warmte

De dag kabbelt. Wat effectief werk in de ochtend. Een kop hartige tomatensoep als lunch. Een bezoek aan de dokter waardoor ik meteen beter hoor. Toch even een fles rode wijn halen. Toch nog even wandelen in de late namiddag, ondanks de druilerige motregen en donkere wolken.En route passeer ik de levensgrote kerststal, de herder en haar knuffelschaap. Ze laten me glimlachen. Even in het kapelletje zitten. In stilte. Alleen. De wind die ik buiten hoor waaien. De kaarsen die branden, die licht geven. Ik fluister de namen van mensen en dieren die door mijn gedachten gaan. Ik wens ze liefde en licht. De gezichten blijven verschijnen. Als ik aan de één denk, wil ik de ander niet vergeten.  

Bij thuiskomst heb ik een werkende houtkachel. De koude dagen zijn voorbij en de verwarming biedt genoeg warmte. Toch willen testen of de schoorsteen gaat roken. Toch het vuur laten branden.

Ik maak een tosti en drink een glas rode wijn. Een voldaan gevoel overvalt me. Is dit wat ik miste? Het vuur waar ik naar kijk, de warmte die het me geeft?

De hele avond kijk ik naar de vlammen die dalen en stijgen. Het opstaan en de schuif verzetten is een nieuwe handeling waar ik nog mee oefen. Het vuur gaat soms bijna uit. Soms laait het (te hard) op. Het is het vinden van de juiste stroom van lucht om het hout te laten branden.

De warmte van het vuur. Aangenaam. Vertrouwd. De vlammen en de kleur. Het licht dat het geeft. Het voelt als een cadeautje waarvan ik niet wist dat ik het nodig had.

Plaats een reactie