in het kleine

Wat als de dood dichtbij komt? Wat als die opeens voor me staat? Door een plotselinge ziektediagnose of als iemand die me dierbaar is, slecht nieuws krijgt? De wereld, mijn wereld, de wereld van mijn dierbare is dan opeens anders. Anders dan eerst. Anders dan dat het ooit weer zal zijn. Wat zijn dan de vragen die ik mezelf zou stellen? Heb ik ‘goed’ geleefd? Wil ik nog iets doen? Voor mezelf of voor de ander? Wil en kan ik dan nog meebewegen om het leven te verlengen?

Ik bevind me nu niet in zo’n situatie. Toch zijn het vragen die ik mezelf af en toe stel en eventuele antwoorden die daar op volgen, komen zo nu en dan terug in mijn gedachten. Het is gekoppeld aan de vraag: wat wil ik? Wat wil ik nog doen, voelen, ervaren, meemaken in dit leven?

Bij antwoorden op grote vragen over bijvoorbeeld werk en wonen loop ik regelmatig vast. Het is voor mij een kwestie van zoeken, proberen, doen, niet doen en dan weer wat anders doen. Het zijn oneindige wegen om te bewandelen en ik blijf ze lopen.

In het kleine is het voor mij helder en fijn. Het is zichtbaar en voelbaar. Elke keer verrast het me dat ik het subtiele blijf zien en van dichtbij kan beleven.

Ik zit deze ochtend op een bankje in de zon in de Kampina met uitzicht op het Dal van de Beerze. Ik hoor en zie allerlei vogels in de lucht en in de bomen. Van dichtbij en op afstand. De gele en witte vlinders fladderen vrij om me heen. Een kleine, zwarte spin zit naast me op de houten bank. Een mug zoemt om mijn oren en de kever op de aarde is druk bezig om zijn nieuwe weg te vinden, omdat ik zojuist mijn schoen ergens heb neergezet en ie zich noodgedwongen opnieuw moet oriënteren. Ze zijn allemaal klein. Hun wereld, hun thuis, is wellicht niet zover weg van deze bank. De andere kant van hun wereld is wellicht de andere kant van het dal. Het kan lijken op een wereldreis die ze waarschijnlijk nooit gaan maken, afhankelijk van hun levensduur en avontuurlijke zelf. Voor mij is hun wereldreis naar de andere kant van het dal hooguit vijftien minuten lopen. Bij aankomst aan de andere kant van het dal heb ik een ander uitzicht, zij hebben een reis gemaakt en onderweg een grote, nieuwe wereld ontdekt.

Ik heb weinig tot geen overtuigende antwoorden merk ik. De antwoorden die er zijn, zijn er voor een moment. Nieuwe vragen blijven komen. Het is voor mij helpend om te kunnen zien van wat er in een moment is.

Mijn plantje in mijn huisje is een nieuw blaadje aan het groeien. Het viel me vorige week op dat de groei was gestart en elke dag dat ik nu kijk, is er een verschil te zien. En maakt het me blij? Door mijn zorg, kan het plantje groeien. De instructie zei één keer in de week water geven en volgens mij was dat te weinig. Maar ja, dat zei de instructie…Nu geef ik het twee keer per week water. Ik hou niet bij op welke dagen ik water geef. Ik voel de aarde en kijk naar de bladeren om te zien hoe ze ervoor staan.

Komende week begin ik met nieuw werk. Niet veel uren en het is tijdelijk. Er is twijfel en er zijn vragen zonder antwoorden. Wil ik dit? Diep van binnen is het een: nee, dankjewel?

Ik kijk naar de spin die nog steeds naast me zit op de houten bank. Kan een spin zonnen in de zon, verbrandt ie dan?

Rationeel heb ik mijn redenen paraat. Ik kan overtuigend naar mezelf en omgeving verwoorden waarom dit werk een prima keuze is voor nu. Het is iets nieuws om te ontdekken, proberen en maar zien wat het brengt. Het is vaak hoe ik doe en leef. Alhoewel dit allemaal waar is, beland ik in beredeneren, analyseren en duidelijke antwoorden willen vinden op mijn vragen. En die zijn er niet, want ik weet het niet. Totdat ik het doe.

Ik besef dat voor mij de zin, de rust en de ruimte in het leven (onder andere) zit in het zitten in de ochtendzon op dit bankje met een spin naast me die aan het zonnen is. In de verte laat de koekoek van zich horen. Een toom ganzen vliegt over. Een bromvlieg en een ander klein insect landen op mijn trui.

Vanochtend tijdens het fietsen van de bekende route zag ik de vijver met de witte assepoester eenden. Nieuw waren de zes (zeven?) zwarte, donzige en hele kleine eendjes zwemmend in het water. Even verderop stonden drie alerte (edel?) herten in een weiland naar me te kijken. Wie maakt de eerste beweging? In een andere wei zag ik een jong veulen in het groene gras liggen en stond haar moeder dicht bij haar.

Ik kan het niet laten om dit soort taferelen te blijven zien en beschrijven.

Ik zie het leven in de natuur.

ergens

Ik begin weer ergens. Ergens in de natuur waar ik vanochtend fietste. Een prachtige ochtend.

