de sterren

Of het komt doordat ik de laatste tijd meer kijk en zoek naar de maan of doordat ik gisteravond voordat ik ging slapen, las over de eventuele vallende sterren tussen 04.00 en 07.00 uur ’s ochtends? Ik werd vanochtend om 03.45 uur wakker. Het wakker worden op dit tijdstip kan ook praktisch gelinkt zijn aan een gewenst toiletbezoek of mijn onderrug die ik af en toe voel als ik draai onder de dekens.

Naar het toilet gaan in de nacht is vaak een afweging. Soms kan ik de tijd inschatten en kies ik voor het blijven liggen. Meestal wil ik niet op de klok kijken, want dan ga ik tellen tot een tijd die acceptabel is om op te staan en de dag te beginnen. Vanochtend keek ik wel en het was 03.45 uur. Dan toch maar eerst plassen. Of nee, eerst twee paracetamol in een glas met water doen, dan naar de wc, dan het water met medicijn drinken en toen bedacht ik dat ik wellicht buiten kan kijken of ik een vallende ster zie.

Met slippers zonder sokken, een dikke trui en sjaal om mijn nek ging ik niet te enthousiast naar buiten. Als ik een te grote stap zet, dan gaat de lantaarnlamp voor het huisje automatisch aan en dat is niet helpend om sterren in een donkere lucht te zien. Na het openen van de deur deed ik een kleine stap naar voren en vier stappen opzij. Het voelde niet heel koud aan mijn blote tenen.

Ik zie een heldere donkere lucht zonder wolken, zonder maan en vol met sterren. Hoe langer ik sta en staar, hoe meer sterren ik zie. Met mijn nek achterover gebogen en mijn achterhoofd die bijna mijn rug raakt, zie ik duidelijk Orion. De enige die ik weet en herken door die drie puntjes op een rij met de omringende sterren. Ik zie ook één felle ster. En tevens zie ik vele andere, in mijn ogen willekeurige, sterren die helder stralen onder de donkere hemel.

Het was deze nacht donker, niet pikzwart. Pikzwart was het ergens toen in de Australische bush. Toen waren het de dagen dat ik sliep in een campervan en onder een hemel met miljoenen sterren mijn tandenpoetsen stond te poetsen.

Voor een vallende ster sta ik wellicht net niet op het juiste tijdstip buiten. Na tien minuten kies ik weer voor mijn warme bed.

de ochtend na de nacht
denkend aan de sterren die stralen

niet meer zichtbaar
in het licht van de dag

schaapjeswolken

een vaste fietsroute in mijn hoofd
en ik wijk af
de voelbare wortels van de bomen
die het asfalt doorbreken

wind van achteren
opzij
en van voren

bewegende benen
die me leiden naar nieuwe wegen
hobbelend voortstuwend
over de stenen

op bankjes zittende ik
in de warmte van de zon
te dromen

alsof mijn krullen zich vermengen
met herfstbladeren en schaapjeswolken

het leek wel of het herfstbladeren sneeuwde

Ik wil alleen maar over de herfst schrijven. Ik wil woorden blijven geven aan de blauwe lucht met wolken, de zon, de wind, de kleuren van de bladeren en de vergezichten die al fietsend aan me voorbijgaan.

Elke fietstocht dat de wind door mijn haren waait en het me een blij gevoel geeft, denk ik aan hoe fijn deze tijd voor mij is. Ik adem de frisse, blauwe lucht in. Ik draai mijn gezicht naar de zonnestralen als ik buiten ben. Ik kijk elke keer naar het kabouterstel in de boomstam om te zien of ze nog op dezelfde plek samenzitten en uitkijken over de weilanden met de koeien.

Vandaag, de zondag, deed zijn naam eer aan. Wat een heerlijke zonnige herfstdag. Er waren vele hoge bomen om onder door te fietsen. De zon en wind die bijna constant voelbaar was. Ik fietste over bekende paden en toch wel in een andere volgorde dan normaal, tegen de klok in. Eikels die voor me vielen, eikels die ik kapot fietste met mijn fietsbanden en een eikel die recht op mijn hoofd viel. Die laatste voel ik nu nog.

Ik vond twee bankjes om op te zitten. Het eerste bankje was vroeg op de route. Al regelmatig ben ik er langs gefietst en nu stond de zon er precies op te schijnen. Ik heb er even op gezeten en de witte strepen bewonderd die de vliegtuigen achterlieten in de blauwe lucht. Ook had ik zicht op een laan met hoge bomen. Het leek wel of het herfstbladeren sneeuwde. Ik denk bij dat soort groene doorgangen altijd aan de tekst: Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan. Ik zie nooit een Liesje, Lotje of lindenboom. Wel een laan met hoge bomen en dwarrelende herfstbladeren.

Het andere bankje was juist aan het einde van de fietsdag. Een grote bank dichtbij huis en waar velen tegelijkertijd op kunnen zitten. Ik zat er alleen op. In de tijd dat ik er zat, zag ik één iemand twee keer voorbij lopen. Beiden lachten we vriendelijk naar elkaar. Toen ik een half uur later terug fietste van de supermarkt naar huis, zag ik haar alleen op de bank zitten. Onze paden kruisten elkaar drie keer op deze zondag.

Met ietwat spierpijn in de bovenbenen zit ik nu op de bank in mijn huisje. Zojuist liep er nog een lieveheersbeestje op mijn hand. Het is de tweede in twee dagen tijd die de weg naar binnen heeft gevonden. Misschien was het wel dezelfde? Na wat rondjes in de palm van mijn hand te hebben gelopen, heb ik ‘r vervolgens op een groen buitenblad verder de tuin laten ontdekken. De vlieg van vanochtend had minder geluk.

Ik voel me vandaag zoals het lieveheersbeestje. Eentje met geluk.

Turn your face to the sun and the shadows fall behind you. – Maori Proverb