nieuw jaar

And now we welcome the new year. Full of things that have never been. – Rainer Maria Rilke

Allemaal nieuwe dingen om naar uit te kijken. Een vrije gedachte om een jaar, een maand, een dag, een uur, een minuut tegemoet te gaan. Het mooiste gedeelte is het niet-weten. Wat zal het zijn? Wat zal het worden?

Leun ik op wat ik al weet en ken? Vul ik in door te denken, omdat het vorig jaar zo was, dan zal het komend jaar gelijk zijn? Omdat het afgelopen jaar zijn golven heeft gekend, dan is hetzelfde ritme van toepassing voor de komende maanden?

Hoe ingewikkeld is het om het niet te bepalen van tevoren? Geen houvast in te bouwen. Compleet met open ogen, nog niet zien wat er precies gaat gebeuren en dan toch gaan. Gaan, zonder verwachtingen en geen invullingen. Lukt me dat? Niet altijd. Wil ik niet invullen en gaan en maar zien wat er gebeurt? Ja, zoveel mogelijk.

Het niet weten van wat er gaat gebeuren. Het voelt zo vrij. Het brengt gedachtes van mogelijkheden. Avonturen die nog niet zijn beleefd. Het brengt herinneringen aan reeds geleefde en ongeplande momenten.

Hoe doe ik dat? Meer leven vanuit het niet-weten? Ik heb er nog geen eenduidig antwoord over kunnen formuleren. Soms is het een kwestie van minder nadenken. Meer vertrouwen op eigen kunnen, op wat reeds in het verleden is bewezen.

Angst voor het onbekende is soms een deel van wat er in de weg zit. Wat ik ken en weet, biedt houvast. Houvast biedt routine, meer veiligheid en meer weten. De uitkomst is van tevoren al bijna vastgelegd. Een ingebouwde zekerheid.

Ik ben vaardig in rationele beredeneringen en analyses en prognoses. Ze zijn nodig voor sommige zaken. Ik ben nog niet zo vaardig in het niet-weten. Ik heb fases gekend en verkend.

Het is oefenen. Het is uitproberen. Het is onderzoeken. Het is uitvinden. Het is ervaren. Het is voelen. Het is niet-weten én het is weten.

vogeltjes schouwspel

Heerlijk om te zien hoe ze komen en gaan. Ze hoppen van de ene vetbol naar de andere en weer terug. Ze lijken elkaar te verjagen van een plek om vervolgens beide naar dezelfde nieuwe plek te vliegen. Het wisselt elkaar bijna onafgebroken af. Als het regent is het rustiger. Ik vraag me dan altijd af, waar gaan die vogeltjes toch naar toe? Als het regent, waar schuilen ze? Om te slapen, in stilte en met elkaar? Ik zie en hoor ze niet.

In de ochtend start het vaak (in mijn beleving) met dezelfde vogel met dezelfde tsjirp. Luider dan de ander en niet te missen. Het start zo ergens tussen 7 en 8 uur. Ik kijk en zoek naar die vogel. In de halve schemering heb ik de vogelsoort nog niet ontdekt. Roodborstje? Koolmeesje?

Ik zoek en google me wat af om sommige vogelsoorten te achterhalen. Van de week was het een gaai. Mijn vader vroeg terecht: hoe wist je waarnaar te zoeken via google? Mijn zoekterm was: middelgrote lichtbruine vogel met blauwe veren. Even wat klikken en doen en daar kwam die naar voren. De gaai. Hij/ zij verjaagt al de kleine vogels. Leuk dus om even naar te kijken, maar op de lange termijn zorgt hij/zij ook voor onrust.

Zoveel kleine vogeltjes die op elkaar lijken. Het verschil tussen een pimpelmeesje en een koolmeesje. Pimpelmees is kleiner en blauwer. Koolmees is groter en heeft meer zwart.

Het roodborstje. De mus. De merel. De groene specht (met rode kuif). De duiven.

Om en om zie ik ze voorbij komen.

De duif die stap voor stap op d’r gemak pikkend en zoekend naar voedsel in het gras voorbij sjokt. Geen ander doel dan zoekend naar wat te eten tussen de grassprieten. No care in the world. Met klappende vleugels opvliegend als ik mijn deur open doe.

Ik heb al ontdekt wat hun favoriete voer is. Het netje was binnen twee dagen leeg. Sommige waren zo slim om een behoorlijke noot er in een keer uit te halen. Helaas voor hen moet eerst het andere voer ook opgegeten worden, voordat ik hun favoriet weer haal.

Als de hond blaft in de verte zijn er minder vogels om naar te kijken.

Ik hoor het tikken van hun snavel op de ring met voer. Soms lijkt het bijna agressief. Alsof het te lang duurt voordat ze hun gewenste hoeveelheid kunnen eten. Het gaat gedecideerd en met toewijding. Tik. Tik. Tik.

De vogeltjes die af en aan vliegen voor mijn raam en ik, die alleen hoef te zitten en naar ze te kijken.

Het mag de hele dag voortduren.

warmte

De dag kabbelt. Wat effectief werk in de ochtend. Een kop hartige tomatensoep als lunch. Een bezoek aan de dokter waardoor ik meteen beter hoor. Toch even een fles rode wijn halen. Toch nog even wandelen in de late namiddag, ondanks de druilerige motregen en donkere wolken.En route passeer ik de levensgrote kerststal, de herder en haar knuffelschaap. Ze laten me glimlachen. Even in het kapelletje zitten. In stilte. Alleen. De wind die ik buiten hoor waaien. De kaarsen die branden, die licht geven. Ik fluister de namen van mensen en dieren die door mijn gedachten gaan. Ik wens ze liefde en licht. De gezichten blijven verschijnen. Als ik aan de één denk, wil ik de ander niet vergeten.  

Bij thuiskomst heb ik een werkende houtkachel. De koude dagen zijn voorbij en de verwarming biedt genoeg warmte. Toch willen testen of de schoorsteen gaat roken. Toch het vuur laten branden.

Ik maak een tosti en drink een glas rode wijn. Een voldaan gevoel overvalt me. Is dit wat ik miste? Het vuur waar ik naar kijk, de warmte die het me geeft?

De hele avond kijk ik naar de vlammen die dalen en stijgen. Het opstaan en de schuif verzetten is een nieuwe handeling waar ik nog mee oefen. Het vuur gaat soms bijna uit. Soms laait het (te hard) op. Het is het vinden van de juiste stroom van lucht om het hout te laten branden.

De warmte van het vuur. Aangenaam. Vertrouwd. De vlammen en de kleur. Het licht dat het geeft. Het voelt als een cadeautje waarvan ik niet wist dat ik het nodig had.