de dag dat ik naar de Kamer van Koophandel ging

De korte versie en conclusie van de dag is: ja, ik sta met ruimte voor woorden officieel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel! Ja, je kan mijn naam noemen (graag zelfs) als je iemand ontmoet en denkt dat ik wellicht van betekenis kan zijn in de vorm van:
• begeleiding bij verlies, verdriet, rouw, sterven en levensvragen.
• schrijven van teksten over de dood en het leven. Denk aan: (hulp bij) afscheidsspeech, een persoonlijk gedicht cadeau doen, boekrecensie schrijven, interview afnemen en uitwerken of beschrijving (ervaringsbezoek) van een tentoonstelling / evenement / voorstelling / bijeenkomst die een link heeft met verlies, sterven, de dood en het leven.

CONTACT:
ruimte voor woorden | Claire Faasen
06-28234226
| ruimtevoorwoorden@gmail.com
http://www.ruimtevoorwoorden.com

Dankjewel ♥

De lange versie van deze dag en de (sneeuw) belevenissen, lees je hieronder.

woensdag 8 maart 2023
Het is een dag waarvan ik wist dat er wellicht wat sneeuw zou gaan vallen. Ik had namelijk al vijf scenario’s bedacht van hoe ik van mijn huisje naar de Kamer van Koophandel in Eindhoven zou gaan en of ik überhaupt wel zou gaan. Een afspraak verzetten is altijd een optie.

Het begon in het voorgaande weekend al bij het checken van het weerbericht. Het liefste ga ik namelijk op de fiets naar Eindhoven. De weersvoorspelling veranderde en werd elke keer bijgesteld van regen, naar droog, naar sneeuw en weer regen. Met de auto? Ja, alleen dan wel uitvogelen waar handig te parkeren in het centrum. En de dinsdag voor de woensdag dacht ik aan de trein. Wellicht met de fiets naar station Best en dan ben ik zo in het centrum van Eindhoven? Of desnoods met auto naar station Best (gratis lang parkeren is daar een optie) en dan met de trein? Uiteindelijk besloot ik dinsdagavond laat om woensdagochtend vroeg te kijken hoe het weer zou zijn.

Ik sta op met de woorden: wel, niet, wel, niet, wel, niet, wel, niet. WEL. Ja, ik wil vandaag naar de Kamer van Koophandel. Dus ik ga. Door de sneeuw. En er zitten voor mij een aantal kleine avonturen in deze dag. Werkt mij ov-kaart nog? Hoe en waar kan ik er ook al weer geld opzetten? Is er wel parkeerplek? Is de weg wel veilig? Ben ik op tijd? De grootste onrust, ik wil niet te laat komen. Dus vertrek ik meer dan op tijd en wetende dat ik altijd op het station van Eindhoven nog iets kan drinken (en naar het toilet kan gaan).

En lopen door sneeuw vraagt om bergschoenen, maar ja, dat is niet heel netjes en professioneel voor een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. En toch ook wel passend bij mij, dus ik ga met twee sjaals, handschoenen, rugzak en mijn bergschoenen aan op pad. De route naar het station van Best is door de vele auto’s en een sneeuwbui iets vertraagd en ik heb alle tijd. Voor het lang parkeren is nog een enkele plek beschikbaar en het opladen van de ov-kaart gaat vlotter dan gedacht.

En vervolgens sta ik te wachten op de trein. Oja, dit gevoel van wachten. Niet gemist en toch is dat het reizen met het openbaar vervoer. En gezien worden. Allemaal mensen die je aankijken en zien of niet willen zien. Ook niet gemist. Nog best wel druk qua mensen gezien de sneeuw en de tijd van 09.00 uur. Ik kan niet zitten, maar tien minuten staan en leunen is prima te overzien.

Aangekomen op het station in Eindhoven ben ik te vroeg en dat voelt kalm. Beneden aan de trap van het perron linksaf of rechtsaf? Ik zie links de trap naar boven, naar CoffeeLab. Genoeg plek om te zitten en tevens keuzestress welke plek ver genoeg van de muziekboxen is. Een prachtig uitzicht op de sneeuw die blijft vallen en de taxiplekken waar het een komen en gaan is.

Ik bestel een chai latte. De smaak brengt me terug naar alle koffietentjes die ik in Canada van binnen heb gezien.

Ik schrijf wat gedachtes op om de tijd te overbruggen. Ik maak een woordzoeker en ik kijk uit het raam naar alle mensen die iemand komen brengen of halen bij het station. Ik zie een vader en moeder die hun zoon (ik gok mijn leeftijd) wegbrengen. Moeder krijgt een kus op de wang en omhelzing. Vader steekt zijn hand uit, zoon negeert de hand en geeft een knuffel. Zoon glimlacht. Zoon loopt weg met een koffer en rugzak. Moeder weifelt even en kijkt hem na. Vader loopt ondertussen een rondje om de auto om te inspecteren of de sneeuw geen schade heeft aangericht.

