schaapjeswolken

een vaste fietsroute in mijn hoofd
en ik wijk af
de voelbare wortels van de bomen
die het asfalt doorbreken

wind van achteren
opzij
en van voren

bewegende benen
die me leiden naar nieuwe wegen
hobbelend voortstuwend
over de stenen

op bankjes zittende ik
in de warmte van de zon
te dromen

alsof mijn krullen zich vermengen
met herfstbladeren en schaapjeswolken

ietwat knotsgekke dagen

Mijn prei met aardappelsoep is niet heel goed gelukt. Het geeft me de warmte en zoutheid die het juiste effect hebben. De smaak is echter ver te zoeken. Er zit nog een zalmding met groente in de oven, waar ik nu op wacht totdat die goudbruin kleurt en warm genoeg is om op te eten. Niet de beste maaltijd van de week, wel het eten van vandaag. Sinds vanmiddag brandt de kachel in het huisje. Het is ondertussen 27 graden binnen. Het raam en de deur staan wagenwijd open. Een dag waarop mijn bedoelingen goed zijn en de uitvoeringen wat minder. Ik heb eerder vandaag een poging gedaan tot een dutje op de bank, wat niet lukte. Een dutje op bed lag ook niet lekker. Nu zit ik in de andere enige stoel die ik heb en met mijn benen omhoog. Vorige week waren mijn vrije dagen zonnig en heerlijk. De afgelopen twee dagen waren ietwat anders in mijn beleving.

Het begon allemaal op een regenachtige donderdagochtend.

Donderdag had ik een zeldzame afspraak in de avond en ik had bedacht om met de auto naar mijn werk te gaan. Het gaf me iets meer tijd in de vroege avond om thuis te komen en te eten, voor weer te vertrekken. Bijkomende afweging was de miezerregen die voor de hele dag voorspeld was. Een dag met de auto gaan, kwam dus wel goed uit. Ik ging vroeg weg juist door de regen en vergrote kans op vertraging op de randwegen van Eindhoven. Ik reed door de schemer en glinsterlichten van alle andere koplampen. Ik dacht aan mijn autotochten in Schotland en ik dacht even aan mijn oude auto. Tevens dacht ik meteen hoe blij ik ben met deze. Hij rijdt heerlijk en brengt me overal waar ik wil zijn. Dankjewel. Het verkeer viel me alles mee en ik was de tweede auto op de parkeerplaats die ochtend. Ik parkeerde de auto achteruit in en bij het uitstappen zag ik dat ik niet helemaal recht in het vak stond. Ik stapte toch nog een keer in en wilde de auto starten. Hij startte niet. Haperde, sputterde en startte niet. Nog een keer en nog een keer proberen en nee. Oké.

Ik had lichte spanning voor een afspraak van die ochtend. Eerst de focus daar op en daarna nog een keer proberen de auto te starten. En anders ANWB bellen en dan nog had ik genoeg tijd om eventueel de auto te laten maken. Afspraak in de avond is fijn als die door kan gaan. Eventuele back-up was om de auto van mijn vader te lenen. Geen paniek. Het kan allemaal geregeld worden. Mijn ratio was hard aan het werk. Na een uur kwam een collega binnen met de mededeling dat die ene afspraak niet door ging. Oké. Ik ging meteen naar buiten om te kijken of auto nu wel startte. Eerste poging nee, startte niet. Tweede poging. Na een hapering startte die uiteindelijk wel. Het voelde niet heel betrouwbaar. Wellicht iets eerder weg van werk, mijn vader bellen en vragen of ik zijn auto kan lenen? Dat was een optie en mogelijk. Ik ging iets eerder weg. Toch even garage bellen en kon een half uur later terecht om accu door te laten meten. Ja, het was de accu. Nee, geen accu op voorraad. Morgenvroeg terugkomen? Ja. Auto startte nog een keer, ik kon wel terug naar mijn vader rijden. Oké.

Het was fijn dat ik de auto van mijn vader kon lenen en toch weer richting huis en afspraak in de avond kon. Onderweg, ik reed binnendoor in verband met file op snelweg. Wat fijn dat er vaak toch een soort van oplossing mogelijk is. Tien minuten later gaat het batterij lampje in deze auto branden. Huh?! Nee. Weer wat later krijg ik andere meldingen over het systeem en nog een extra lampje dat gaat branden. Eh…Ik ben tien minuten verwijderd van thuis. Wel of niet doorrijden? Zie ik nou rook uit de motorkap komen? Oké.

Ik ben doorgereden en ik kwam heelhuids (en met ietwat verhoogde hartslag) aan. Ik heb mijn vader gebeld en vervolgens de ANWB. Wellicht kan de ANWB er op tijd zijn en dat ik toch naar mijn afspraak kan? Na tien minuten dacht ik: nee, het lijkt wel of ik vandaag niet verder mag komen dan hier. Afspraak toch afgezegd en meteen kunnen verplaatsen. Binnen het uur was er een uitermate vriendelijke ANWB man die binnen twee minuten het probleem (multiriem geknapt) en wellicht oplossing had geconstateerd. Ondertussen bewonderde hij ook mijn woonplek en viste hij naar mijn leeftijd en of ik getrouwd was.. Helaas kon het autoprobleem niet hier en nu opgelost worden. Wel regelde hij een takelwagen en had mijn vader groen licht gegeven om de auto te laten slepen naar zijn garage, zes dorpen verderop. Een andere man met zijn takelwagen was er binnen het uur. Snel en kundig stond de auto binnen een paar minuten op de aanhanger en reed die voor mijn neus weg.

