Het is vroeg en ik wil niet meer liggen. Ik sta op en via de gleuf tussen de twee groen-wit geruite gordijnen kijk ik in het donker en zie ik mist.
De vogeltjes zijn nog niet wakker. Ik steek de kaarsjes aan. De waterkoker pruttelt na enkele minuten en het kost me langer dan normaal om een keuze te maken van welke thee ik wil drinken. Groene Matcha thee is wat het wordt. Ik voel een rilling en trek een paar sokken, sloffen en trui aan, sjaal om me nek en ik sla een dekentje om me heen. Ik plof op de bank.
Een mistige ochtend. Een mistige dag in het vooruitzicht.
Wandelen of fietsen? Fietsen of wandelen? In mijn routine is één van beide gewenst. Soms met goede zin en zon, doe ik ze zelfs allebei.
Ik kies voor de fiets. Wederom verkijk ik me er op dat mist nat is. Mijn bril zit binnen tien minuten vol met druppels. Mijn sjaal is vochtig en mijn vingertoppen voelen, ondanks de handschoenen, koud.
De kou werkt verfrissend. Het grijze mistige treurige en de hoge bomen langs de volle sloten voelen traag. Het is niet altijd regenbogen en zonneschijn. De bomen hebben ook rustdagen nodig. Om niet te hard te hoeven te werken om al die fotosynthese te verwerken voor de groei van takken en bladeren en nog een ring binnenin de stam te creëren. Werkt het zo?
Nog een fietsondersteuning erbij en ik ga mijn maximale snelheid. Ik wil sneller. Ik kan niet sneller. Ik kijk uit naar mijn kopje chai rooibosthee.
Bij het binnengaan in het huisje voelt het warmer als toen ik wegging. De thermostaat geeft 17,5 graden aan. Uit ervaring weet ik dat ik zo gauw ik ga zitten, het kouder gaat voelen. Het is pas 11.00u in de ochtend. Kan ik nu de kachel al aanmaken? Ga ik nog weg, wil ik nog weg vandaag? Na wat wikken en wegen steek ik ‘m uiteindelijk een uur later toch aan. Binnen het half uur is het warmer. Het voelt warmer.
Ik heb sinds een paar dagen een luie zitstoel (gevonden op Marktplaats, gekocht en gehaald binnen een dag). Ik zet alles klaar binnen handbereik. Stoel in een schuine positie, op nog geen twee meter van de kachel. Dekentje, mocht ik het alsnog koud krijgen. Kop kamillethee. Pompoensoep (pureersoep van de Lidl, aanrader). Twee bruine boterhammen met kaas. Flesje water. Spul voor lippen. Telefoon en oplader. Laptop. Zittend met mijn sloffen aan en mijn voeten leunend op de vensterbank die de ideale rusthoogte heeft. Blik uit het raam, met één oog op de vogeltjes die af en aan vliegen om al pikkend ook hun lunch te eten.

Zucht.
Mijn ene wang wordt gloeiend warm. De andere kant voelt de koele bries van het raam dat open staat voor de zuurstof. Ik kan m’n geluk niet geloven. Dit is het even voor nu.