Ik kijk naar de tijd en besluit te betalen, naar het toilet te gaan en de route naar de Kamer van Koophandel te gaan lopen.

Het voordeel van het station in Eindhoven is dat je een stukje onder de grond kunt lopen. De poortjes door gaat makkelijk, behalve dat een Engelssprekende man mij wil volgen, zonder te betalen. Ik stop, draai me om en zeg: back. Hij moppert en loopt de andere kant op. Ik loop na twee seconden door en ben verbaasd dat ik dat woord en in die duidelijkheid heb uitgesproken.

Voorzichtig verder lopend en ietwat glijdend over de sneeuw arriveer ik te vroeg en toch op tijd bij het kantoor. Ik zit nog geen twee minuten en mijn naam wordt genoemd. Een jonge vrouw steekt haar hand uit en stelt zich voor. Ze heeft een leuke (vind ik) kleurrijke rok en hakken aan. De make-up en haarstijl zijn om door een ringetje te halen. Binnen de twee zinnen dat ze praat, zegt ze dat ze mijn naam mooi vindt. Ze heeft altijd gedacht dat als ze ooit een dochter krijgt, wil ze haar Claire noemen. Of Allison. Ja, dat vindt ze ook een mooie naam. Ik loop in mijn bergschoenen met haar mee naar haar plek.

We nemen de vragen en informatie door die ik van tevoren heb ingevuld. Al snel blijkt, dat het wenselijk is als ik één werkactiviteit kies. Niet begeleiding én schrijven. Het is een hobbel waar ik sinds het begin tegenaan loop en de stap om me daadwerkelijk in te schrijven vaak heeft tegengehouden. Ik wil niet kiezen. Ik denk even aan het advies dat iemand me gaf: schrijf je in, dat is het belangrijkste, de rest wordt later wel duidelijk.
Ik kies op papier voor verlies-, rouw- en stervensbegeleiding. De medewerkster is relatief nieuw in haar job en vraagt zich hardop af in welke categorie ruimte voor woorden valt en welke code erbij hoort. Coach? Nee, zeg ik duidelijk. Ik wil niet motiveren of sturen. Ik begeleid, ondersteun en loop mee met iemand op hun weg. Het stelt me gerust dat ze niet weet onder welke code verlies-, rouw- en stervensbegeleiding valt. Met al wat ik heb gelezen en onderzocht bracht het mij precies dezelfde vraag. Waar valt het onder? Ze wil overleggen met een collega die in gesprek is, dus we wachten. Ze stelt een vraag over wat ik exact wil gaan doen. Ik vertel. Ik stel een wedervraag en vervolgens gaat zij vertellen en deelt ze een persoonlijk stukje van haar levensverhaal. De handdruk en felicitaties na een uur maken de inschrijving officieel en het voelt bevestigend. Dankjewel.

De weg terug door nog meer sneeuw gaat gemoedelijk. Ik heb alle tijd. Als ik terug ben op station Best is het de missie om nog wat vogelvoer te kopen en een boterham voor de lunch te vinden. Als ik anderhalf uur later bij mijn huisje ben en de sneeuw al weer aan het smelten is, voel ik me blij. Vandaag is de dag dat ik naar de Kamer van Koophandel ben gegaan.

Ik heb geen foto van het officiële moment van ondertekening. Wel vastgelegd op beeld is het eerste briefje dat nu in de lokale AH hangt.
Ik loop er regelmatig langs en dacht: zal ik? En nu doe ik.


geplukte appels

Zal ik vandaag de kachel aanmaken? Ja? Omdat het kan? Omdat het regent? Omdat het een tweede knusse dag is waar ik waarschijnlijk niet verder kom dan een wandeling en vervolgens ga zitten om verder te lezen in het boek Ik zal je nooit meer*.

De eerste twee hoofdstukken van het boek maakte indruk op me en hebben een blijvend effect. De rest van het verhaal is persoonlijk en ik lees mee met de ontdekkingen van de schrijfster. Het enthousiasme van gisteren is nu wat getemperd. Ik lees sneller en ik wil de grote lijnen wel weten, maar de details en herkenbaarheid in woorden zijn na de eerste tientallen pagina’s niet meer zo aanwezig.

Ik leg de e-reader naast me neer. Buienradar geeft aan dat het een uurtje droog is. Binnen vijf minuten sta ik buiten in mijn wandelschoenen en uit voorzorg heb ik een regenjas aangetrokken. Ik heb twee opties voor een rondje wandelen. Meteen gaan lopen vanaf mijn huisje en het vertrouwde rondje volgen. De andere optie is vijf minuten autorijden en nog een keer over dat wandelpad lopen wat aan het begin van de zomer ook zo mooi groen was. Ik stap in de auto.
Nog geen vijf minuten later loop ik onder de bomen. Veel van de natuur oogt helder en groen na een regenbui. Ik loop kalm aan. Er is geen hond te bekennen. Enkele vogels die wegschieten als ik dichterbij kom. De koeien grazen geduldig en lijken tevreden met het fris gewassen gras. Ik zie een reiger een paar meter verderop in het weiland neerstrijken. Zo ongeveer halverwege het uur blijkt de regen toch al te vallen. Ik zet mijn capuchon op en het tikken van de regen laat me denken aan het tikken van regen op een tentdoek. Ik open de palm van mijn handen en probeer de druppels op te vangen.