De volgende dag fietste ik, met het enige vervoersmiddel dat nog wel werkte, in de regen naar mijn vader om op tijd mijn auto bij de garage te krijgen. In de tussentijd dat mijn auto gemaakt werd, heb ik gezellig met mijn vader het huishouden gedaan. Ik heb Lexie kunnen aaien en zonder irritaties hebben we ook nog samen een nachtkastje in elkaar gezet. Een niet geplande dag die toch van alles bracht. Win-win. Einde van de dag zat ik weer in mijn eigen auto met een werkende accu. Als bonus werkt mijn radio ook weer, want hij had nog een extra antenne liggen (in de woontijd in Tilburg hebben ze ooit geprobeerd mijn antenne te jatten en sindsdien was er veel ruis op mijn radio). Met mijn fiets achterop mijn auto reed ik terug naar huis. Mijn vader zijn auto was laat in de middag pas afgeleverd bij de garage en zou de volgende dag gemaakt worden. De oorzaak is nog steeds vaag, maar de riem is gemaakt en er branden geen lichtjes meer op het dashboard.

Waar ik me over verwonder en even bij stil sta, is hoe dan zaken toevallig of niet elkaar opvolgen. Die donderdagochtend heb ik bewust afgewogen om met de auto te gaan of niet. Ik heb de auto nog bedankt voor dat die zo goed rijdt. Ik had niet opnieuw in hoeven te stappen om de auto recht te zetten in het parkeervak, anders had ik niet geweten dat de auto niet fijn startte? Ik had überhaupt niet mijn auto naar werk hoeven te gaan en toch ging ik. Ik had het risico kunnen lopen en niet naar mijn vader te gaan voor zijn auto, maar dan had ik niet in de auto van mijn vader gezeten die ook brandende lampjes gaf?! En toevallig reed ik binnendoor en niet over de snelweg? En waar had anders mijn vader (of ik) gereden en waren die lampjes dan gaan branden? Maar als ik niet de auto van mijn vader had gehad, waar had ik dan onderweg gestaan met mijn kapotte accu? Ik rijd deze dagen minder auto en hoe kom ik in twee auto’s op dezelfde dag terecht die allebei mankementen vertonen?

Ik lees mijn woorden terug en wellicht is het niet zo knotsgek? Niets van dit alles was gepland. Soms loopt het zoals het loopt. Voor mij voelde het als een heleboel samenloop van omstandigheden die samenliepen en losliepen en invoegden en overvloeiden.

Het is ondertussen 24,7 graden. Mijn zalmding met groenten was het net niet. Morgen weer een dag.

het leek wel of het herfstbladeren sneeuwde

Ik wil alleen maar over de herfst schrijven. Ik wil woorden blijven geven aan de blauwe lucht met wolken, de zon, de wind, de kleuren van de bladeren en de vergezichten die al fietsend aan me voorbijgaan.

Elke fietstocht dat de wind door mijn haren waait en het me een blij gevoel geeft, denk ik aan hoe fijn deze tijd voor mij is. Ik adem de frisse, blauwe lucht in. Ik draai mijn gezicht naar de zonnestralen als ik buiten ben. Ik kijk elke keer naar het kabouterstel in de boomstam om te zien of ze nog op dezelfde plek samenzitten en uitkijken over de weilanden met de koeien.

Vandaag, de zondag, deed zijn naam eer aan. Wat een heerlijke zonnige herfstdag. Er waren vele hoge bomen om onder door te fietsen. De zon en wind die bijna constant voelbaar was. Ik fietste over bekende paden en toch wel in een andere volgorde dan normaal, tegen de klok in. Eikels die voor me vielen, eikels die ik kapot fietste met mijn fietsbanden en een eikel die recht op mijn hoofd viel. Die laatste voel ik nu nog.

Ik vond twee bankjes om op te zitten. Het eerste bankje was vroeg op de route. Al regelmatig ben ik er langs gefietst en nu stond de zon er precies op te schijnen. Ik heb er even op gezeten en de witte strepen bewonderd die de vliegtuigen achterlieten in de blauwe lucht. Ook had ik zicht op een laan met hoge bomen. Het leek wel of het herfstbladeren sneeuwde. Ik denk bij dat soort groene doorgangen altijd aan de tekst: Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan. Ik zie nooit een Liesje, Lotje of lindenboom. Wel een laan met hoge bomen en dwarrelende herfstbladeren.

Het andere bankje was juist aan het einde van de fietsdag. Een grote bank dichtbij huis en waar velen tegelijkertijd op kunnen zitten. Ik zat er alleen op. In de tijd dat ik er zat, zag ik één iemand twee keer voorbij lopen. Beiden lachten we vriendelijk naar elkaar. Toen ik een half uur later terug fietste van de supermarkt naar huis, zag ik haar alleen op de bank zitten. Onze paden kruisten elkaar drie keer op deze zondag.

Met ietwat spierpijn in de bovenbenen zit ik nu op de bank in mijn huisje. Zojuist liep er nog een lieveheersbeestje op mijn hand. Het is de tweede in twee dagen tijd die de weg naar binnen heeft gevonden. Misschien was het wel dezelfde? Na wat rondjes in de palm van mijn hand te hebben gelopen, heb ik ‘r vervolgens op een groen buitenblad verder de tuin laten ontdekken. De vlieg van vanochtend had minder geluk.

Ik voel me vandaag zoals het lieveheersbeestje. Eentje met geluk.

Turn your face to the sun and the shadows fall behind you. – Maori Proverb