ochtendgloren

In mijn huisje is het koud deze vroege ochtend. Ik zie, als ik achter het gordijn kijk, de witte gloed over het gras. De lucht kleurt roze, paars en lila. Ik wil naar buiten. Ik wil wandelen in deze kou.

Opeens heb ik haast. Snel omkleden, snel nog mijn thee drinken, snel tandenpoetsen, snel nog even die trui opvouwen. Wat ga ik missen als ik traag ben?

Met jas, handschoenen, bergschoenen en twee sjaals om stap ik naar buiten. Ja, perfect. Laat die kou maar komen. Laat die frisheid maar zijn.

Stap voor stap loop ik over het landweggetje naar het gewenste voetpad. De lucht is ondertussen nog meer roze, nog meer lila en nog meer paars. De maan is zichtbaar. Vol in haar witheid. Sterk en stevig afstekend tegen de ochtendlucht. Niet te missen. Waar is de zon?

Hoek om en ik loop in de juiste richting. Links van mij in de verte kleurt iets geels met oranje. Het piekt achter de huizen door en lijkt met de seconde te groeien. Ik ben alleen met de vogels. Het is vroeg en toch niet heel vroeg.  Geen ander mens of geen andere hond is hier met mij. Ziet niemand wat ik nu zie? Bewondert niemand wat ik nu mag bewonderen?

Ik sta stil en draai mijn lichaam en hoofd richting de opkomende zon. Ze lijkt zo snel te groeien. Ben ik de enige die dit ziet? Straalt de zon voor mij? Het is prachtig. Ik mag hier zijn. Ik kan hier staan.

Het lijkt of de zon haar stralen aan mij geeft. Of ik die de extra energie tot me mag nemen? Het doet me terug denken aan de wandelingen over de heuvels in Clifton. Die ochtenden waarin het stil is. De zon haar werk doet.

Als ik verder loop, lijkt de zon me te volgen. Niet alleen in hoogte, maar ook in mijn richting en afstand. Ze laat me niet de in steek. Ze piekt door de bomen in de verte en verliest me niet uit het oog.

Ik kom de eerste tegenligger van vandaag tegen en we mompelen goedemorgen tegen elkaar. De hond is gemaakt voor dit weer. Een mix van witte husky, herder, labrador? Ik keer om en loop dezelfde route terug. De maan nog steeds daar, links van mij. De opkomende zon rechts van mij. De stralen verblinden mijn zicht.

Ik stap in de berm voor de denderende tractoren die er langs willen. Het bevroren gras knispert onder mijn schoenen. Ik gebruik de tien seconden om mijn gezicht nog een keer naar die stralen te draaien.

Met de tractor snel verdwijnend voor me, ga ik de hoek weer om en loop ik terug. Enthousiaste mussen begroeten me onderweg. Ik verheug me op een vers kopje rooibos thee.

Sleutel in het slot.

In het huisje is het warm.

het kaarsje dat ik brand

Mijn ochtenden beginnen vroeg. Als het nog donker is. Het voelt kalm en stil. Het voelt alsof in het donker van de morgen nog niets is vastgelegd voor de dag.

Ik sta op uit mijn bed. Ik doe het minst felle lampje aan onder de afzuigkap, zet de waterkoker aan (die ik de avond daarvoor al heb gevuld), ga naar het toilet. Ik ruil mijn lichtblauwe pyjamabroek met hartjes om voor een warmere, dikkere en zwarte joggingbroek. Ik trek een blauwe trui met v-hals aan, sokken voor mijn tenen (die al aan het afkoelen zijn) en een sjaal om mijn nek. Ik schenk het gekookte water in mijn mok en hang het groene zakje thee erin. Tijdens het trekken van mijn thee open ik mijn gordijn een klein stukje en steek ik een kaarsje aan.

Met mijn kop thee in de hand ga ik op mijn gele bank zitten. Mijn blik wisselend tussen het brandende kaarsje en de ruimte onder het gordijn. Gedachten dwalen af naar mensen in mijn omgeving die wellicht wat licht en warmte kunnen gebruiken. Ik denk aan de naam en zie hun gezicht. Sommige namen komen elke keer terug, soms is het een nieuw gezicht.

De geur van de kaars die ik brand is subtiel. Het is bijna niet te ruiken als je er niet naar zoekt.

Met het opkomende licht van buiten en mijn kop thee zonder thee kom ik langzaam in actie. Nog een keer de waterkoker aan, het bed opmaken en even op mijn telefoon een spelletje spelen. Als ik het niet elke dag speel, raak ik mijn continuïteit en spelbonussen van de dag kwijt. Ik begin dan weer op nul. Momenteel zit ik op level 1264.

