tekst en beeld

Iedereen interpreteert woorden anders en heeft er een beeld bij.  Iedereen interpreteert een beeld anders en geeft er woorden aan om het te beschrijven.

Bij het CKE in Eindhoven heb ik in 2013 een literaire schrijfcursus gevolgd. Als afsluiting van de cursus nam ik deel aan het Blind Date Project. Schildercursisten van Miranda van der Zandt portretteerden zichzelf in verf. Schrijfcursisten van Judy Elfferich portretteerden zichzelf in woorden. Daarna werden de werken geruild. Elke schrijver of schilder kreeg een zelfportret van een onbekende om op te reageren via een nieuw gedicht of schilderij.

Zie hieronder mijn teksten van toen.  De eerste tekst is mijn zelfportret in woorden en F. Jacobs heeft op basis van wat ik heb geschreven (en zonder mij te ontmoeten)  een schilderij gemaakt.

De andere twee schilderijen heb ik gezien en zonder de schilders te ontmoeten, heb ik daar een gedicht bij geschreven.

zelfportret11

strijd

oma-en-kleinkind

Ik ben mijn oude laptop aan het opschonen en ik zag de teksten en beelden weer voorbij komen. Ook al schreef ik de woorden bijna negen jaar geleden, ik kan me nog steeds vinden in de woorden die ik koos bij de geschilderde beelden. Ook dat een onbekende schilder naar aanleiding van mijn woorden die kleuren en beelden koos, vind ik nog steeds bijzonder.

Het herinnert me er ook aan dat ik me soms verbonden voel met een persoon, omdat ik hetzelfde lees of zie in het beeld dat geschetst wordt. Woorden en beelden komen dan samen.

[blog eerder gepubliceerd op www.routedeclaire.wordpress.com]

Olympische Spelen

Met alle beelden van de Olympische Spelen in Beijing 2022 op televisie denk ik terug aan de Olympische Spelen in Vancouver 2010. Vandaag keek en zocht ik of ik eerder heb geschreven over mijn eigen ervaring met de Olympische Spelen en dat had ik nog niet. A trip down memory lane.

2009
Het brengt me zelfs terug naar de zomer van 2009 in Alice Springs, Australië. Toen schreef en verstuurde ik mijn aanmelding in 30 graden hitte voor eventueel werk bij de Olympische Spelen voor het Holland House in Vancouver 2010. Internet was daar toen alleen beschikbaar door te betalen voor internettijd op een computer in het hostel. Ik zou op een vijfdaagse tour gaan in de Outback, dus ik verstuurde mijn aanmelding ’s ochtends vroeg voor 7.00 uur. Ik schreef onder andere op 6 juni 2009:

Eind januari van dit jaar ben ik vertrokken vanuit Nederland om een half jaar te gaan rondreizen in Australië en Nieuw-Zeeland. Ik had tot dan toe nog nooit zo’n verre reis ondernomen en ik wist niet wat me te wachten zou staan. Maar juist het feit dat ik het niet wist, was voor mij de uitdaging en met dat gevoel wilde ik vertrekken. Ik wilde naar een land dat ik niet kende, zodat ik het kon ontdekken. Ik wilde ondernemend zijn en het avontuur opzoeken zodat ik mezelf in situaties kon vinden waarvan ik nooit had gedacht het te mogen meemaken. Ik heb nu nog zo’n 6 weken te gaan en vanaf dag één is het een avontuur waarvan ik enorm geniet en leef van moment naar moment. Het zijn de kleine dingen als het maken van een praatje met iemand met wie je op een bankje zit en het constant leven met andere mensen in een beperkte ruimte tot en met het beklimmen van een 3.2 km hoge berg en tennissen in Melbourne Park waar normaal gesproken de Australian Open plaatsvindt. Ook dit zijn uitersten, maar vooral ervaringen waarvan ik geniet en die ik voor geen goud had willen missen.

[Lees via Gorgeous Gorges onder andere over die periode van toen.]

2010
Het is twaalf jaar geleden, februari 2010, dat ik in deze periode in het mooie Vancouver met een auto rondreed. Ik was na mijn aanmelding, gesprek en ontmoetingsdag in Zoetermeer, uitgekozen om mee te gaan. Ik had de rol als chauffeur toegewezen gekregen. Voor mij de ideale functie. Een feestje bouwen in het daadwerkelijke Holland House hoefde voor mij niet. Ik was een onderdeel van het geheel en ik kon rondrijden (en fietsen) en genieten van de omgeving, de natuur en de mensen.

Het doet me terug denken aan de wedstrijd dat ik Sven Kramer live de 5.000 meter heb zien winnen. Ik kreeg een wedstrijdkaartje cadeau. Ik herinner me dat ik nooit schreeuwde, hardop juichte en toen wel. Ik herinner me mijn oranje sjaal en hoe bijzonder ik het vond dat ik daar op die tribune mocht zitten.

Ik denk aan al de autoritten waar ik op zoek ging om verschillende boodschappen op te halen, zoals paspoppen en ook bepaalde klemmen met een specifiek soort touw. Mobiele telefoon met de mogelijkheid tot foto maken, was toen nog niet een gegeven.

Ik herinner de ontmoeting met de mensen rondom het toenmalige bobsleeteam. Ik haalde ze op bij het vliegveld en bracht ze naar Whistler. Ik zag hun huis waar ze verbleven en we deden ook nog even boodschappen in de lokale supermarkt. Ik was de hele dag met ze onderweg. Ik reed terug met een prachtige zonsondergang. Ik kon mijn geluk niet geloven.

