Stukje fietsen en even naar praktische spullen kijken. Ik ging fietsten, vond een fijne (en wellicht overbodige) nieuwe mok en geen schoenen. Ik stond tien minuten in de supermarkt op zoek naar een nieuwe theesmaak om die later te nuttigen in mijn net gekochte mok. Ik fietste onder de bomen door en langs het kanaal. Ik ben blij dat het kouder aan het worden is en dat mijn sjaal weer de functie van warmhouden heeft.

Ik lach mezelf toe als ik nu hier in mijn relaxte stoel aan mijn biologische gember-kurkuma thee nip. Thee die dus in mijn nieuwe, oudroze geribbelde mok zit. Ik heb zicht op een tuin met bomen en zwiepende takken. De wind maakt het dat er enkele bladeren dwarrelend vallen. Ik zie de robotmaaier hortend en stotend in de miezerregen over de gevallen peren bewegen. Ik tik deze woorden en ik weet dat ik de hele middag kan wijden aan het verder lezen in het boek.

Ik beleef een herfstige vrijdag.

* Ik zal je nooit meer
Tatjana Almuli
ISBN 9789038809298
2022

huisje-boompjes-beestjes

Het ochtendlicht vindt zichtbaar een andere weg dan voorheen. De nachten lijken langer. De vroege uren bieden weer iets meer schemer als ik opsta en ik hoor minder vogels fluiten. Het kaarsje brandt in het opkomend licht. Het eerste kopje thee van de dag smaakt weer anders.

Deze ochtend is het vroeg dag voor me. De sproeiers schieten aan en de merel, die net nog rustig zat te zitten op het gras, schrikt en doet twee stappen terug om niet in de straal met tijdelijke regen te staan. Onze blikken kruisen elkaar.

Boven op de houten schutting spot ik een roodborstje. Het is even geleden. Een paar seconden later zit er een koolmeesje. Ik heb mijn pindakaashouder, nu nog zonder voer, voor de vogeltjes al opgehangen. Ik kijk uit naar het frissere weer. Mede omdat ik dan de vogeltjes kan (bij)voeren en ik ze constant vanuit mijn raam kan bewonderen.

De bladeren verkleuren en vallen al. Het is de vraag of het komt door de warmte of dat we richting een nieuw seizoen gaan. De appels en peren vallen her en der op het gras en soms op de dak van mijn huisje. Sommige vruchten zijn aangevreten door de vogels. Ik ruik een zurige geur, alsof ze aan het gisten zijn, als ik mijn voordeur open heb staan. De druiven aan de struik, die met enkele touwtjes aan mijn verandapaal vast zit, zijn gegroeid en lijken nog niet volgroeid. De wilde bloementuin staat nog steeds in mijn zicht, alhoewel de kleuren van de bloemen niet meer zo helder zijn. Enkele stengels zijn compleet uitgedroogd door de hitte. Mijn lavendelplant leeft nog, een soort van, maar kleurt niet meer zo paars als voorheen.

Er loopt af en toe een kat over het grasveld en tussen de bloemen door. Ik noem haar Lot. Ze is nog niet gecharmeerd van mijn avances. We zijn allebei gehecht aan onze huidige plek in de wereld. Als (het) Lot gunstig gezind is, wie weet wat de mogelijkheden zijn..

Ik zie wel andere dieren van dichtbij. Ik vind nog steeds beestjes in het huisje die onbekend voor me zijn. Sommige overleven mijn reddingsactie en andere niet. Als ik langs mijn hordeur loop, zitten er wel tien muggen aan de buitenkant. Wat fijn dat ze niet allemaal binnen komen. Het zijn er hooguit één of twee die me ’s avonds binnen gezelschap houden. Tot nu toe.

