moment in tijd

In woorden een gevoel beschrijven, kan dat? Een gevoel ervaar ik. Het is een tinteling, een kriebel, een onderbuikgevoel, een verandering voelbaar in mijn lijf. Of een gedachte die me bekruipt? Of een euforische boost van energie? Als ik het in die woorden opschrijf, komt het niet in de buurt van wat ik wil zeggen. Wat bedoel ik? 

Een moment in tijd. Een zijn in tijd. Een uitwisseling. Het wordt gecreëerd door iets wat ik doe, wat ik meemaak. Tussen mij en een moment. Tussen mij en iemand anders. Tussen mij en omgeving, de natuur. Zijn het de woorden die hardop worden uitgesproken? Is het het tijdstip van de dag? Is het de energie van de ander? Is het het vogeltje op de achtergrond? Is het de warmte van het vuur? 

Ik klink vaag. Als ik mijn woorden teruglees, denk ik: wat wil ik zeggen? 

Hoe ontstaat een gevoel, waar komt het vandaan? Het verlangen om soms een gevoel terug te halen, omdat het zo fijn voelde. Toen, terug naar de herinnering van vroeger. Of een poging om iets niet meer te voelen, want toen was het naar. Niet de herhaling willen. Hoe voorkom ik dat? 

Kan ik (men) een exact gevoel herbeleven? Niet gelijk als, maar precies hetzelfde? Volgens mij niet. Alle omstandigheden zouden dan precies op en in het moment exact op dezelfde manier nog een keer plaatsvinden.  

Ik dacht eraan toe ik vanochtend mijn drie kaarsjes aanstak. Het zijn bijna elke ochtend dezelfde drie theelichtjes met een lichte, fijne geur. Soms heb ik voor die drie kaarsje één lucifer nodig om ze aan te steken, soms twee en soms drie. Waar zit het verschil? Maakt het uit? Kan ik elke dag de drie kaarsjes met één lucifer aansteken? Wil ik dat? Hoort dat? 

Het kan aan het kaarsje zelf liggen. Elk kaarsje is uniek, elk lontje heeft zijn eigen exacte lengte. Soms brandt het ene kaarsje langer dan de andere, terwijl ze allebei een kaarsje zijn en uit dezelfde verpakking komen. Op het oog zien ze er hetzelfde uit. 

Het kan aan de lucifers liggen. Ze zijn niet allemaal precies hetzelfde. Het ene stokje is wat dunner dan de ander. De ene breekt al af bij het aansteken, de andere brandt sneller op. 

Het kan aan mij liggen. Heb ik de lontjes wel recht genoeg gezet, het houdertje schuin genoeg gehouden en heb ik wel snel genoeg gewisseld tussen de drie kaarsjes? 

Elke afzonderlijke factor kan tot een andere uitkomst leiden. Soms wil ik hetzelfde resultaat en dan ben ik de factor die anders is. Soms is iets of iemand anders net anders. En dan nog onafhankelijk van elkaar komt men (ik) tot het resultaat. Alle drie de kaarsjes zijn aangestoken. 

Maakt het uit hoe ik er kom? Eh.. nee, eh…ja? Het kan wellicht lucifers schelen en wellicht kan ik in totaal twee minuten langer genieten van de kaarsjes als ik sneller ben óf als het kaarsje anders was gemaakt? 

En wat wil ik nu vertellen? Ook al zou ik alles doen zoals ik wil, ook al zou alle omstandigheden in het exacte moment passen bij wat ik graag wil. Hoe vaak gebeurt dat dan nog eens? Nooit. Soms gaat het erom hoe ik er kom, wat ik doe, wat ik wil en wat ik ervaar. Soms telt alleen waar ik uit wil komen, hoe ik er kom doet er niet toe.  

Ik heb (had) weer een bekende drempel opgeworpen voor mezelf. Ook al had ik me voorgenomen dat (voor nu) het schrijven niet om de perfectie gaat, was ik er wel weer naar op zoek. Voor mij (voor nu) gaat het om de oefening van het blijven schrijven.  

Ik wilde vandaag schrijven, dit zijn de woorden die ik schreef.

even voor nu

Het is vroeg en ik wil niet meer liggen. Ik sta op en via de gleuf tussen de twee groen-wit geruite gordijnen kijk ik in het donker en zie ik mist.