Bij terugkomst in mijn huisje ril ik van de kou en trek toch maar droge kleren aan. Knisperend hout en de warmte van vuur kan deze dag wellicht een helpende hand bieden om de kopjes thee in mijn nieuwe mok nog lekkerder te laten smaken? Ik zie die ene overgebleven appel op mijn aanrecht liggen. Een paar weekenden geleden plukte ik in de zon de appels van de boom. Zal ik nog een appelflap maken met de appel van vandaag? De gedachte is leuk en vervolgens denk ik: nee, geen zin in.

Ik kijk uit mijn raam. De hanger voor de pot met vogelpindakaas wacht geduldig in de regen tot het de tijd is dat ie gevuld gaat worden. Nog 84 pagina’s te lezen om te weten waar het verhaal eindigt.


* Ik zal je nooit meer
Tatjana Almuli
ISBN 9789038809298
2022




gevallen peren

Het begon vanochtend vroeg met het lezen van een nieuwsartikel over de NS. Onhandig voor hen die afhankelijk zijn van openbaar vervoer, goed voor hen die staken. Vervolgens dacht ik aan een mailtje van de NS en de aanbieding voor acht gratis e-boeken. Een mailtje gedateerd uit maart en toen ontvangen omdat ik jarig was. De kortingscode heb ik nooit verzilverd en toch altijd laten staan in het zicht in mijn postvak. Ik keek wat het aanbod was in de bundel als ik het deze maand zou downloaden. Het leken boeken met gevarieerde genres en de titel en omschrijving van Ik zal je nooit meer van Tatjana Almuli viel op. Ik startte het downloaden van de boeken op mijn laptop en ondertussen haalde ik mijn e-reader onderuit de la en legde ik die aan de stroom.

Binnen een kwartier was ik aan het lezen, benieuwd wat het verhaal zou brengen. Een half uur later veegde ik een traan van mijn wang. Zinnen als:

Soms deed ik mijn ogen dicht, niet eens bewust, maar prettig schuilen was het wel, in het zwart daar achter mijn oogleden. (..) Zo lang ik doe alsof er niets aan de hand is, is dat ook zo. (..) Alsof ik ergens boven de werkelijkheid rondzweefde, was ik zelf nog wel levend? (..) Gewoon maar doorlopen, doorgaan en hopen dat het eens anders zou zijn. (..) Mijn huid tintelt en ik voel me lichter dan vanmorgen en alle dagen hiervoor.*

Woorden die ik ook zou kiezen. Wat is dat toch met herkenning? Het laat me minder alleen voelen in een gevoel? Het geeft verbinding? Ik benoemde afgelopen week in een gesprek met een collega dat herken ik wel, dat heb ik ook wel eens en ze viel stil. Echt? Ja. Zij herkende het niet, kon zich er juist niets bij voorstellen. Ik was de eerste, naast haar tienerdochter, van wie ze hoorde dat het een gedachte is die men kan hebben.

Ik vind lezen fijn, de reactie is meteen. De rust en kalmte om te lezen ontbreekt vaak. Vandaag niet en dat alleen al voelt fijn. Ik wil nu dit boek lezen. Tevens was het plan voor deze dag om nieuwe (en vooral waterdichte) schoenen te kopen. Stukje fietsen en even naar praktische spullen kijken. Ik ging fietsten, vond een fijne (en wellicht overbodige) nieuwe mok en geen schoenen. Ik stond tien minuten in de supermarkt op zoek naar een nieuwe theesmaak om die later te nuttigen in mijn net gekochte mok. Ik fietste onder de bomen door en langs het kanaal. Ik ben blij dat het kouder aan het worden is en dat mijn sjaal weer de functie van warmhouden heeft.

Ik lach mezelf toe als ik nu hier in mijn relaxte stoel aan mijn biologische gember-kurkuma thee nip. Thee die dus in mijn nieuwe, oudroze geribbelde mok zit. Ik heb zicht op een tuin met bomen en zwiepende takken. De wind maakt het dat er enkele bladeren dwarrelend vallen. Ik zie de robotmaaier hortend en stotend in de miezerregen over de gevallen peren bewegen. Ik tik deze woorden en ik weet dat ik de hele middag kan wijden aan het verder lezen in het boek.

Ik beleef een herfstige vrijdag.

* Ik zal je nooit meer
Tatjana Almuli
ISBN 9789038809298
2022