in de boomgaard

De zon die strijdt om achter de wolken vandaan te komen. En het lukt. Met momenten straalt ie. Met de warmte op mijn gezicht, zittend op een schommelstoel in een boomgaard eindigde ik gisteren de dag en startte ik deze ochtend.

De boomgaard waar de regendruppels die nog op de bladeren liggen, vallen en zorgen voor extra water in mijn ochtendkoffie. De plek waar de schommelstoel schommelt en ik mee kan bewegen met de opkomst van de zon.

De pipowagen is knus en heeft vrolijke kleuren. In de ochtend is het fris, ik vind het fijn. Ik ging hier een nachtje naar toe, omdat er feest was bij mijn eigen huisje. Ik wilde graag in stilte slapen. Zoals het leven wil en gaat, nu al voor een tweede keer dit jaar als ik even op een andere plek slaap, was er op 10 kilometer van de pipowagen ook een stevig muziekfestival. Het enige hardcore nachtfestival in Nederland dat gehouden wordt van 21.00u tot 07.00u. Wat een specifieke timing van mezelf dat ik net dat weekend dan ook kies voor deze omgeving.

Naast de trillende muziek kreeg ik vooral de tikkende regen op het dak van de pipowagen en vele, vele zonnestralen om tussendoor van te genieten. Ik kreeg daarnaast blatende schapen, overvliegende ganzen, van allerlei fluitende vogeltjes en spelende paarden in het weiland voor me. En willekeurige plofjes op de grond. Plofjes van appels die her en der in de boomgaard zomaar opeens, onaangekondigd naar beneden vallen.

Ondanks de verwarrende nacht met vooral korte slaapmomenten was vanochtend vroeg de eerste activiteit om in het donker naar het toilet te gaan. Op slippers, met trui, sjaal en zaklamp op telefoon was het zoeken naar het andere houten wagentje in de boomgaard. Het tijdstip van de wandeling over het natte gras naar het toilet maakte mijn sokken in mijn slippers nat. Bij terugkomst een kop gemberthee en snel terug onder de warmte van het dekbed. Met koptelefoon op, mijn muziek aan, thee in de ene hand en pen in de andere hand kwamen er meerdere woorden op papier. Woorden die al zo lang in mijn hoofd zaten en nu in een wirwar opgeschreven zijn.

Rond half acht stopt de muziek en de regen, bijna tegelijkertijd. Ik ga in de actie van koffie zetten, nog meer lagen kleding aan, schommelstoel droog maken, kussens erop en de stoel verplaatsen in de richting van de zon (het is een optilbare, lichtgewichte schommelstoel). Alles staat binnen handbereik en al zittend vang ik de regendruppels op die nog even om me heen blijven vallen. Het regenwater van de bladeren van de bomen in de boomgaard.

Als de zon dan uiteindelijk toch echt achter de wolken vandaan komt, is de dreunende muzieknacht alweer bijna vergeten. Ik schuif de schommelstoel nog een meter naar links, ik hoor de kerkklokken negen uur slaan en de duiven roekoeken naar elkaar. Ik sla weer een eerste pagina om van een nieuw te lezen boek. De verloren berg van Lieke Kézér.

Plaats een reactie