De vogeltjes zijn nog niet wakker. Ik steek de kaarsjes aan. De waterkoker pruttelt na enkele minuten en het kost me langer dan normaal om een keuze te maken van welke thee ik wil drinken. Groene Matcha thee is wat het wordt. Ik voel een rilling en trek een paar sokken, sloffen en trui aan, sjaal om me nek en ik sla een dekentje om me heen. Ik plof op de bank.

Een mistige ochtend. Een mistige dag in het vooruitzicht.

Wandelen of fietsen?  Fietsen of wandelen? In mijn routine is één van beide gewenst. Soms met goede zin en zon, doe ik ze zelfs allebei.

Ik kies voor de fiets. Wederom verkijk ik me er op dat mist nat is. Mijn bril zit binnen tien minuten vol met druppels.  Mijn sjaal is vochtig en mijn vingertoppen voelen, ondanks de handschoenen, koud.

De kou werkt verfrissend. Het grijze mistige treurige en de hoge bomen langs de volle sloten voelen traag. Het is niet altijd regenbogen en zonneschijn. De bomen hebben ook rustdagen nodig. Om niet te hard te hoeven te werken om al die fotosynthese te verwerken voor de groei van takken en bladeren en nog een ring binnenin de stam te creëren. Werkt het zo?

Nog een fietsondersteuning erbij en ik ga mijn maximale snelheid. Ik wil sneller. Ik kan niet sneller. Ik kijk uit naar mijn kopje chai rooibosthee.

Bij het binnengaan in het huisje voelt het warmer als toen ik wegging. De thermostaat geeft 17,5 graden aan. Uit ervaring weet ik dat ik zo gauw ik ga zitten, het kouder gaat voelen. Het is pas 11.00u in de ochtend. Kan ik nu de kachel al aanmaken? Ga ik nog weg, wil ik nog weg vandaag? Na wat wikken en wegen steek ik ‘m uiteindelijk een uur later toch aan. Binnen het half uur is het warmer. Het voelt warmer.

Ik heb sinds een paar dagen een luie zitstoel (gevonden op Marktplaats, gekocht en gehaald binnen een dag). Ik zet alles klaar binnen handbereik. Stoel in een schuine positie, op nog geen twee meter van de kachel. Dekentje, mocht ik het alsnog koud krijgen. Kop kamillethee. Pompoensoep (pureersoep van de Lidl, aanrader). Twee bruine boterhammen met kaas. Flesje water. Spul voor lippen. Telefoon en oplader. Laptop. Zittend met mijn sloffen aan en mijn voeten leunend op de vensterbank die de ideale rusthoogte heeft. Blik uit het raam, met één oog op de vogeltjes die af en aan vliegen om al pikkend ook hun lunch te eten.

Zucht.

Mijn ene wang wordt gloeiend warm. De andere kant voelt de koele bries van het raam dat open staat voor de zuurstof. Ik kan m’n geluk niet geloven. Dit is het even voor nu.

huisje ruilen – deel 2

Een dag later zei ik definitief ‘ja’ tegen het ruilen van de huisjes.

De huisjes zijn zo goed als identiek en toch anders. Andere kleurencombinatie, andere bank, ander matras, net andere keukenindeling en ander uitzicht. Een ander gevoel. Beide hebben een houtkachel.

Het proces ging snel. Drie nachtjes slapen en ik had twee nieuwe sleutels met een rode sleutelhanger in plaats van de twee sleutels met de blauwe sleutelhanger die mooi past bij mijn Delftsblauwe klompjessleutelhanger. Ik had drie dagen om mijn spullen te verplaatsen van het ene huisje naar het andere huisje.

De eerste dag bestond uit het nieuwe huisje schoonmaken, zodat de geur van mijn vertrouwde schoonmaakmiddel te ruiken was bij binnenkomst. Tevens heb ik op die dag in het oude huisje zoveel mogelijk spullen in dozen en tassen gedaan. Het was ook weer een moment om wat dingen weg te doen, die ik blijkbaar in drie maanden tijd toch niet heb gebruikt.

Tijdens het inpakken en opruimen bekroop me af en toe het gevoel en besef van wat ik ging achterlaten. Dit huisje is fijn. De zon is fijn. De bank zit lekker. Ik ken het andere huisje niet. Schijnt de zon daar ook zo mooi en fijn naar binnen? Ik weet wat ik hier heb. Ik heb hier maar zo kort gewoond, te kort? Wat krijg ik ervoor terug? Gaat het niet te snel? Had ik niet beter hier kunnen blijven tot maart en dan weer een totaal andere plek vinden?

