tranen

Maandag was een werkdag. Ik voelde me niet top, niet fijn. Meerdere factoren speelden mee, zoals ongemak in mijn lijf, drukte in mijn hoofd met gedachtes, mensen die onverwacht bleven binnen komen met vragen. Een telefoontje waardoor ik die dag niet zou krijgen, waar ik eigenlijk naar uit had gekeken. In reflectie zelfs naar had verlangd. Het was nog geen 10.00u ’s ochtends.

Soms heb ik verdriet en komen de tranen niet. Steeds vaker kan ik tranen niet meer tegenhouden, wil ik ze ook niet tegenhouden. Alleen tranen op werk en zichtbaar voor ieder is te open voor mij, te kwetsbaar. Ik liep naar het toilet op de eerste verdieping, omdat daar vaak minder mensen komen. Twee hokjes, allebei leeg en ik ging zitten met de deur op slot en huilde zachte tranen. Het is meer de ontlading die ik dan zoek, die me goed doet. Het waren stille tranen met af en toe een snik. Ik hoopte dat niemand zou binnenkomen. De tranen bleven stromen en ik kon ze ook niet stoppen. Het was oké. Het voelde als ruimte die gewenst was. Ruimte en tijd om te nemen om even de tranen te laten. Ik denk dat ik wel tien minuten daar heb gezeten en niemand kwam binnen. Ik stond weer op. Ik waste mijn gezicht en keek in de spiegel. Een rode blos op mijn wangen en ietwat rode ogen. Ja, dit is wat het nu is. Als ik iemand tegenkom die het ziet en wil benoemen, kijk ik maar wat ik zeg of niet zeg.

Er gebeurde niets. Niemand benoemde het. Niemand zag het? Ik werkte kalm met minder druk en probeerde los te laten van wat moest gebeuren. Ik handelde en werkte die dag zo rustig als het kon, met wanorde in mijn hoofd, aan wat er in het moment van me gevraagd werd.

Dinsdagochtend werd ik zeer vroeg wakker. Het was niet uit mijn lijf. Wat het dan ook moge zijn. Ik was wakker en ik kon niet meer slapen. Wikkend en wegend over de dag die voor me lag. Ik wil niet zo’n dag als gisteren. Ik kan me niet ziek melden, ik ben niet ziek. Ik voel me niet goed. Ik voel me niet fijn. Ik besloot er in ieder geval een thuiswerkdag van te maken. Een dag om in joggingbroek en eigen tempo wel wat te werken. Wat wil ik nog meer? Wat kan ik nu doen om me beter te voelen? Een wandeling. Ik wil naar buiten. Ik wil de zonsopgang op dat paadje daar zien. Alhoewel het weer vooral neigde naar regen en geen zon. De frisse wind en de beweging wil ik. De collega’s zijn aardig, bijna alles is mogelijk qua werkplanning. Wat nieuw voor mij is, is dat ik het niet vraag: is het goed als ik niet op locatie werk vandaag? Ik zeg: ik werk vandaag thuis, ik voel me niet top. Ik ben gewoon bereikbaar na 09.00 uur. Na het versturen van de berichtjes was er al meer ruimte. Binnen vijf minuten stond ik buiten in mijn wandelschoenen en met mijn neus in de frisse lucht. Geen paraplu in mijn handen, ondanks de voorspelling van regen.

Een paar keer zuchten en een diepe ademhaling. De eerste regendruppels vallen op mijn brilglazen. Met weinig tot geen mensen in het zicht begin ik te lopen. De tranen komen al lopend. Geen aanwijsbare gedachten. Tranen die vanzelf over mijn wangen vallen, gecombineerd met de spetters op mijn bril. Wat fijn dat ik hier even kan lopen. Wat fijn dat ik voelde wat ik wilde en ik heb kunnen handelen. Wat fijn. Het wandelpad is lang en ik merk ook dat ik niet de puf heb voor het hele stuk. Mijn tranen stromen gelijkmatig en het is even wat het is. Ik zie een tegenligger met zwarte hond komen en ik heb geen behoefte aan een goedemorgen. Op het moment van omkeren blijkt de hond, zwarte labrador, wel even aan mijn hand met handschoen te willen snuffelen. Ze benadert me, ruikt aan me, kijkt me aan en kwispelt met haar staart. Het baasje roept en de hond blijft bij mij. Ik zeg tegen de hond dat ze terug moet, doet ze niet. Ik loop met haar mee richting haar baasje. Baasje zegt goedemorgen, ik ook. Ik wil iets sneller doorlopen, het baasje zegt dat ze me nog nooit eerder hier heeft gezien. Met mijn opgedroogde tranen nog voelbaar op mijn wangen, zeg ik dat dat kan kloppen. Ik vraag hoe de hond heet en loop mee in hun richting. Ze vertelt over hoe ze in Amsterdam is geboren, nu is getrouwd met een man uit het dorp hier en dat ze samen een zoon hebben. De hond volgt ons en onderzoekt en snuffelt in de berm, tussen het gras en in de sloot. Aan het einde van het pad lopen zij door en ik draai me om om de weg terug te wandelen.