Bij het opstaan was meteen duidelijk dat treuzelen zou zorgen voor minder minuten in de zon om te fietsen. Dus gestaag en toch kalm voor mijn doen, zette ik mijn eerste kopje thee (lemon-ginger), stak ik mijn kaarsje aan, deed ik mijn warme sokken aan en begon ik de eerste zinnen op papier op te schrijven. Na een half uur werd het tijd voor het eerste kopje koffie en het oplossen van een woordzoeker. Daarna was het huppakee: bed opmaken, omkleden, gezicht wassen en tandenpoetsen. Tas inpakken, sleutel zoeken, fiets uit schuurtje halen, foto maken van mijn huisje met tulpen in de zon, hek openen en vervolgens zat ik op mijn zadel. Onderweg naar die plek waar ik wellicht de edelherten van een afstandje zou kunnen bewonderen.

De bladeren worden elke dag steeds meer zichtbaar aan de bomen. Wat woon ik op een fijne plek. Vijf minuten fietsen en het is groen, groener en nog meer groen om me heen. Het is vroeg en ik kom een enkele wandelaar met hond tegen. Verder geen fietser en weinig tot geen auto’s. Ook geen edelherten vandaag, wel een ooievaar die zeer rustig en kalm op nog geen 20 meter afstand van mij in het weiland op zoek is naar eten. Ik zoek in de omgeving naar een ooievaarsnest en ook die spot ik.

De wind is fris. Heerlijk vind ik dat. Ik neem de gebruikelijke afslagen. Ik zie bomen met bladeren die ik van de week heb gemist. Even hobbelen over die vervelende weg met kinderkopjes en dan even checken hoe ver de verbouwing van dat ene huis is. Nieuwe kozijnen zijn geplaatst zie ik. Ik besluit rechtdoor te gaan in plaats van linksaf en ik denk weer: wat woon ik op een fijne plek. Wat een vrijheid. Voor mij is dit vrijheid.

Ik kom uit bij een weg waar ik verschillende opties heb. Elke weg leidt ergens toe. Het maakt in essentie niet uit welke weg ik fiets, loop of leef. Ik kom wel ergens uit. Dat is namelijk reeds bewezen in het verleden.

Vandaag kies ik het slingerpad. Ik kom niemand tegen, behalve de grazende koeien, de schapen en hun lammetjes. Ergens mis ik toch de gewenste afslag. Tien minuten verder herken ik een weg. Ik besluit alsnog de weg te vinden die ik wilde fietsen. Ik ben op zoek naar dat ene bankje. Als de zon schijnt, is rond 10u de tijd om er op te zitten. Ik heb geluk. Ik vind het bankje en de zon. Er is verder niemand en ik ga in de zon zitten te zitten. Heerlijk. De enkele fietser en wandelaar die voorbijkomt, zeggen allemaal hetzelfde tegen mij: genieten hè?! Ja, genieten.

En zoals het leven (en het weer) dan gaat , komen er wat wolken en besluit ik weer richting huis te fietsen. Nog even langs de supermarkt voor vers brood bij mijn kaas.

Bij thuiskomst is de zon minder fel, de vogels tjilpen en ik fluister: dankjewel.

door het raam

Een nieuw seizoen. Groei is voelbaar. De knoppen in de bomen worden elke dag iets meer zichtbaar. Er zijn andere fluitconcerten hoorbaar in de vroege ochtenden.

Gisterochtend zat er een lieveheersbeestje binnen. Binnengekropen door de kieren van mijn raam. Ik wil ze zoveel mogelijk redden. Maar mijn onhandige vingers en hun fragile lijf zijn soms een kwetsbare combinatie. Meestal lukt het me wel, om ze heelhuids op te tillen en buiten op het groene gras weer neer te zetten.
Gisteren, in de palm van de hand, zat het kleine beestje met rode schild en zwarte stippen geduldig te wachten op zijn nieuwe plek. Ik stapte naar buiten en op het moment dat ik wilde bukken naar het gras, spreidde het de vleugels en vloog ie omhoog. Vrij. Zo weg.

Vanochtend zag ik een roodborstje voor het raam. Een paar dagen gemist om naar te kijken, te bewonderen. Wel onderweg gezien, al fietsend voor mijn neus verschenen. Op paden en de takken van de bomen. Niet te missen, altijd mijn gezichtsveld vindend. Het is de natuur. Het hoort erbij. Het seizoen wisselt, ze vinden hun plek elders. Om te verdwijnen.
Deze ochtend, bijna elke keer dat ik uit het raam keek, zat ie daar weer. Onder de voedselbol op de stenen grond, te pikken naar voedsel dat is gevallen. Het eten dat niet is gegeten door de pimpelmees, mus, koolmees, staartmees, duif of zelfs de spreeuw die af en toe verschijnt. Daar zit het roodborstje dan, met wonderbaarlijk ook die luidkeels zingende vink naast d’r, voor mijn raam. Elke keer als ik even kijk, zoek ik en vind ik.


in de regen
in de schemer
van een avond
en de ochtenden
kijken de vogels
door het raam
van hun buiten

naar mijn binnen
zien een huisje
als ons thuis