Kortom angst in de vorm van twijfels met vragen en gedachtes. Legitieme afwegingen om aandacht te geven. Vervolgens merkte ik bij mezelf op dat het logisch is om even die angst te hebben, die vragen te stellen. Het is oké om het huisje te gaan missen, want het was fijn. Die gedachte gaf me rust. Oh, ik mag het missen. Ik mag er even verdrietig over zijn. Het doet niets af aan wat er gaat komen of dat ik ergens weg ga. Het is even verdrietig. Het toont tevens dat het me iets doet en dat het me veel heeft gebracht.

Op de dag van de spullen verhuizen werd ik vroeg wakker. Vond ik het een beetje spannend? Ja.

Ik herinnerde mezelf er aan om te denken aan een gedachte van wat ik wil dat deze dag me brengt. Een dag van transitie, waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga. Wat ik ken en wat ik mag gaan ontdekken.

Een drukke dag was het. Ook al liggen de huisje niet meer dan honderd stappen uit elkaar, het is lopen en tillen en lopen en neerzetten en uitpakken. Het ging vlot genoeg en met wat hulp van mijn vader waren de meeste spullen einde middag in het nieuwe huisje. De essentiële zaken stonden op een nieuwe plek. Het bed was opgemaakt en ik kon thee drinken.

Het matras in het nieuwe huisje is winst, merkte ik na mijn eerste nacht. Niet heel goed geslapen, vroeg wakker en toch lag ik wel fijn. Ik keek niet uit naar de schoonmaakdag. Ik kan best aardig schoonmaken (al zeg ik het zelf..). Het wil niet zeggen dat ik het leuk vind om te doen. Tevens wilde ik het wel netjes achterlaten.

In de ochtend heb ik eerst vele koppen thee gedronken in het nieuwe huisje. Wat schuiven met spullen en niet echt wetende waar ik alles wil hebben. Uitstelgedrag voor het schoonmaken? Misschien. Vervolgens stond ik rond het middaguur in het oude huisje met prachtige zonnestralen en de vogeltjes die nog even aan het vogelvoer hingen.

Waar te beginnen? Alles heeft even aandacht nodig. Eerst stofzuigen, zodat de grootste stofwolken minder zichtbaar zijn. Vervolgens de keuken van binnen en buiten (en boven op de kastjes). De gordijnenrails en de ramen. De eerste zweetdruppels veeg ik van mijn voorhoofd.

Dankjewel huisje. Hoeveel bewoners heb je voor mij al gehad? Wie heb je al allemaal even een veilig onderdak kunnen bieden? Voor een weekend of week of maanden? Wat zagen zij, dat ik ook heb gezien? Wat heb ik gemist? Wat heb alleen ik gezien?

De kachel schoonmaken. De eerste keer warmte die je me gaf op kerstavond 2021. De kleur van het vuur en het oneindig kunnen staren in de vlammen. Ik begin te hoesten door de stof en het as dat vrijkomt. Raam open, deur open. Weer stofzuigen.

En vogels, lieve vogels. Ik ben niet weg. Ik ben drie deuren verderop. Komen jullie daar ook naar toe? Daar is ook vogelvoer én een boom! Ik zie jullie graag, vinden jullie me daar ook?

De minst leuke klus, de badkamer schoonmaken. Krijg ik het doucheglas wel zo fris en doorschijnend als dat het was? Ja, gelukt. Het viel eigenlijk best mee. Hoe lang ben ik al bezig? Drie uur? Heb ik alles gedaan wat ik wil? Nog een keer stofzuigen. Alleen nog dweilen? Met de stofzuiger en zoveel mogelijk schoonmaakspullen in mijn handen loop ik terug naar het nieuwe huisje. Terug in het huisje dweil ik met een schoonmaakdoekje op handen en voeten bij gebrek aan een stok met zwabber. De donkere tegelvloer frist ervan op. Ik laat het raam nog open. Alles kan drogen en nog wat meer luchten.

Even een kopje thee en broodje met kaas in het nieuwe huisje.

Het ruikt fris en schoon bij terugkeer in het oude huisje.
Een laatste blik naar binnen. Ik fluister nog een keer dankjewel.
Sleutel in het slot.