Geen zichtbare tranen voor de ander. Een hond die me doet denken aan onze hond van toen, de zwarte labrador Kai. Een vriendelijke vrouw en een grotere afstand afgelegd dan dat ik dacht dat ik energie voor had. Al teruglopend zet ik mijn koptelefoon op met wat muziek. Het is willekeurig wat Spotify voor me kiest. Deze ochtend hoor en onthoud ik de tekst: I’d rather feel something than be numb.

Als ik de sleutel in het slot van mijn huisje omdraai, voel ik me fijner dan toen ik een uur geleden vertrok. Ook een opluchting dat dat kan, gevoel dat kan veranderen en dat ik het in gang kan zetten. Ik zet water aan voor de thee en ik installeer mezelf op de bank. Geen ideale werkhouding en toch wat ik wil. Water, thee, laptop, handleidingen en telefoon binnen handbereik. Televisie aan met een nutteloze serie op de achtergrond. Ik begin aan de mail en de taken waarvan ik weet wat ik kan doen. Het blijkt dat ik daadwerkelijk prima kan werken vandaag. Ik sta vaker op, drink meer thee en de dag verloopt met genoeg werk en minder onrust uit de omgeving. Ik kijk af en toe uit mijn raam om de vogeltjes te zien vechten om dezelfde vetbol met eten. Ik spreek gedurende de dag met beide collega’s regelmatig over werkvragen en ze vragen ook hoe het met me is. Ik benoem dat ik het fijn vind dat ik vanochtend kon starten hoe ik wilde en dat dat helpend is geweest.

Best wel wonderbaarlijk voldaan sluit ik aan het einde van de werkdag mijn laptop. Een andere dag dan gisteren. Beide een dag met tranen.

I’d rather feel something than be numb
I’d rather feel something
Run right through it, right into it
Know it ain’t easy, but I
I’d rather feel something than be numb
I’d rather feel something


feel something – Duncan Laurence

met liefde en vertrouwen

Enkele jaren terug kocht ik tijdens mijn avonturen in Engeland en Schotland een mooi schrift. Aan de linkerkant van de pagina schreef ik de Nederlandse tekst en aan de rechterkant de Engelse versie van de eenentachtig verzen van de Tao Te Ching.

Ik wist van de eenentachting verzen van de Tao, doordat ik het boek A million little pieces van James Frey heb gelezen. Ik heb me niet tot in de diepte verdiept in het taoïsme (Chinese filosofische en religieuze stroming over hoe te handelen in het leven). Ik weet alleen dat als ik één van de eenentachtig verzen lees, ik altijd iets ervaar van troost, hoop of herkenning.

Af en aan heb ik gedurende mijn reis van toen de verzen overgeschreven. Soms wist ik niet eens wat ik opschreef en betekende het niets. Het ging puur om de handeling van het schrijven om zonder gedachten iets te kopiëren. Het proces van in stilte iets overschrijven, zoals ik vroeger ook deed in een schriftje om mijn handschrift te oefenen. Het overschrijven bracht me een bepaalde rust. Soms wilde ik rust en ging ik overschrijven alleen daarvoor. Soms wilde ik (h)erkenning van al dat ronddwaalt in mijn hoofd en gaf het schrijven en lezen van een vers de geruststelling die ik voor een moment zocht.

Under heaven all can see beauty as beauty
only because there is ugliness.
All can know good as good
only because there is evil.

Therefore having and not having arise together.
Difficult and easy compliment each other.
Long and short contrast each other;
High and low rest upon each other;
Voice and sound harmonize each other;
Front and back follow one another.