Soms is het vervolg de televisie aan zetten, soms trek ik mijn wandelschoenen aan en soms ga ik schrijven. Als het lukt, geef ik me over aan de waan van de dag.

verras me maar

Ik heb wel eens gelezen dat je voordat je opstaat uit bed een affirmatie of een verzoek kan doen aan jezelf. Als de hele dag niet is waar je naar uit kijkt, maar dat je een soort van geruststelling mag wensen voor je zelf. De affirmaties werken bij mij (nog) niet. Ik heb het wel eens gedaan in een andere vorm voor een sollicitatiegesprek. Van tevoren had ik allerlei bedenkingen en overwegingen en wat is het nou dat ik uiteindelijk wilde? Ik wilde graag een fijn gesprek. Geen invulling van of ik de baan krijg of  wil of ‘wat als’ afwegingen. Alleen de wens, het verzoek dat ik een fijn gesprek heb, ongeacht de uitkomst. Ik had een bijzonder fijn gesprek die dag. Een mooie ontmoeting. Ik mocht starten bij de baan, als ik wilde. Ik wilde zelf niet. Ik had een prachtig gesprek.

Gisteren had ik zo’n ochtend toen ik nog in bed lag. Allerlei gedachten gingen al rond in mijn hoofd en ik was nog niet eens opgestaan om de waterkoker aan te zetten voor mijn eerste kop thee. Ik voelde een bepaalde opstand in mij. Niet weer zo’n dag. Ik dacht aan een manier hoe ik in ieder geval deze dag iets minder zwaar kon laten voelen. Ik dacht aan een geruststelling die ik voor mezelf wilde wensen. De afwegingen  varieerde van ik gun me de dag vrij (niet naar school gaan), even de warmte van de zon op mijn huid voelen tot een fijn gesprek. Uiteindelijk kwam ik uit bij: verras me maar én dat ik er ook bewust van ben dat dit de verrassing is. De gedachte maakte me blij. Ik hoefde niets te doen, behalve de dag te laten zijn en het op te merken.

Gedurende de dag ging bij sommige gebeurtenissen door me heen: is dit de verrassing? Een prachtige ochtendzon in de kou en de optrekkende mist. Mijn autoruiten waren bevroren, krabben, file en te laat op school waardoor ik dertig minuten les mocht missen van een module die ik eigenlijk toch niet interessant vind. Het fijne gesprek met een klasgenoot die oprecht vroeg hoe het met me ging en toen ik aangaf dat het  niet echt top was, toch bij me bleef zitten en ook verder niet doorvroeg.

De verrassing kwam in de vorm van een marktplaatsberichtje van Leonie. Lieve Leonie die ik ontmoette toen ze afgelopen zomer spullen bij me kwam ophalen. Bij mijn verhuizing verkocht ik sommige spullen, sommige gaf ik gratis weg. Zij kwam in eerste instantie een rieten mand ophalen voor vijf euro. Binnen een minuut was ze weer weg. Later in die week stuurde ze een interesse berichtje voor een gratis fotoboek. Toen ik mijn adres gaf, schreef ze al terug: oh, dat ken ik, van de week heb ik daar die mand opgehaald! Toen ze er voor de tweede keer was, bleef ze even staan en vertelde ze hoe blij ze was met alle goedkope en gratis spullen die ze overal kon ophalen. Ze vertelde vol trots dat ze zwanger was. Dat ze zich goed voelde en overal met de fiets, door heel de stad, spulletjes aan het verzamelen was voor de baby. Het album was voor de eerste babyfoto’s. De rieten mand om speelgoed in op te bergen. Ze vertelde, met verwondering in haar stem, over het gratis wiegje dat ze ergens had opgehaald en dat die mevrouw daar ook nog een gratis dekentje bij had gedaan. Ze straalde en sprak haar dankbaarheid uit. Ze benoemde dat ze al wat ouder was en haar omgeving allerlei dingen vond van haar late zwangerschap en hoe ze omging met haar zwanger zijn. We spraken er over dat we het juist op onze eigen manier mogen en kunnen doen, ongeacht wat de ander er van vindt.  Het is een kracht om het niet hetzelfde te willen doen als een ander. We glimlachten naar elkaar. Bij het weggaan zei ze nog snel: als de baby er is, stuur ik misschien nog wel een berichtje. Ja, vind ik leuk. Toen ze weg was, was ik blij met de ontmoeting en blij dat mijn spullen haar zoveel kon brengen.

Gistermiddag kreeg ik het berichtje met een foto dat haar zoon is geboren. Allebei in goede gezondheid en genietend van het nieuwe leven.

Verras me maar.