Ik herinner me dat ik met Guus Meeuwis en zijn mensen achter de auto van Armin van Buuren aan reed, omdat Armin ergens in het centrum zou draaien en Guus had zelf geen auto.

Of toen ik een groep mensen naar een besneeuwde bergtop bracht, want ze gingen naar de wedstrijd van Nicolien Sauerbreij kijken. Ik weet nog dat ik ergens in een hutje kon zitten met andere Canadese medewerkers, kijkend naar de televisie en zien hoe ze goud won.

Of de ontmoeting met Mark Tuitert, die met zijn net gewonnen gouden medaille voor de 1.500 meter en zijn familie in de auto zat. Ik bracht ze thuis na een voor hen unieke dag.

Ik herinner me hoe mooi het land is en hoe vriendelijk de mensen zijn. Ik heb zoveel kunnen en mogen bewonderen. Ik dacht toen al: ik wil terug naar dit land. Kan ik hier ook werken en wonen? Ja, dat kon. Het gebeurde later dat jaar.

[Lees via Canada 2010-2011 over de avonturen van toen.]

2018
In 2018 was ik tijdens de Olympische Spelen in Clifton, Engeland. Ik heb toen geschreven over het vinden van Eurosport 5, zodat ik toch het schaatsen kon kijken (zie blog Discoveries).
Ik herinner me ook dat ik op één van wedstrijddagen in de sportschool aan het hardlopen was en naar het televisiebeeldscherm keek waarop Kjeld Nuis goud won. Via mijn oortjes kon ik via een Nederlands radiostation het commentaar volgen. Ik rende en liep veel langer die dag dan nodig was.

Ik geniet van sporters die een sportprestatie neerzetten. Ik word blij van een Ireen Wüst. Ik geniet van een Nadal die overwint en wint.

Ik geniet (na) van mijn herinneringen.

I am I am I am – Maggie O’Farrell

The people who teach us something retain a particularly vivid place in our memories. (p. 92)

De laatste tijd denk ik regelmatig terug, probeer ik me te herinneren, waar ik vroeger blij van werd. Lezen. Ik las vroeger vanalles en nog wat. Meerdere boeken in de week.

Mijn concentratie is nog wankel. Het lezen van een bladzijde kost tijd en energie. Het weerhoudt me van het starten van het lezen van een boek. Iemand adviseerde: wat maakt het uit dat het een pagina per dag is? Dan is dat wat je leest.

Na het kijken van de film The Jane Austen Book Club, kwam het idee in me op om me ook aan te sluiten bij een boekenclub. Ietwat poging tot wat meer lezen en wellicht nieuwe mensen leren kennen? Ik ging googlen voor een boekenclub en kwam uit bij een website met een boekrecensie. Het boek: I am I am Iam van Maggie O’Farrell. Niets te maken met een boekenclub, maar ik herkende het verhaal. Ik had eerder gehoord over het boek.

That the things in life which don’t go to plan are usually more important, more informative, in the long run, than the things that do. You need to expect the unexpected, to embrace it. (p. 55)

Ik had het gehoord van Penny. Penny uit Edinburgh. De vrouw van Paul en het gezin waar ik vier maanden heb gewerkt. Toen, in 2017, was het boek net uit. Ik herinner me dat ik met Penny in de auto zat. Ik zou haar wegbrengen naar een tuinfeestje waar Paul al was. We waren even met zijn tweeën. Ik vroeg naar de vriendschap met Maggie, de vriendin van het feestje. Ze kenden elkaar nog niet heel lang. Maggie is een schrijfster vertelde Penny. Ze vertelde over het boek dat net gepubliceerd was. Het ging over de schrijfster (Maggie) haar verhaal en dat ze 17 keer in aanraking is geweest met de dood (seventeen brushes with death). Ik was gefascineerd door het verhaal. Bijna doodgaan en dat 17 keer in je leven? En dan nog steeds leven? Penny vertelde met bewondering over haar vriendin en wat ze allemaal had moeten doorstaan. Haar levensverhaal en haar huidige zorgen om haar dochter met dodelijke allergiën. Penny en Maggie’s vriendschap had de gemeenschappelijke deler van een ziekte die onderdeel van een gezin is. Het verbond ze met elkaar. Ik las het boek toen niet.

Door de herinnering kreeg ik een doel. Zin om dit boek te gaan lezen.

Ik heb het ondertussen gelezen.

Ik raad het aan. Een autobiografie die indruk maakt. Over het leven. Over de dood. Over ontsnappingen des levens. Over liefde. Over verliezen. Ik herken mezelf in haar uitspraken, haar gedachtes.

Gedachtes die ik ook denk, ervaar en voel. Maggie die schrijft en deelt. Een bepaalde gelatenheid in haar woorden. Angst voor oordeel. Het verlangen en tevens  het niet weten hoe dan wel.

I need to start my life. I need to find a path for myself, to find a job that sets me on the right course or, in fact, any course at all. I have to find work that will pay my rent, cover my tube travel, and doesn’t bore me to the point of screaming, so that I have the headspace and the energy to come home in the evenings, perhaps, maybe, possibly, to write. But how to pull off such a trick, such a balancing act? I haven’t the faintest idea. (p. 163)

Lezen. Aha. Het brengt me altijd wat. Het is vaak een nieuw perspectief. Of juist een bevestiging van wat ik al denk. Het brengt herkenning. Soms met een gevoel van haast, omdat ik nog niet daar ben waar het boek het verhaal al verteld heeft.


I am I am I am (Engelse versie)
Maggie O’Farrell
ISBN 978 1 4722 4076 7
2017