Therefore the sage goes about doing nothing,
teaching no-talking.
The ten thousand things rise and fall without cease.
Creating, yet not possessing.
Working, yet no taking credit.
Work is done, then forgotten.
Therefore it lasts forever.
(vers 2, Tao Te Ching: vertaling Gia Fu-Feng & Jane English)

Het één bestaat niet zonder het ander. Ik heb het ander nodig om het ene te waarderen en om het te kunnen zien. Ook het besef van het willen forceren van een beslissing of richting of pad, omdat ik het wil. Het brengt me minder, omdat ik forceer. Ik wil graag (of het is juist een duidelijke nee) en er ontstaat een strijd tussen het willen en het moeten vinden van een weg. De teksten in Tao Te Ching komen vaak terug tot het benoemen van het doen van niets. Niet op de manier van achterover leunen en niets doen, maar op de manier van het niet afdwingen. Handel niet en vertrouwen op dat wat er is.

Ik kom steeds vaker uit bij de woorden met liefde en vertrouwen. Het zijn de woorden waar ik aan denk als ik het even niet weet. Als ik opzie tegen een moment van de dag, klinkt het haalbaar om het aan te gaan met de woorden met liefde en vertrouwen. Al loopt het anders dan gedacht, ook al gaat het inhoudelijk anders dan gehoopt, ik breng in ieder geval liefde en vertrouwen mee. Het omvat voor mij een kern waar ik altijd naar terug kan keren. De woorden voelen waar voor me. Ook al geloof ik ze zelf niet altijd, het is zacht en herkenbaar. In momenten dat ik wel het vertrouwen en de liefde zie, voel en ervaar, brengt het de herkenning en bevestiging dat het er is.

Als de basis met liefde en vertrouwen is, wat is er dan (on)mogelijk?

[gedeeltes van tekst eerder gebruikt in een blog op Route de Claire]

de sterren

Of het komt doordat ik de laatste tijd meer kijk en zoek naar de maan of doordat ik gisteravond voordat ik ging slapen, las over de eventuele vallende sterren tussen 04.00 en 07.00 uur ’s ochtends? Ik werd vanochtend om 03.45 uur wakker. Het wakker worden op dit tijdstip kan ook praktisch gelinkt zijn aan een gewenst toiletbezoek of mijn onderrug die ik af en toe voel als ik draai onder de dekens.

Naar het toilet gaan in de nacht is vaak een afweging. Soms kan ik de tijd inschatten en kies ik voor het blijven liggen. Meestal wil ik niet op de klok kijken, want dan ga ik tellen tot een tijd die acceptabel is om op te staan en de dag te beginnen. Vanochtend keek ik wel en het was 03.45 uur. Dan toch maar eerst plassen. Of nee, eerst twee paracetamol in een glas met water doen, dan naar de wc, dan het water met medicijn drinken en toen bedacht ik dat ik wellicht buiten kan kijken of ik een vallende ster zie.

Met slippers zonder sokken, een dikke trui en sjaal om mijn nek ging ik niet te enthousiast naar buiten. Als ik een te grote stap zet, dan gaat de lantaarnlamp voor het huisje automatisch aan en dat is niet helpend om sterren in een donkere lucht te zien. Na het openen van de deur deed ik een kleine stap naar voren en vier stappen opzij. Het voelde niet heel koud aan mijn blote tenen.

Ik zie een heldere donkere lucht zonder wolken, zonder maan en vol met sterren. Hoe langer ik sta en staar, hoe meer sterren ik zie. Met mijn nek achterover gebogen en mijn achterhoofd die bijna mijn rug raakt, zie ik duidelijk Orion. De enige die ik weet en herken door die drie puntjes op een rij met de omringende sterren. Ik zie ook één felle ster. En tevens zie ik vele andere, in mijn ogen willekeurige, sterren die helder stralen onder de donkere hemel.

Het was deze nacht donker, niet pikzwart. Pikzwart was het ergens toen in de Australische bush. Toen waren het de dagen dat ik sliep in een campervan en onder een hemel met miljoenen sterren mijn tandenpoetsen stond te poetsen.

Voor een vallende ster sta ik wellicht net niet op het juiste tijdstip buiten. Na tien minuten kies ik weer voor mijn warme bed.

de ochtend na de nacht
denkend aan de sterren die stralen

niet meer zichtbaar
in het licht van de dag