Het is een huisje-boompjes-beestjes periode.

liefde met een parasolletje

Een parasol die beschermt en toch de warmte om me heen laat voelen. Verkoeling voor mijn huid en minder fel licht voor mijn ogen. Vaak kleurrijk om naar te kijken of om af en toe achter te schuilen. Liefde met een parasolletje, een heerlijke titel van een prima boek dat ik afgelopen weekend heb gelezen.

Ik voelde me niet in m’n hum. Dat heb ik soms. Het is dan een gevoel wat daar is en met me is. Voor mij is het de kunst om het niet weg te duwen of te negeren. De hum te laten in de dag zoals de dag is.

De ochtend begon met de lichtelijk vervelende taak om terug te gaan naar de opticien, omdat beide brillen niet lekker achter mijn oor zaten. Ik vond vervolgens een fijne, nieuwe pyjamabroek. Ik heb afscheid genomen van de lichtblauw gestreepte katoenen broek met rode hartjes die al jaren overal met me mee naar toe gaat. Die ontelbaar keer is gewassen en heeft gehangen en gedroogd op al de plekken die ik heb bezocht. De scheuren waren niet meer te maken. De nieuwe is legergroen in een panterprintje, zacht stofje en heeft als bonus steekzakken.

Bij de supermarkt hadden ze net niet dat ene brood waar ik naar uitkeek. Wel hadden ze een gebakje met 35% korting en daar ontstond het idee om naar huis te fietsen, mijn thermoskan met kamillethee te vullen en te fietsen naar dat ene bankje waar ik een aantal weken daarvoor ook zo fijn had gezeten. De dag had verder geen planning. M’n hum is m’n hum. Ik kan allicht kijken en even zitten op dat bankje om te zien of het iets met me doet. In ieder geval een kopje thee drinken en gebakje eten met ander groen om me heen om naar te kijken. De thermoskan alleen al was een fijne gedachte. De kan met thee die bijna elke zaterdag mee ging naar school en nu al weer enkele weken niet in mijn tas heeft gezeten.

Bij terugkomst in mijn huisje zette ik eerst theewater aan, boodschappen opgeruimd en rode linzen in het water laten weken voor de soep van die avond. Alles bij elkaar rapen van een boek tot een pen tot een puzzelboekje tot een theedoek en de zonnebril. Een kwartier later zat ik weer op de fiets, toen pas denkend en hopend dat er niemand op dat ene bankje zou zitten. Ik dacht meteen aan een back-up bankje dat vijf minuten verder fietsen is. Het was niet nodig. Bij aankomst stond het bankje leeg. Wachtend op mij? De zon valt ideaal rond het tijdstip van 11.00u. Niet vol in mijn gezicht, wel de warmte op mijn rug. Ver genoeg van de rijbaan aan een niet al te drukke weg en toch genoeg fietsers, motoren, auto’s, Jumbo vrachtwagentjes en skeelers die om de zoveel minuten elkaar afwisselen. Bijna iedereen lacht, steekt een hand op of zegt goedendag.

Ik pak alles uit mijn fietstas en leg het naast me neer. Mijn thee schenkt zonder knoeien, het gebakje is niet te zoet en uitstekend passend bij de kamille. Zucht. M’n hum is niet weg, maar samen met mijn hum op het bankje voelt ie toch anders. Ik sla mijn boek open waar ik al vijf keer eerder dit jaar een poging heb gewaagd om verder te lezen. Ik begin weer bij het begin, de eerste bladzijden herinner ik me niet meer. Het verhaal is zomers. Het gaat over twee zussen, een oma die overlijdt, een ijssalon, de regen in Engeland, de zon in Italië en twee mannen en twee vrouwen die wel of niet de liefde vinden bij elkaar. De titel is fantastisch, de inhoud prima om zo maar even te lezen als afleiding. Waar de titel vandaan komt, kan ik niet terughalen uit het verhaal. Wel weet ik dat ik daar bijna twee uur op dat bankje heb gezeten met mijn kopjes kamillethee, boek, zonnebril en mijn hum.

Zomaar op een dag tussen het ruisend gras.